Skip to the main content

Statuten

Naam en zetel
Artikel 1
  1. De vereniging draagt de naam: Koninklijk Nederlands Korfbalverbond. De vereniging wordt verder in deze statuten en in de reglementen aangeduid met KNKV.
  2. Het KNKV heeft zijn zetel in Arnhem.
Oprichting
Artikel 2
  1. Het KNKV is op twee juni negentienhonderd drie (02-06-1903) opgericht onder de naam Nederlandse Korfbalbond. Deze is sedert zestien mei negentienhonderd acht en dertig (16-05-1938) gerechtigd het predicaat “Koninklijke” in de naam te voeren.
  2. Op een juli negentienhonderd drie en zeventig (01-07-1973) is de naam van de vereniging, ter gelegenheid van de fusie met de op twee en twintig april negentienhonderd twintig (22-04-1920) opgerichte Christelijke Korfbal Bond in Nederland, gewijzigd in “Koninklijk Nederlands Korfbalverbond”.
  3. Op een januari negentienhonderd vier en negentig (01-01-1994) zijn de leden, die tot die datum aangesloten waren bij de Nederlandse Dames Korfbal Bond, die een voortzetting was van de op zes en twintig september negentienhonderd zeven en veertig (26-09-1947) opgerichte Rooms Katholieke Dames Korfbal Bond, toegetreden tot het KNKV.
Duur
Artikel 3
  1. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2. a. Het boekjaar is de periode waarvoor de begrotingen worden vastgesteld en waarover het Bondsbestuur het jaarverslag uitbrengt en zich verantwoordt voor het gevoerde beleid en loopt van een juli tot en met dertig juni.
    b. Het verbondsjaar is de periode, waarin de reguliere activiteiten van het KNKV plaatsvinden en loopt van een juli tot en met dertig juni.
Rechtsbevoegdheid en organen
Artikel 4
  1. Het KNKV bezit volledige rechtsbevoegdheid.
  2. Het KNKV is verdeeld in vierentwintig (24) regio’s. Het Bondsbestuur stelt in een bestuursbesluit de gebiedsomvang van deze regio’s vast. Deze regio’s bezitten geen eigen rechtspersoonlijkheid.
  3. Organen van het KNKV zijn: het Bondsbestuur, de Bondsraad en de commissies genoemd onder de leden 4.a, b en c. De organen bezitten geen eigen rechtspersoonlijkheid.
  4. a. Het KNKV kent commissies, die onafhankelijk zijn van het Bondsbestuur, namelijk de Tuchtcommissie, de Commissie van Beroep en de Reglementscommissie.
    b. Voor de duur van de overeenkomst die het KNKV met het Instituut Sport Rechtspraak (ISR) is overeengekomen, zijn de aanklager van ISR, de Tuchtcommissie ISR en de Commissie van Beroep ISR eveneens een orgaan van het KNKV. De Tuchtcommissie ISR en de Commissie van Beroep ISR spreken recht in naam van het KNKV en hun uitspraken gelden als uitspraken van het KNKV.
    c. Naast de in lid 4 a genoemde commissies kent het KNKV een commissie van de Bondsraad, die de Bondsraad adviseert in haar financieel toezicht (jaarrekening). Dit betreft de onafhankelijke Landelijke Financiële Commissie.
    d. De Bondsraad kan, zelfstand dan wel op voorstel van het Bondsbestuur, andere zelfstandige commissies instellen en de verkiezing, samenstelling, taak en werkwijze van deze commissies regelen.
    e. De taken en werkwijze van de commissies genoemd onder lid 4.a, b en c worden op voorstel van het Bondsbestuur, vastgesteld door de Bondsraad. De taken en werkwijze van deze commissies vinden hun borging in de strategische cyclus.
  5. a. De leden van de commissies genoemd onder lid 4.a en b worden benoemd op basis van een voordrachtsprocedure.
    b. De voordrachtsprocedure heeft als wezenlijke elementen:
    (a) een door de Bondsraad goedgekeurde profielschets;
    (b) een tijdige oproep tot kandidaatstelling aan alle verenigingen;
    (c) het recht voor elk lid van het KNKV om zich op eigen initiatief kandidaat te stellen;
    (d) toetsing van de kandidaten aan het profiel door het Bondsbestuur.
    c. De Bondsraad besluit voor zover van toepassing na een voordracht vanuit het Bondsbestuur, over de benoeming van de leden van de commissies genoemd in lid 4 sub a, c en d.
  6. De leden van de commissies genoemd in lid 4 hebben zitting voor de duur van drie jaar.
  7. Jaarlijks treedt – voor zover mogelijk – een evenredig deel van het aantal commissieleden volgens een door de desbetreffende commissie op te maken rooster af.
  8. Aftredende commissieleden zijn maximaal tweemaal, voor een periode van drie jaar, herkiesbaar. Na afloop van deze derde termijn kan de betrokkene niet eerder weer tot commissielid worden benoemd dan nadat een daaropvolgende periode van drie jaren is verstreken.
  9. Bij tussentijds ontstaan van een vacature in de lid 4.a. en 4.b. genoemde commissies zal lid 5 sub b. van toepassing zijn.
  10. De commissieleden mogen na hun verkiezing geen lid zijn van de Bondsraad, het Bondsbestuur en/of commissies-, werk- en projectgroepen zoals genoemd in artikel 12 lid 4.b of een arbeidsrechtelijke verhouding met het KNKV hebben. Voor de tuchtorganen van KNKV en ISR geldt ten aanzien van dubbel lidmaatschap het bepaalde in artikel 6 lid 1 van het Tuchtreglement.
  11. Het KNKV is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Doel en grondslag
Artikel 5
  1. Het KNKV stelt zich ten doel de beoefening van de korfbalsport te bevorderen, alsmede het stimuleren en organiseren van activiteiten die in het kader van de korfbalsport de ontwikkeling, vorming en recreatie van de mens beogen.
  2. Het KNKV is een organisatie die ten dienste staat van een ieder, die de in het eerste lid omschreven doelstelling wenst te onderschrijven.
  3. Het KNKV doet in zijn activiteiten recht wedervaren aan de levensbeschouwelijke opvattingen, die zich bij zijn leden openbaren.
Middelen
Artikel 6

Het KNKV tracht zijn doel te bereiken met alle overeenkomstig zijn uitgangspunt en doelstelling geoorloofde wettige middelen, te weten:
a. het geven van leiding aan hen die de korfbalsport willen beoefenen;
b. het uitschrijven en regelen van korfbalwedstrijden, alsmede het bevorderen van de organisatie van deze wedstrijden;
c. het organiseren casu quo doen organiseren van kaderopleidingen;
d. het oprichten van korfbalverenigingen;
e. het geven van voorlichting;
f. het samenwerken met instellingen en organisaties tot het bereiken van een doel dat mede ten goede komt aan de korfbalsport;
g. andere, het KNKV ten dienste staande middelen.

Leden
Artikel 7
  1. Als lid van het KNKV kunnen met inachtneming van artikel 5 worden toegelaten:
    a. korfbalverenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, korfbalafdelingen van verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, alsmede korfbalverenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid, die voor de duur van ten hoogste een jaar, te rekenen van de datum van oprichting, dispensatie van de eis tot volledige rechtsbevoegdheid van het Bondsbestuur hebben verkregen;
    b. verenigingsleden die zich voor het lidmaatschap van een onder a. bedoelde vereniging hebben aangemeld en daarmede tevens voor het lidmaatschap van het KNKV;
    c. natuurlijke personen (onafhankelijke leden), die zich, anders dan op de wijze als bedoeld onder b., voor het lidmaatschap van het KNKV hebben aangemeld. Daartoe worden ook personen gerekend die tot erevoorzitter, erelid of lid van verdienste, als bedoeld in de leden 5 en 6.a. van dit artikel benoemd zijn.
  2. a. De in lid 1 onder a. bedoelde rechtspersonen worden door het Bondsbestuur ingedeeld in een regio.
    b. De in lid 1 onder b. bedoelde verenigingsleden worden ingedeeld bij de regio van hun vereniging.
    c. De in lid 1 onder c. bedoelde onafhankelijke leden ressorteren onder de regio waartoe hun woonplaats behoort.
  3. Het Bondsbestuur beslist over de aanmelding en de toelating van de in lid 1 bedoelde personen op de wijze als bepaald in het huishoudelijk reglement en kan aan de toelating voorwaarden verbinden.
  4. Bij niet-toelating van een lid door het Bondsbestuur kan op verzoek van de betrokkene door de eerstvolgende Bondsraad alsnog tot toelating worden besloten.
  5. De Bondsraad kan op voorstel van het Bondsbestuur aan een afgetreden voorzitter van het KNKV de titel van erevoorzitter van het KNKV verlenen.
  6. a. De Bondsraad kan op voorstel van het Bondsbestuur een verenigingslid als bedoeld in lid 1 onder b. of een onafhankelijk lid als bedoeld in lid 1 onder c. wegens zijn bijzondere verdiensten voor de korfbalsport in het algemeen en/of voor het KNKV in het bijzonder, tot erelid of lid van verdienste van het KNKV benoemen.
    b. De Bondsraad kan op voorstel van het Bondsbestuur in zeer bijzondere gevallen aan een niet-lid van het KNKV wegens zijn buitengewone verdiensten voor de korfbalsport in het algemeen en/of voor het KNKV in het bijzonder een bijzondere onderscheiding toekennen.
  7. Functies in het KNKV, die niet rechtstreeks voortvloeien uit een dienstbetrekking met het KNKV, kunnen slechts door leden van het KNKV worden uitgeoefend.
Donateurs
Artikel 8
  1. Als donateur kunnen worden toegelaten personen die zich jegens het KNKV verplichten jaarlijks een bijdrage te storten waarvan het minimum door de Bondsraad wordt vastgesteld.
  2. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten of reglementen zijn toegekend of opgelegd.
  3. De rechten en verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.
  4. Opzegging namens het KNKV geschiedt door het Bondsbestuur.
Verplichtingen van de leden
Artikel 9
  1. Leden van het KNKV zijn verplicht:
    a. de statuten en reglementen van het KNKV, de reglementen van het ISR, de besluiten van één van zijn organen, alsmede de van toepassing verklaarde spelregels na te leven;
    b. de belangen van het KNKV of van de korfbalsport in het algemeen niet te schaden;
    c. zich tegenover andere leden te onthouden van seksuele intimidatie, zijnde elke vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige of beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Het in strijd handelen met deze bepaling geldt als een overtreding, als geregeld in het Tuchtrecht, zoals vastgelegd in het Tuchtreglement seksuele intimidatie Instituut Sportrechtspraak.
    d. alle overige verplichtingen welke het KNKV uit naam van zijn leden aangaat of welke uit het lidmaatschap voortvloeien, te aanvaarden en na te leven.
  2. De in artikel 7 lid 1 onder a. bedoelde verenigingen zijn verplicht:
    a. als lid bij het KNKV op te geven de verenigingsleden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder b. die tot hun vereniging of hun afdeling korfbal toetreden of zijn toegetreden;
    b. van de beëindiging van het lidmaatschap van het KNKV van de verenigingsleden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder b. aan het KNKV kennis te geven.
  3. Een lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij andere verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 lid 5 onder e., door opzegging van het lidmaatschap te zijnen opzichte uitsluiten.
  4. Behoudens de in deze statuten en reglementen vermelde verplichtingen kunnen door het KNKV in naam van de leden geen verplichtingen worden aangegaan, dan nadat het Bondsbestuur daartoe door de Bondsraad vertegenwoordigingsbevoegd is verklaard.
  5. Ieder lid wordt geacht de statuten, reglementen en besluiten te kennen, waaronder begrepen de wedstrijdbepalingen en de op grond van het Dopingreglement gepubliceerde dopinglijsten, alsmede alle mededelingen die als officiële mededelingen worden gemaakt.
  6. Het KNKV is bevoegd ten laste van zijn leden in het kader van de bestrijding van doping in de sport verplichtingen aan te gaan met de Dopingautoriteit, zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, opdat de leden van het verbond gebonden zijn aan het door de Dopingautoriteit gehanteerde Nationaal Dopingreglement, alsmede aan de daarop gebaseerde beslissingen van de Dopingautoriteit en haar commissies of organen.
Toepassing ISR reglementen
Artikel 9a
  1. Voor het uitoefenen van de tuchtrechtspraak voor specifieke overtredingen die verband houden met Seksuele intimidatie, Doping en Matchfixing, sluit het KNKV met het Instituut Sportrechtspraak (ISR) een daartoe strekkende overeenkomst in de zin van artikel 46 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, krachtens welke overeenkomst het uitoefenen van de tuchtrechtspraak in de Bond daarvoor wordt opgedragen aan het Instituut Sportrechtspraak. Het Bondsbestuur doet van de overeenkomst die het met het Instituut Sportrechtspraak heeft gesloten schriftelijk mededeling aan alle leden van het KNKV.
  2. Het bestuur behoeft voor het aangaan en het wijzigen van de overeenkomst met het Instituut Sportrechtspraak de voorafgaande goedkeuring van de Bondsraad.
  3. Met betrekking tot de aan het Instituut Sportrechtspraak opgedragen tuchtrechtspraak gelden de desbetreffende reglementen van het Instituut Sportrechtspraak als de van toepassing zijnde reglementen van het KNKV, welke reglementen door het bestuur van het Instituut Sportrechtspraak worden vastgesteld en gewijzigd.
  4. Met “Tuchtreglement seksuele intimidatie‟, “Tuchtreglement dopingzaken‟, “Dopingreglement‟ en “Matchfixingreglement‟ worden in deze statuten en in de reglementen van het KNKV het Tuchtreglement seksuele intimidatie, het Dopingreglement en het Reglement Matchfixing van het Instituut Sportrechtspraak bedoeld.
  5. Op de tuchtrechtspraak van het KNKV is het Tuchtreglement van het KNKV van toepassing. Daarop gelden de volgende uitzonderingen:
    a. ingeval van seksuele intimidatie is het Tuchtreglement seksuele intimidatie van het ISRvan toepassing;
    b. Ingeval van matchfixing is het Matchfixingreglement van het ISR van toepassing;
    c. In dopinggevallen geschiedt de tuchtrechtspraak met inachtneming van het ISR Dopingreglement, inclusief de daarvan deel uitmakende dopinglijsten, de Bijlage Dispensaties en de bijlage Whereabouts.
  6. De van toepassing zijnde reglementen van het Instituut Sportrechtspraak treden in het KNKV in werking op de door het Bondsbestuur van het KNKV met het Instituut Sportrechtspraak overeengekomen datum, van welke datum het Bondsbestuur aan de leden via een publicatie mededeling doet. Wijzigingen in de desbetreffende reglementen treden in werking op de door het bestuur van het Instituut Sportrechtspraak vastgestelde datum. Het Bondsbestuur doet van deze datum alsmede van de wijzigingen in een van toepassing zijnde reglement via een publicatie mededeling aan de leden. De Bond is niet bevoegd zelf een wijziging in een van toepassing zijnd reglement van het Instituut Sportrechtspraak aan te brengen.
  7. Tenzij in een reglement van het Instituut Sportrechtspraak anders is bepaald, zijn de van toepassing zijnde reglementen van het Instituut Sportrechtspraak op de leden van het KNKV van toepassing volgens de laatste, door het bestuur van het Instituut Sportrechtspraak vastgestelde versie, zoals gepubliceerd op de website van het Instituut Sportrechtspraak.
  8. Wanneer een beslissing tot gevolg heeft dat een besluit nietig is of wordt vernietigd, kan hieraan door het betrokken lid noch door derden enig recht op schadeloosstelling worden ontleend, terwijl evenmin aanspraak kan worden gemaakt op een gewijzigde uitslag of op het opnieuw houden van een wedstrijd en/of evenement.
  9. De door het Instituut Sportrechtspraak in het KNKV krachtens een overeenkomst uit te oefenen tuchtrechtspraak geschiedt in naam, ten behoeve, alsmede voor rekening en risico van het KNKV. Het KNKV vrijwaart het Instituut Sportrechtspraak, zijn bestuursleden, zijn tuchtrechters, zijn aanklagers, zijn ambtelijke secretariaat, zijn onderzoekscommissie, zijn juridisch secretariaat, zijn deskundigen, zijn juridisch adviseur en de aanklager voor elke aansprakelijkheid ten aanzien van zowel de door of namens het Instituut Sportrechtspraak verzorgde rechtspleging.
  10. Voor de duur van de in lid 1 bedoelde overeenkomst zijn de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak een orgaan van het KNKV. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak spreken recht in naam van het KNKV en hun uitspraken gelden als uitspraken van het KNKV.
  11. De leden van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak worden benoemd door het bestuur van het Instituut Sportrechtspraak. De commissies worden bijgestaan door het ambtelijk secretariaat en het juridisch secretariaat van het Instituut Sportrechtspraak. Wanneer gesproken wordt over de tuchtcommissie en de commissie van beroep worden hieronder tevens begrepen hun algemeen voorzitters, kamers, kamervoorzitters alsmede het ambtelijk en het juridisch secretariaat van het Instituut Sportrechtspraak.
  12. Het Bondsbestuur is op grond van de reglementen van het Instituut Sportrechtspraak bevoegd een ordemaatregel te nemen. Deze ordemaatregelen zijn een beleidsmaatregel en geen tuchtrechtelijke straf.
  13. Een uitspraak van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak zijn bindend, zowel voor het betrokken lid, de andere leden van het KNKV als voor het KNKV zelf. De genoemde ordemaatregel van het bestuur is bindend voor de duur van die maatregel.
  14. Alle leden, organen en commissies van het KNKV zijn gehouden mede te werken aan het tot stand komen van een uitspraak van de tuchtcommissie en/of van de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak en zijn tevens gehouden mee te werken aan het ten uitvoerleggen van de door deze commissies opgelegde straffen.
Einde lidmaatschap
Artikel 10
  1. Het lidmaatschap eindigt:
    a. van de in artikel 7 lid 1 onder a. bedoelde verenigingen door ontzetting, opzegging of wanneer zij ophouden te bestaan;
    b. van de in artikel 7 lid 1 onder b. bedoelde verenigingsleden door overlijden, door ontzetting uit of opzegging van het lidmaatschap van, respectievelijk door het KNKV, door beëindiging als bedoeld onder a., alsmede door ontzetting uit of opzegging van het lidmaatschap door hun vereniging;
    c. van de in artikel 7 lid 1 onder c. bedoelde onafhankelijke leden door overlijden, alsmede door ontzetting uit of opzegging van het lidmaatschap van, respectievelijk door het KNKV.
  2. Door beëindiging van het lidmaatschap van een vereniging als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a. van een verenigingslid als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder b. wordt het lidmaatschap van het KNKV van het desbetreffende verenigingslid geacht te zijn beëindigd.
  3. Behalve in geval van overlijden, ontzetting of opzegging door het KNKV eindigt het lidmaatschap van de in artikel 7 lid 1 onder b. en c. bedoelde verenigingsleden en onafhankelijke leden niet als zij uit anderen hoofde reeds lid van het KNKV zijn of blijven.
  4. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt op de wijze als bepaald in het tuchtreglement.
  5. a. Opzegging van het lidmaatschap namens het KNKV geschiedt schriftelijk door het Bondsbestuur en kan geschieden tegen het einde van het verbondsjaar met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken. Opzegging van het lidmaatschap namens het KNKV is mogelijk indien een lid heeft opgehouden aan de voorwaarden van het lidmaatschap te voldoen en indien een lid zijn verplichtingen jegens het KNKV niet nakomt. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van het KNKV redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. De betrokkene wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep op de Bondsraad open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
    b. Opzegging van het lidmaatschap door de verenigingen, de verenigingsleden en de onafhankelijke leden als bedoeld in artikel 7 lid 1 dient schriftelijk te geschieden tegen het einde van het verbondsjaar, met een opzeggingstermijn van ten minste vier weken, met dien verstande dat de opzeggingstermijn voor verenigingsleden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder b. is bepaald in de statuten van de vereniging als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a., welke het lid als zodanig laatstelijk bij het KNKV heeft aangemeld en welke termijn niet korter dan vier weken kan zijn. Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van een lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    c. Een opzegging in strijd met het onder a. en b. bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
    d. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit, waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
    e. Een opzegging als bedoeld in artikel 9 lid 3 dient te geschieden binnen een maand nadat het bedoelde besluit aan het lid bekend geworden of medegedeeld is.
    f. Leden van wie het lidmaatschap namens het KNKV is opgezegd, kunnen slechts na rehabilitatie door het Bondsbestuur opnieuw als lid van het KNKV worden toegelaten.
  6. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verbondsjaar eindigt, blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage (contributie) geheel verschuldigd.
  7. Behoudens ingeval van overlijden wordt enig gewezen lid, dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het einde van het verbondsjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van het KNKV of van één van zijn organen, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij het lid betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen rechten uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.
  8. Het Bondsbestuur kan van het einde van een lidmaatschap een officiële mededeling doen.
Bondsbestuur
Artikel 11
  1. Het Bondsbestuur bestaat uit ten minste vijf meerderjarige personen die na hun verkiezing geen lid mogen zijn van de Bondsraad en/of commissies en werkgroepen zoals genoemd in artikel 4 lid 4 en 12 lid 4.b. of een arbeidsrechtelijke verhouding met het KNKV mogen hebben. Leden van het Bondsbestuur mogen na hun verkiezing tot maximaal zes maanden deel uit maken van een verenigingsbestuur. Het lidmaatschap van het Bondsbestuur is onverenigbaar met enige functie bij ISR.
  2. Indien het in lid 1 bedoelde aantal bestuursleden beneden het in dat lid genoemde aantal komt, blijft het Bondsbestuur bevoegd.
  3. a. De voorzitter is bij officiële vertegenwoordiging voor het KNKV de woordvoerder, tenzij hij deze taak aan een ander heeft opgedragen.
    b. De voorzitter leidt de Bondsbestuursvergadering en de Bondsraad en stelt daarin de orde van de dag vast, behoudens het recht van genoemde vergaderingen om daarin wijziging te brengen.
    c. De leden van het Bondsbestuur en de directeur van het Bondsbureau, zoals bedoeld in artikel 24, hebben het recht om alle vergaderingen en bijeenkomsten die in het verband van het KNKV worden gehouden bij te wonen en van advies te dienen.
    d. In dringende gevallen beslist de voorzitter inzake de te nemen maatregelen, zolang geen uitspraak van het Bondsbestuur kan worden verkregen. De voorzitter heeft, met inachtneming van het in de statuten, het huishoudelijk reglement en het directiestatuut bepaalde, het recht aan te geven welke zaken slechts met zijn voorkennis en goedkeuring mogen worden afgedaan. De overige leden van het Bondsbestuur raadplegen de voorzitter in alle zaken, waarbij twijfel kan bestaan ten aanzien van hetgeen het beleid van het Bondsbestuur eist. Het directiestatuut is een bestuursbesluit zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement artikel 28 lid 6 en zal door het Bondsbestuur worden vastgesteld.
  4. a. De voorzitter wordt zo nodig tijdelijk vervangen door een van de leden van het Bondsbestuur uit hun midden aan te wijzen vice-voorzitter, of indien deze verhinderd is door een door de leden van het Bondsbestuur aan te wijzen medebestuurslid.
    b. Bij ontstentenis van de voorzitter treden de onder a. bedoelde personen in alle rechten en plichten van de voorzitter.
  5. Het Bondsbestuur is verantwoording verschuldigd aan de Bondsraad.
Taken en bevoegdheden Bondsbestuur
Artikel 12
  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten en de reglementen is het Bondsbestuur belast met het besturen van het KNKV, waaronder begrepen het houden van toezicht op de naleving van de statuten en de reglementen, alsmede de besluiten van organen als bedoeld in artikel 4 lid 3.
  2. a. Het Bondsbestuur is bevoegd te handelen binnen een door de Bondsraad jaarlijks vastgestelde begroting.
    b. Daarnaast is het Bondsbestuur bevoegd, mits met voorafgaande goedkeuring van de Bondsraad, tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, het vervreemden of bezwaren van registergoederen, alsmede tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij het KNKV zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt, alsook om verplichtingen voor zijn leden aan te gaan.
  3. Tot de taak van het Bondsbestuur behoort:
    a. het vertegenwoordigen van het KNKV, zowel nationaal als internationaal;
    b. het bevorderen van het wedstrijdwezen en het regelen van de competities;
    c. het samenstellen van vertegenwoordigende ploegen welke het KNKV vertegenwoordigen;
    d. het organiseren van andere activiteiten buiten het verband van competities die in overeenstemming zijn met de doelstelling en grondslag van het KNKV, zoals vastgelegd in artikel 5;
    e. het regelen van kaderopleidingen, voor zover dit niet aan anderen is opgedragen;
    f. het beheren van de geldmiddelen;
    g. het geven van voorlichting en het zorgen voor publiciteit, waaronder begrepen het publiceren van de officiële uitgaven;
    h. het voeren van het personeelsbeleid;
    i. het verlenen van een onderscheiding aan leden die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor het KNKV;
    j. het verrichten van andere taken.
  4. a. Het Bondsbestuur kan taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk mandateren.
    b. Binnen het KNKV zijn commissies werkzaam; deze zijn ondersteunend bij de beleidsontwikkeling. Daarnaast zijn er werk- en projectgroepen werkzaam die ondersteunen bij de uitvoering van reeds vaststaand beleid. Het Bondsbestuur stelt de taak en werkwijze van deze commissies en groepen vast. De taken en werkwijze van deze commissies en groepen vinden hun borging in de strategische cyclus.
    c. Het Bondsbestuur besluit over de benoeming van de leden genoemd in lid 4 sub b.
Benoeming, zittingsduur en vacatures Bondsbestuur
Artikel 13
  1. De benoeming van een nieuw bestuurslid geschiedt als volgt:
    a. het Bondsbestuur stelt een profielschets vast dat goedkeuring behoeft van de Bondsraad;
    b. de Bondsraad stelt een projectgroep, genaamd benoemingscommissie, in waarvan deel uitmaken: de voorzitter van het Bondsbestuur, twee leden van de Bondsraad als stemgerechtigde leden en de directeur van het bondsbureau als adviserend lid. Indien het gaat om de benoeming van een nieuwe voorzitter maakt namens het Bondsbestuur een lid daarvan deel uit van de benoemingscommissie;
    c. de benoemingscommissie stelt alle leden van het KNKV in staat zich bij de benoemingscommissie te kandideren; daarnaast kan de benoemingscommissie zelf kandidaten aanzoeken;
    d. de benoemingscommissie toetst alle kandidaten aan de in de profielschets gestelde eisen, waarbij de voorzitter van het Bondsbestuur een zwaarwegende stem heeft en doet de Bondsraad haar bevindingen en gemotiveerde voordracht toekomen;
    e. de Bondsraad benoemt, na kennisgeving van de bevindingen en de motivatie van de benoemingscommissie, het nieuwe bestuurslid uit de kandidatenlijst. De voorzitter en de penningmeester van het Bondsbestuur worden in functie benoemd;
    f. indien de Bondsraad geen van de voorgestelde kandidaten wenst te benoemen, doet de benoemingscommissie zo spoedig mogelijk een nieuwe voordracht, Het staat haar daarbij vrij nieuwe kandidaten aan te zoeken.
  2. De leden van het Bondsbestuur hebben zitting voor de duur van drie jaar.
  3. a. Gekozen leden van het Bondsbestuur treden in functie op de dag volgende op die waarop de betreffende Bondsraad is gehouden.
    b. Bij tussentijds ontstaan van een vacature in het Bondsbestuur is lid 1 van toepassing.
  4. a. Jaarlijks treedt – voor zover mogelijk – een evenredig deel van het aantal bestuursleden volgens een door het Bondsbestuur op te maken rooster af.
    b. Het aftreden van de leden van het Bondsbestuur geschiedt aan het einde van de dag waarop de Bondsraad wordt gehouden.
  5. Aftredende bestuursleden zijn maximaal tweemaal, voor een periode van drie jaar, herkiesbaar. Na afloop van deze derde termijn kan de betrokkene niet eerder weer tot bestuurslid worden benoemd dan nadat een daaropvolgende periode van drie jaren is verstreken.
  6. a. De Bondsraad kan een gekozen bestuurslid als lid van het Bondsbestuur schorsen en van zijn functie ontheffen, indien het daartoe termen aanwezig acht, met dien verstande dat voor een daartoe strekkend besluit een meerderheid is vereist van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.
    b. Een schorsing, die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontheffing uit de functie, eindigt door het verloop van die termijn.
Rekening en verantwoording
Artikel 14
  1. Het Bondsbestuur is verplicht van zijn vermogenstoestand zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het Bondsbestuur brengt aan de Bondsraad binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de Bondsraad, zijn jaarverslag alsmede een balans en een staat van baten en lasten uit en doet onder overlegging van de nodige bescheiden, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerde beleid. Na verloop van deze termijn kan ieder lid rekening en verantwoording in rechte van het Bondsbestuur vorderen.
  3. Indien de financiële commissie als bedoeld in artikel 4 lid 4 sub b. de balans en de staat van baten en lasten juist heeft bevonden, doet zij aan de Bondsraad het voorstel deze stukken vast te stellen. Na de vaststelling van de jaarstukken besluit de Bondsraad, op voorstel van de financiële commissie, omtrent het verlenen aan het Bondsbestuur van decharge voor alle handelingen, voor zover die uit de jaarstukken blijken.
  4. Het Bondsbestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 gedurende zeven jaar te bewaren.
Bondsbestuursvergaderingen
Artikel 15
  1. Het Bondsbestuur vergadert wanneer de voorzitter of twee andere bestuursleden dit verlangen.
  2. a. Alle besluiten, met uitzondering van de besluiten als bedoeld in lid 7, worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, mits ten minste de helft van het aantal in functie zijnde bestuursleden aanwezig is.
    b. Stemmen als bedoeld in artikel 20 lid 6 worden niet als uitgebrachte geldige stemmen aangemerkt.
  3. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd. Indien de voorzitter of een bestuurslid anders wenst kan over een voorstel schriftelijk gestemd worden.
  4. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter.
  5. a. Het door de voorzitter van het Bondsbestuur uitgesproken oordeel dat het Bondsbestuur een besluit heeft genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
    b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a. bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zo nodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien een bestuurslid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  6. Van het verhandelde in elke vergadering van het Bondsbestuur wordt een verslag gemaakt dat in de eerstvolgende vergadering van het Bondsbestuur wordt vastgesteld. Deze verslagen worden binnen acht weken na de bijeenkomsten ter beschikking worden gesteld aan de belanghebbenden.
  7. De besluitvorming van het Bondsbestuur kan ook buiten vergadering geschieden, mits alle bestuursleden hun stem voor het betrokken voorstel hebben uitgebracht en het besluit in de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd.
Vertegenwoordiging
Artikel 16
  1. Het KNKV wordt – behoudens procuratie – in en buiten rechte vertegenwoordigd door het Bondsbestuur en door ieder lid van het Bondsbestuur afzonderlijk.
  2. Personen aan wie, hetzij in deze statuten, hetzij krachtens volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren door het Bondsbestuur een beslissing is genomen, waarbij tot het aangaan van de desbetreffende rechtshandeling(en) is besloten. Overtreding hiervan kan noch door, noch aan het KNKV of de wederpartij worden tegengeworpen.
Samenstelling Bondsraad
Artikel 17
  1. a. De Bondsraad bestaat uit de stemgerechtigde leden van de Bondsraad die alle leden van het KNKV vertegenwoordigen, alsmede uit adviserende leden.
    b. Aan de Bondsraad komen in het KNKV alle bevoegdheden toe, die niet door de wet, de statuten of reglementen aan andere organen zijn opgedragen.
    c. Het Bondsbestuur regelt de verkiezing van de leden van de Bondsraad in een afzonderlijk bestuursbesluit.
  2. a. Uit elke regio worden ter vertegenwoordiging van de onder de desbetreffende regio ressorterende leden één lid en één plaatsvervangend lid van de Bondsraad gekozen.
    b. Ieder lid van de Bondsraad heeft recht op het uitbrengen van een aantal stemmen dat overeenkomt met het aantal verenigingsleden en onafhankelijke leden van de regio.
    c. Het aantal onder een regio ressorterende leden wordt bepaald door de stand van de ledenopgaven op dertig juni voorafgaande aan de betreffende Bondsraad.
  3. Een lid van de Bondsraad kan zijn stem niet door een ander lid van de Bondsraad bij volmacht laten uitbrengen.
  4. Het Bondsbestuur bepaalt waar, wanneer en op welke wijze een Bondsraad wordt bijeengeroepen.
Buitengewone Bondsraad
Artikel 18
  1. Een buitengewone Bondsraad wordt bijeengeroepen, indien zulks nodig wordt geoordeeld door het Bondsbestuur of door een zodanig aantal leden van de Bondsraad als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte van het aantal stemmen in de Bondsraad.
    Indien leden van de Bondsraad een buitengewone Bondsraad bijeen willen roepen moet de wens daartoe onder opgave van de punten, die zij behandeld wensen te zien, schriftelijk kenbaar worden gemaakt aan het Bondsbestuur.
  2. Een vergadering als bedoeld in lid 1 moet binnen vier weken na ontvangst van het verzoekschrift zijn aangekondigd en binnen negen weken plaatsvinden.
  3. Blijft het Bondsbestuur in gebreke de vergadering tijdig aan te kondigen en te houden, dan geschiedt dit na de genoemde termijn van vier, respectievelijk negen weken, door de personen als bedoeld in lid 1 op de wijze waarop het Bondsbestuur de Bondsraad bijeenroept. De leden van de Bondsraad wijzen in dit geval een voorzitter aan om de vergadering te leiden.
  4. De datum van elke buitengewone Bondsraad moet ten minste vier weken tevoren als officiële mededeling worden gepubliceerd onder voorlopige opgave van de te behandelen punten.
  5. Het Bondsbestuur bepaalt waar en wanneer vergaderingen als bedoeld in dit artikel worden bijeengeroepen, behalve in een geval als bedoeld in lid 3, in welk geval de verzoekers zulks kunnen bepalen.
Openbare en besloten Bondsraden
Artikel 19
  1. a. De vergaderingen als bedoeld in de artikelen 17 en 18 zijn, behoudens het bepaalde in lid 2, openbaar.
    b. Voor zover de ruimte dit toelaat, hebben alle leden tot de desbetreffende vergadering toegang.
  2. De Bondsraad gaat in besloten zitting over, zodra de voorzitter of twee leden van het Bondsbestuur of vier leden van de Bondsraad die ten minste een tiende gedeelte van het aantal stemmen in de Bondsraad hebben hierom verzoeken.
  3. De Bondsraad beslist in besloten zitting of de redenen die tot het aanvragen van de besloten zitting hebben geleid voldoende zijn geweest.
  4. Tot een besloten zitting van de Bondsraad hebben toegang het Bondsbestuur, de directeur van de bureauorganisatie, de leden van de Bondsraad, de adviserende leden, alsmede al diegenen die door de Bondsraad worden toegelaten. Op advies van de directeur van de bureauorganisatie en met instemming van het Bondsbestuur kan de Bondsraad gevraagd worden ook medewerkers van de bureauorganisatie toe te laten.
  5. Omtrent hetgeen in de besloten zitting is behandeld, kan geheimhouding worden opgelegd aan hen die daarbij aanwezig of vertegenwoordigd waren.
Besluitvorming Bondsraden
Artikel 20
  1. a. Tenzij anders in dit artikel is bepaald, worden besluiten van de Bondsraad genomen met een meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen. Het totaal aantal stemmen wordt vastgesteld zoals verwoord in artikel 17 lid 2.
    b. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte geldige stemmen.
  2. Een besluit van de Bondsraad is slechts geldig, wanneer het unaniem wordt genomen of wanneer bij een meerderheidsbesluit blijkt, dat ten minste de helft van het aantal leden van de Bondsraad aanwezig is. Bij gebreke hiervan zal met inachtneming van de termijn als bedoeld in artikel 18 lid 2 een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, die bevoegd zal zijn om besluiten te nemen ongeacht het aantal aanwezige leden van de Bondsraad.
  3. Tweederde van de uitgebrachte geldige stemmen in de Bondsraad wordt vereist:
    a. voor het benoemen van een erevoorzitter van het KNKV;
    b. voor het benoemen van een erelid of een lid van verdienste van het KNKV;
    c. voor het wijzigen van de rekeneenheid;
    d. voor het wijzigen van de statuten als bedoeld in artikel 27 en de reglementen als bedoeld in artikel 28 van het huishoudelijk reglement.
    e. voor de oprichting van dan wel deelname aan een rechtspersoon door het verbond.
  4. a. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, over personen schriftelijk.
    b. Indien meer dan één vacature dient te worden vervuld, geschiedt de stemming over iedere vacature afzonderlijk.
  5. a. Indien een schriftelijke stemming is verlangd, benoemt de voorzitter een stembureau, bestaande uit drie leden.
    b. Het stembureau opent de stembiljetten en beslist over de geldigheid van ieder uitgebracht stembiljet.
  6. Als ongeldige stemmen worden aangemerkt uitgebrachte stemmen op stembiljetten die:
    a. blanco zijn;
    b. ondertekend zijn;
    c. onleesbaar zijn;
    d. een persoon niet duidelijk aanwijzen;
    e. de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat is gesteld;
    f. voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten;
    g. meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon die is bedoeld.
  7. a. Indien bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden. Verkrijgt ook bij deze stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, dan vindt herstemming plaats over de personen, die het hoogste aantal stemmen hebben verkregen.
    b. Heeft slechts één persoon het hoogste aantal stemmen verkregen, dan vindt herstemming plaats over hem en degene die het op één na hoogste aantal stemmen heeft verkregen. Zijn er meer personen die het op één na hoogste aantal stemmen hebben verkregen, dan vindt over hen eerst een tussenstemming plaats om uit te maken wie de kandidaat wordt voor de herstemming.
    c. Zowel bij de tussenstemming als bij de herstemming(en) is hij gekozen die de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen. Staken bij deze stemmingen de stemmen, dan beslist het lot.
  8. Indien de stemmen staken over een voorstel dat niet de verkiezing van personen betreft, dan is het verworpen.
  9. a. Een in de Bondsraad door de voorzitter uitgesproken oordeel, dat een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt ten aanzien van de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
    b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a. bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zo nodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der Bondsraad, of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Leden van de bondsraad
Artikel 21
  1. De leden van de Bondsraad worden voor drie jaar gekozen en zijn maximaal twee maal herkiesbaar.
  2. De leden van de Bondsraad moeten de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en mogen na hun verkiezing geen lid zijn van commissies, werk- en adviesgroepen zoals genoemd in artikel 4 lid 4 en artikel 12 lid 4.b. of een arbeidsrechtelijke verhouding met het KNKV hebben.
  3. a. Indien een lid van de Bondsraad verhinderd is een Bondsraad bij te wonen, geeft deze lid van de Bondsraad, indien mogelijk, hiervan bericht aan het Bondsbestuur.
    b. Indien een lid van de Bondsraad tussentijds aftreedt zal de procedure als genoemd in dit artikel onder lid 2 sub a. worden gevolgd. Een tussentijdse vervanger wordt benoemd voor het nog resterend deel van de zittingstermijn van de Bondsraad.
    c. Het lidmaatschap eindigt:
    – door tussentijds aftreden op eigen verzoek;
    – door het einde van het lidmaatschap als bedoeld in artikel 10 van de statuten.
  4. a. De leden van de Bondsraad hebben het recht van initiatief, amendement en interpellatie.
    b. De leden van de Bondsraad brengen hun stem uit zonder last.
  5. De in lid 4 onder a. bedoelde amendementen dienen te worden ingediend bij het Bondsbestuur.
Adviserende leden van de Bondsraad
Artikel 22
  1. Voor zover zij geen stemgerechtigd lid zijn van de Bondsraad, zijn adviserende leden:
    a. erevoorzitters, ereleden en leden van verdienste van het KNKV;
    b. leden van het Bondsbestuur;
    c. leden van de door de Bondsraad gekozen commissies;
    d. de directeur van de bureauorganisatie en op advies van de directeur van de bureauorganisatie en met instemming van het Bondsbestuur aangewezen medewerkers van de bureauorganisatie.
  2. Voorts zijn adviserend lid degenen die door de voorzitter van de Bondsraad als zodanig zijn toegelaten.
  3. Adviserende leden hebben het recht in de Bondsraad het woord te voeren.
De Strategische Cyclus
Artikel 23

Bondsraad

  1. Naast andere in de statuten en reglementen aan haar opgedragen taken is de Bondsraad in het bijzonder belast met:
    a. het goedkeuren van het jaarlijks geactualiseerde strategisch meerjarenplan en het daarvan afgeleide jaarplan;
    b. het goedkeuren van de daarop gebaseerde begroting;
    c. het goedkeuren van het jaarverslag, waarin verantwoording wordt afgelegd voor het in het afgelopen boekjaar gevoerde beleid;
    d. het vaststellen van de jaarrekening.
  2. De Bondsraad kent drie reguliere vergaderingen per jaar, waarin de in het vorige lid genoemde taken op gestructureerde wijze aan bod komen, te weten:
    a. een oordeelsvormende vergadering (‘strategisch beraad’), waarin het concept strategisch meerjarenplan en het daarvan afgeleide jaarplan ter bespreking voorliggen;
    b. een besluitvormende vergadering waarin het strategisch meerjarenplan, het daarvan afgeleide jaarplan en de begroting ter goedkeuring voorliggen;
    c. een evaluerende vergadering, waarin het jaarverslag en de jaarrekening ter goedkeuring respectievelijk vaststelling voorliggen en het Bondsbestuur decharge wordt verleend.
    Bijeenkomsten van de regio’s
  3. Elk jaar vindt per regio of clustering van regio’s een informatieve bijeenkomst plaats waarin de lidverenigingen in staat worden gesteld hun oordeel te geven over het concept strategisch plan en het daarvan afgeleide jaarplan.
  4. Een dergelijke districtsbijeenkomst vindt plaats op een tijdstip voorafgaand aan het ‘strategisch beraad’ als bedoeld in lid 2 sub a.
    Totstandkoming van het strategisch plan
  5. Op basis van inhoudelijke aanwijzingen van het Bondsbestuur bereidt de directeur van de bureauorganisatie, in opdracht van het Bondsbestuur, het concept strategisch plan voor en wint daarbij advies in van de zelfstandige commissies als bedoeld in artikel 4 lid 4.a., van adviescommissies als bedoeld in artikel 4 lid 4.b. en c., en voor zover relevant van werk-, advies- en projectgroepen als bedoeld in artikel 12 lid 4.b. van de statuten.
  6. Het Bondsbestuur stelt het concept strategisch plan en het daarvan afgeleide jaarplan vast voorafgaand aan de bijeenkomsten van de regio’s als bedoeld in lid 3. Het Bondsbestuur stelt tevens het definitieve strategische plan, het daarvan afgeleide jaarplan en de begroting vast, die conform lid 2 ter goedkeuring aan de Bondsraad worden voorgelegd.
  7. De leden van de Bondsraad hebben het recht om tijdig over de voor hen van belang zijnde informatie te beschikken. Jaarlijks zal de strategische cyclus worden vastgesteld met vermelding van de data waarop de agenda en de voor de strategische cyclus van belang zijnde stukken beschikbaar worden gesteld.
Het bondsbureau en de interne organisatie daarvan
Artikel 24
  1. Het bondsbureau is het centrale werkapparaat van het KNKV.
  2. De directeur is belast met de dagelijkse gang van zaken, met de voorbereiding en de uitvoering van de besluiten van het Bondsbestuur en van de Bondsraad, alsmede met het verrichten van werkzaamheden die op grond van de met de directeur gesloten arbeidsovereenkomst zijn opgedragen of welke anderszins door het Bondsbestuur worden opgedragen. Aan het Handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt opgave gedaan van de volmacht krachtens welke de directeur vertegenwoordigingsbevoegd is. De directeur is alleen verantwoording verschuldigd aan het Bondsbestuur.
  3. De directeur wordt benoemd, beoordeeld, geschorst en ontslagen door het Bondsbestuur dat tevens de voorwaarden van de dienstbetrekking schriftelijk vaststelt. Een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt genomen op basis van een meerderheid van het aantal benoemde bestuursleden.
  4. De directeur is belast met het benoemen, het schorsen en het ontslaan van de werknemers van het KNKV. Deze zijn alleen aan de directeur verantwoording verschuldigd. De directeur stelt de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de medewerkers vast.
  5. De directeur woont alle vergaderingen van het Bondsbestuur en van de Bondsraad bij en heeft daar een adviserende stem.
  6. Het Bondsbestuur kan een plaatsvervangend directeur benoemen, die de directeur bij afwezigheid vervangt en alsdan in de bevoegdheden van de directeur treedt.
  7. De verdere taken en bevoegdheden van de directeur zijn uitgewerkt in een directiestatuut, vast te stellen door het Bondsbestuur.
Geldmiddelen
Artikel 25

De inkomsten van het KNKV of één van zijn organen bestaan uit:
a. contributies;
b. bijdragen;
c. donaties;
d. andere baten.

Contributievrijstelling
Artikel 26

Ereleden en leden van verdienste, zowel van het KNKV als van de regio’s of rechtsvoorgangers hiervan, behoeven als zodanig geen contributie te betalen.
Onafhankelijke leden die deel uitmaken van het Bondsbestuur, een districtsbestuur, een commissie of een werk- advies of projectgroep zijn vrijgesteld van het betalen van contributie.

Statutenwijziging
Artikel 27
  1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de Bondsraad waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat daarin wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij, die de oproeping tot de Bondsraad ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vier weken voor de Bondsraad het – van een toelichting voorziene – voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op het bondsbureau voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de Bondsraad wordt gehouden. Bovendien wordt de voorgestelde wijziging ten minste vier weken voor de Bondsraad als officiële mededeling gepubliceerd en wordt een afschrift hiervan aan de leden van de Bondsraad als bedoeld in artikel 17 lid 2 toegezonden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen in een Bondsraad, waarin ten minste twee/derde van het aantal leden van de Bondsraad dat volgens artikel 17 lid 2 maximaal aanwezig zou kunnen zijn, blijkens de presentielijst aanwezig is, met dien verstande, dat voor aanvaarding van een voorstel tot statutenwijziging ten minste twee/derde van het aantal stemmen in de Bondsraad noodzakelijk is. Is niet twee/derde van dit aantal leden van de Bondsraad aanwezig, dan wordt binnen vier weken, doch niet eerder dan binnen twee weken, een tweede Bondsraad bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat op de agenda van de vorige Bondsraad voorkwam, ongeacht het aantal aanwezige leden van de Bondsraad, kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.
  4. a. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Dit tijdstip wordt als officiële mededeling gepubliceerd.
    b. Ieder lid van het Bondsbestuur afzonderlijk is gerechtigd een akte tot statutenwijziging te doen verlijden ten overstaan van de door het Bondsbestuur daartoe aangewezen notaris.
  5. Het Bondsbestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten te deponeren ten kantore van de Kamer van Koophandel.
Ontbinding
Artikel 28
  1. Een besluit tot ontbinding van het KNKV kan slechts worden genomen in een Bondsraad, waarin ten minste twee/derde van het aantal leden van de Bondsraad dat volgens artikel 17, lid 2 maximaal aanwezig zou kunnen zijn, blijkens de presentielijst aanwezig is, met dien verstande dat voor aanvaarding van een voorstel tot ontbinding ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen noodzakelijk is.
  2. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.
  3. De Bondsraad, welke tot ontbinding besluit, bepaalt tevens de wijze van afwikkeling, met dien verstande dat het Bondsbestuur met de vereffening zal zijn belast.
  4. Een batig saldo wordt, nadat aan alle verplichtingen jegens de bezoldigde werknemers van het KNKV of één van zijn organen is voldaan, ter beschikking gesteld voor een doel dat ten goede komt aan de lichamelijke ontwikkeling van het Nederlandse volk.
  5. Na ontbinding blijft het KNKV voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen van kracht. In stukken en aankondigingen die van het KNKV uitgaan moet aan zijn naam worden toegevoegd “in liquidatie”.
Slotbepaling
Artikel 29

Artikel 28 en dit artikel mogen niet worden gewijzigd, zodra een voorstel tot ontbinding van het KNKV aanhangig is gemaakt.