Skip to the main content

Rompregeling Arbitrage

De Bondsraad van het Koninklijk Nederlands Korfbal Verbond van 28 september 2019 heeft de volgende regeling als bedoeld in artikel 35 lid 1 van het reglement van wedstrijden voor de levering door de verenigingen van arbitrage officials vastgesteld.

Inleiding

In het seizoen 2014/2015 is een evaluatie gehouden van de effecten van de in oktober 2014 goedgekeurde Rompregeling. Daarbij is door Bondsbestuur en Bondsraad op 12 december 2015 geconcludeerd dat de Rompregeling in de uitvoering voor verenigingen onvoldoende flexibiliteit kende. Met de nu aangebrachte wijzigingen is de flexibiliteit beduidend vergroot Het in de vorige regeling gehanteerde sanctiebeleid heeft positief gewerkt, maar wordt nu aangevuld met maatregelen die preventief en ‘gedragscorrigerend’ moeten werken. Uit de enquête is ook gebleken dat er bij de verenigingen een grote voorkeur bestaat voor een regeling voor meerdere jaren. Deze nieuwe regeling geldt daarom tot en met het seizoen 2020/2021.

Algemeen
Artikel 1
  1. In het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond, verder te noemen “KNKV”, bestaat een regeling voor:
    a. het leiden van wedstrijden;
    b. het beoordelen en begeleiden van dan wel rapporteren over KNKV-scheidsrechters, die op neutraal terrein hun wedstrijden fluiten.
    welke regeling wordt aangehaald als zijnde de “Rompregeling Arbitrage”, verder te noemen de regeling”. De regeling heeft tot doel als KNKV over kwalitatief goede en kwantitatief voldoende leiding te kunnen beschikken en tevens om alle competitiewedstrijden van gekwalificeerde wedstrijdleiding te voorzien.
  2. Het bondsbureau is belast met de praktische uitvoering van deze regeling, zoals hierin beschreven. Dat gebeurt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze regeling, die bij het Bondsbestuur berust.
Toepassing
Artikel 2
  1. De regeling is van toepassing op de verenigingen, die deelnemen aan de door het Bondsbestuur georganiseerde competitie.
  2. De regeling geldt voor zowel de veld- als de zaalcompetitie met dien verstande, dat deze competities als los van elkaar staande competities worden beschouwd.
  3. De navolgende klassen en competities, waarbij neutrale leiding het uitgangspunt is, vallen onder de werkingssfeer van de regeling:
    a. de topkorfbalcompetitie: alle klassen;
    b. de wedstrijdkorfbalcompetitie: alle klassen;
    c. beslissingswedstrijden in klassen, zoals genoemd onder a en b;
    d. wedstrijden in toernooivorm om het kampioenschap van Nederland in klassen, zoals genoemd onder a en b.
    e. De door het KNKV-georganiseerde bekercompetities
    f. In alle klassen die niet genoemd zijn onder a, b, c, d en e is neutrale leiding niet verplicht. Wel dienen de daar actieve scheidsrechters in het bezit te zijn van de daarvoor geldende certificaten.
    De in dit artikel genoemde klassen betreft zowel de gemengde als ook de dameskorfbalcompetitie.
Levering
Artikel 3

a. In de regeling wordt onder leiding verstaan de KNKV-scheidsrechters zoals aangegeven in artikel 4 van deze regeling.
b. De krachtens deze regeling aan een vereniging opgelegde verplichting tot het beschikbaar stellen van KNKV-(assistent-)scheidsrechters en/of KNKV-beoordelaars en/of KNKV-rapporteurs, verder te noemen arbitrage verplichting, omvat het aantal wedstrijden, dat gelijk is aan het aantal door de ploegen uitkomend in de klassen genoemd in artikel 2 lid 3 onder a en b van deze vereniging te spelen thuiswedstrijden. Deze totale verplichting wordt in de seizoenen 2016/2017 tot en met 2020/2021 vermenigvuldigd met factor 1,25. Daarnaast worden de wedstrijden, waarbij door het Bondsbestuur een assistent-scheidsrechter wordt aangewezen (vast te leggen in de “Algemene kaders voor arbitrage officials”), dubbel geteld.
c. De KNKV-scheidsrechter dient te voldoen aan het gestelde in artikel 4 lid 1 onder b.
d. De KNKV-beoordelaar, -rapporteur en -begeleider dienen te voldoen aan het gestelde in artikel 4 lid 1.

Kwaliteitseisen arbitrageofficials
Artikel 4
  1. Binnen het KNKV zijn KNKV-scheidsrechters, KNKV-beoordelaars, KNKV-rapporteurs en KNKV begeleiders actief. Deze functionarissen worden benoemd door het Bondsbestuur. De benoeming vindt plaats op basis van toetsing aan onderstaande uitgangspunten:
    a. zijn in het bezit van het KNKV-certificaat behorende bij de desbetreffende functie;
    b. voldoen aan het gestelde in het van toepassing zijnde arbitragebeleid;
    c. worden door het bondsbureau ingedeeld op basis van de groepsindeling door de Districts Werkgroep Arbitrage.
  2. Het bondsbureau bepaalt per niveau het aantal KNKV-scheidsrechters, dat nodig is om de wedstrijden, zoals genoemd in artikel 2 lid 3 te leiden. Dit gebeurt om te voorkomen, dat er te weinig KNKV-scheidsrechters worden ingedeeld per niveau om alle daarvoor in aanmerking komende wedstrijden van neutrale leiding te voorzien.
Inspanningen verenigingen en KNKV
Artikel 5
  1. Iedere vereniging dient voldoende KNKV-scheidsrechters en/of KNKV-beoordelaars en/of KNKV-rapporteurs te leveren conform artikel 3 onder b.
  2. Indien een wedstrijd op naam van één of meerdere regio’s, samenwerkingsverband tussen verenigingen of een vereniging zelf wordt aangewezen, dient de aangewezen scheidsrechter in het bezit te zijn van het certificaat KNKV-scheidsrechter.
  3. Wanneer één of meerdere regio’s of een samenwerkingsverband tussen verenigingen, naast de in artikel 2 lid 3 onder a en b genoemde klassen, ook in andere klassen neutrale leiding wenst, is het die regio of het samenwerkingsverband tussen verenigingen vrij dat zelfstandig te organiseren. Een vereniging kan nooit verplicht worden met een dergelijk samenwerkingsverband mee te moeten werken.
  4. Elke vereniging dient in het bezit te zijn van een clubarbitrageplan. In dit clubarbitrageplan is minimaal opgenomen:
    a. een opleidingsplan om de doorstroming van scheidsrechters en jeugdscheidsrechters te waarborgen;
    b. een regeling om periodiek voldoende bijscholingsavonden te organiseren dan wel te laten bijwonen;
    c. een verklaring waarin opgenomen is, dat de vereniging handelt conform het clubarbitragebeleid van het KNKV;
    d. een regeling waarin is opgenomen op welke manier de kwaliteit van de scheidsrechters en jeugdscheidsrechters, die niet op naam neutraal hun wedstrijden fluiten, periodiek wordt gemeten.
  5. Elke vereniging heeft een scheidsrechterscoördinator aangesteld, verder aangeduid als SC. Enkele taken van de SC zijn:
    a. zorg dragen voor ontvangst van arbitrage officials zoals genoemd in artikel 22 van het Huishoudelijk reglement
    b. fungeren als aanspreekpunt voor het KNKV met betrekking tot alle arbitrage gerelateerde zaken.
  6. Cursisten, die deelnemen aan de opleiding voor het diploma KNKV-scheidsrechter worden begeleid door een KNKV-beoordelaar.
  7. Scheidsrechters, die na het behalen van het diploma KNKV-scheidsrechter op naam wedstrijden willen gaan fluiten in het kader van deze rompregeling zullen zo veel als mogelijk begeleid worden door een KNKV-beoordelaar.
  8. Het KNKV stelt de docenten en/of examinatoren aan voor de cursussen, die benodigd zijn om de diverse in artikel 4 genoemde certificaten te behalen.
Organisatie
Artikel 6
  1. Alle gegevens met betrekking tot gevolgde opleidingen conform artikel 4 worden in een centrale database bijgehouden.
  2. Alle volgens artikel 4 lid 1 benoemde KNKV-scheidsrechters dienen zo snel mogelijk doch uiterlijk voor de door het bondsbureau gecommuniceerde datum voor de betreffende speelronde hun eventuele verhindering in te voeren in het KNKV Official Portaal
  3. Een KNKV-scheidsrechter en/of KNKV-beoordelaar en/of KNKV-rapporteur dient uiterlijk voor 1 september van het betreffende seizoen door te geven voor welke vereniging zijn of haar wedstrijden in welke van deze drie functies dan ook laat meetellen. Gedurende het seizoen heeft de KNKV-scheidsrechter en/of KNKV-beoordelaar en/of KNKV-rapporteur per wedstrijd de mogelijkheid om voorafgaande aan deze wedstrijd op een nader te specificeren manier een wedstrijd voor een andere vereniging te laten meetellen. Waar in het land de scheidsrechter zijn of haar wedstrijden fluit, doet niet ter zake.
  4. Het Bondsbestuur kan aan een aantal verenigingen, regio(s) of een samenwerkingsverband tussen verenigingen, die daarom gezamenlijk verzoeken, toestaan dat zij in het kader van de uitvoering van de regeling als eenheid worden beschouwd. De afrekening en toepassing van sportieve sanctie zal ook als eenheid plaats vinden, waarbij uit het midden van de samenwerkende vereniging een contactvereniging kenbaar wordt gemaakt aan het KNKV. Deze vereniging dient ook zorg te dragen voor de verdeelsleutel van een eventuele sportieve sanctie. Indien dit niet binnen 1 maand na communicatie van de sportieve sanctie gecommuniceerd is aan het KNKV zal de toepassing plaats vinden bij de contactvereniging.
Aanwijzing en afzegging
Artikel 7
  1. Het Bondsbestuur stelt een regeling vast voor aanwijzing en afzegging voor arbitrage officials, zoals genoemd in het artikel 22 van het Huishoudelijk Reglement.
  2. De KNKV-scheidsrechters, die fluiten in de klassen genoemd in artikel 2 lid 3 onder a, b, c, d en e worden op naam aangewezen.
  3. In bijzondere gevallen kan het bondsbureau andere dan in artikel 2 lid 3 onder a, b, c, d en e genoemde wedstrijden gebruiken om neutraal fluitende KNKV-scheidsrechters in te zetten.
  4. Wanneer er geen KNKV-scheidsrechter meer beschikbaar is om een wedstrijd in een betreffende speelronde te leiden in de klassen genoemd in artikel 2 lid 3 onder a en b kan het bondsbureau deze op basis van artikel 33 R.v.W. toewijzen aan de thuisvereniging.
  5. Verenigingen hebben de mogelijkheid om in de reserve 3e klasse senioren, reserve 4e klasse senioren, 2e klasse A-jeugd, 2e klasse B-jeugd, 2e klasse C-jeugd, hoofdklasse D-jeugd en bij het dameskorfbal de standaard 2e klasse, reserve 2e klasse. hoofdklasse A-jeugd , hoofdklasse B-jeugd, hoofdklasse C-jeugd in te schrijven op wedstrijden. Dit dient te gebeuren conform het vermelde in de “Algemene kaders voor arbitrage officials”
  6. Voor een opgelegde verplichting zoals genoemd onder lid 5 van dit artikel kan een vereniging, regio of samenwerkingsverband zich niet afmelden, tenzij datum en/of aanvangstijdstip wijzigt.
  7. Een toegewezen verplichting aan een vereniging, regio of samenwerkingsverband kan niet worden gewijzigd tenzij dit een andere vereniging, regio of samenwerkingsverband betreft.
Toewijzing en telling
Artikel 8
  1. KNKV-scheidsrechter
    a. De gezamenlijke KNKV-scheidsrechters en assistent-scheidsrechters van een vereniging, regio of een samenwerkingsverband tussen verenigingen dienen de aangewezen (competitie)wedstrijden te leiden. Het aantal te leiden wedstrijden wordt door het bondsbureau vóór aanvang van de betreffende competitie vastgesteld aan de hand van artikel 3 sub b.
    b. Het bondsbureau stelt vast hoeveel daarvoor in aanmerking komende wedstrijden in werkelijkheid worden geleid door KNKV-scheidsrechters en assistent-scheidsrechters van de betrokken vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen.
    c. Wedstrijden, die van tevoren worden afgelast, tellen niet mee in bovenstaande telling.
    d. Gestaakte wedstrijden en wedstrijden, die ter plekke in aanwezigheid van de aangewezen KNKV-scheidsrechter en/of assistent-scheidsrechter worden afgelast, en wedstrijden, die geen doorgang kunnen vinden, omdat één van beide ploegen niet opkomt en het bondsbureau hiervan niet in kennis is gesteld, waardoor de KNKV-scheidsrechter een vergeefse reis heeft gemaakt, tellen mee in deze regeling. Dit is eveneens het geval wanneer er door het bondsbureau abusievelijk meer dan één KNKV-scheidsrechter is aangewezen.
    e. Bij niet aanwezig zijn van de scheidsrechter zal de wedstrijd meetellen voor de vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen waarvoor de invallerscheidsrechter zijn wedstrijden mee laat tellen, en in het bezit is van het certificaat KNKV-scheidsrechter.
    f. Wedstrijden geleid door een KNKV-scheidsrechter, die onafhankelijk lid van het KNKV is, tellen niet mee in bovenstaande telling.
    g. Wedstrijden uit de in artikel 2 lid 3 genoemde klassen die vallen onder de werkingssfeer van de regeling welke worden gefloten door cursisten, die opgaan voor het diploma KNKV-scheidsrechter tellen mee in het kader van deze regeling.
    h. Wedstrijden kunnen meetellen voor een andere vereniging dan waarvoor een KNKV-scheidsrechter staat ingeschreven.
    i. De telling geschiedt aan de hand van de op de officiële uitslagenlijsten vermelde gegevens en wordt periodiek door het bondsbureau gepubliceerd.
  2. KNKV-beoordelaars
    a. De gezamenlijke KNKV-beoordelaars van een vereniging, regio of een samenwerkingsverband tussen verenigingen dienen de aangewezen scheidsrechters of assistent-scheidsrechters te beoordelen. Het aantal te beoordelen wedstrijden wordt door het bondsbureau vóór aanvang van de betreffende competitie vastgesteld aan de hand van artikel 3 sub b.
    b. Het bondsbureau stelt aan de hand van de opgemaakte beoordelingen vast hoeveel daarvoor in aanmerking komende wedstrijden in werkelijkheid zijn beoordeeld door een KNKV-beoordelaar van de betrokken vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen.
    c. Wedstrijden, die van tevoren worden afgelast, tellen niet mee in bovenstaande telling.
    d. Gestaakte wedstrijden en wedstrijden die ter plekke in aanwezigheid van een KNKV-beoordelaar worden afgelast tellen wel mee in bovenstaande telling. Ook wedstrijden die geen doorgang vinden omdat één van beide ploegen niet opkomt en het bondsbureau hiervan niet in kennis heeft gesteld waardoor de KNKV-beoordelaar een vergeefse reis heeft gemaakt, tellen mee in deze regeling. Dit is eveneens het geval wanneer het bondsbureau abusievelijk meer dan één KNKV-beoordelaar heeft aangewezen.
    e. Wedstrijden beoordeeld door een onafhankelijke KNKV-beoordelaar tellen niet mee in bovenstaande telling.
    f. De door de KNKV-beoordelaar uitgebrachte beoordelingen, die in het kader van de desbetreffende cursus noodzakelijk zijn voor het behalen van het certificaat beoordelaar, tellen niet mee in het kader van deze regeling.
    g. Wedstrijden kunnen meetellen voor een andere vereniging dan waarvoor een KNKV-` beoordelaar staat ingeschreven.
  3. KNKV-rapporteurs
    a. De gezamenlijke KNKV-rapporteurs van een vereniging, regio of een samenwerkingsverband tussen verenigingen dienen de aangewezen scheidsrechters of assistent-scheidsrechters te rapporteren. Het aantal te rapporteren wedstrijden wordt door het bondsbureau vóór aanvang van de betreffende competitie vastgesteld aan de hand van artikel 3 sub b.
    b. Het bondsbureau stelt aan de hand van de opgemaakte rapporten vast over hoeveel daarvoor in aanmerking komende wedstrijden in werkelijkheid is gerapporteerd door een KNKV-rapporteur van de betrokken vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen.
    c. Wedstrijden, die van tevoren worden afgelast, tellen niet mee in bovenstaande telling.
    d. Gestaakte wedstrijden en wedstrijden die ter plekke in aanwezigheid van een KNKV-rapporteur worden afgelast tellen wel mee in bovenstaande telling. Ook wedstrijden die geen doorgang vinden omdat één van beide ploegen niet opkomt en het bondsbureau hiervan niet in kennis heeft gesteld waardoor de KNKV-rapporteur een vergeefse reis heeft gemaakt, tellen mee in deze regeling. Dit is eveneens het geval wanneer het bondsbureau abusievelijk meer dan één KNKV-rapporteur heeft aangewezen.
    e. Wedstrijden waarover gerapporteerd wordt door een onafhankelijke KNKV-rapporteur tellen niet mee in bovenstaande telling.
    f. De door de KNKV-rapporteur uitgebrachte rapportages, die in het kader van de desbetreffende cursus noodzakelijk zijn voor het behalen van het certificaat rapporteur, tellen niet mee in het kader van deze regeling.
    g. Wedstrijden kunnen meetellen voor een andere vereniging dan waarvoor een KNKV-rapporteur staat ingeschreven.
  4. KNKV-juryvoorzitters.
    a. Neutrale KNKV-juryvoorzitters tellen volledig mee voor de Rompregeling
    b. Verenigingsjuryvoorzitters tellen mee als een 0,5 wedstrijd voor de Rompregeling
    c. De verplichting tot levering van juryvoorzitters wordt beschreven in het Bestuursbesluit bijzondere verplichtingen zaalkorfbal.
Bonus, Malus en sportieve sanctie
Artikel 9

a. Indien het aantal door een vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen geleverde wedstrijden minder is dan op grond van het bepaalde in artikel 3 onder b zou moeten, verbeurt de betreffende vereniging voor iedere te weinig geleverde wedstrijd een geldboete van vijf rekeneenheden.
b. Indien het aantal door een vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen geleverde wedstrijden in de klassen en competities genoemd in artikel 2 lid 3 onder a, b c d en e meer is dan op grond van het bepaalde in artikel 3 onder b zou moeten, ontvangt de betreffende vereniging voor elke extra geleide wedstrijd, met een maximum van 12, een bonus van vier rekeneenheden.
c. Indien bij een wedstrijd in de klassen en competities genoemd in artikel 2 lid 3 onder a, b, c, d en e de aangewezen scheidsrechter van een vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen niet opkomt (SNO), ontvangt de vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen, waarvoor de official op grond van het bepaalde in artikel 6 lid 3 de wedstrijden laat tellen, hiervan een melding vanuit het KNKV. Bij een tweede overtreding wordt er een extra wedstrijd toegevoegd aan het te behalen quotum. Bij elke volgende overtreding worden er twee wedstrijden toegevoegd aan het te behalen quotum en wordt een geldboete opgelegd van tien rekeneenheden.
Indien, bij een SNO, de wedstrijd door een scheidsrechter van de thuisvereniging wordt gefloten, telt deze voor twee wedstrijden mee.
d. Wedstrijden uit de breedtekorfbalcompetitie welke worden gefloten door cursisten die deelnemen aan de opleiding voor het diploma KNKV-scheidsrechter tellen niet mee in het kader van deze regeling
e. De sportieve sanctie bedraagt
< 75% behaald van het quotum = puntenaftrek in het daaropvolgende seizoen;
• Het quotum wordt vastgesteld op basis van artikel 3 sub b.
• Puntenaftrek vindt plaats bij de seniorenteams in het topkorfbal en wedstrijdkorfbal met uitzondering van standaardteams, te beginnen bij het hoogste reserveteam en verder in numerieke volgorde. Per team wordt begonnen met een punt aftrek. Indien noodzakelijk volgt hierna in dezelfde volgorde een tweede punt in mindering. Per team kunnen per competitie per seizoen maximaal 2 punten in mindering worden gebracht,
• De puntenaftrek wordt gecalculeerd op basis van de totaal geleverde wedstrijden ten opzichte van het in de arbitrageverplichting gestelde quotum.
• De telling per 30 juni is bepalend voor de sanctie in het daarop volgende seizoen, waarbij veld en zaal als gescheiden competities worden gezien.
• Indien een vereniging niet voldoet aan het genoemde percentages bedraagt de aftrek tenminste 2 punten.
• Daarboven worden wedstrijdpunten in mindering gebracht op basis van de volgende rekenregel: het tekort op basis van artikel 3 sub b gedeeld door 12. Dit getal wordt naar beneden afgerond op een geheel getal, waarbij elk geheel getal een extra wedstrijdpunt in mindering betekent.
f. Wedstrijden die door de selectiewerkgroepen worden georganiseerd en waarvoor een neutrale scheidsrechter of jeugdscheidsrechter wordt aangesteld tellen niet mee in het kader van deze regeling.
g. De bonus en malus evenals de boetes voor een wedstrijd in de klassen genoemd in artikel 2 lid 3 onder a en b, waarbij de aangewezen scheidsrechter, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen niet opkomt en de sportieve sanctie worden opgelegd door het bondsbureau. Hiervan wordt melding gemaakt aan de betreffende vereniging, regio of samenwerkingsverband tussen verenigingen. Binnen 14 dagen na ontvangst van dit bericht kan schriftelijk beroep worden ingesteld bij het bureau, waarbij met redenen omkleed bezwaar kan worden gemaakt tegen de opgelegde boete. Het Bondsbestuur beslist of het bezwaarschrift al dan niet gegrond wordt verklaard.

Dispensatie
Artikel 10

Het Bondsbestuur kan aan een vereniging een tijdelijke dispensatie verlenen voor één of meer verplichtingen voortvloeiend uit deze regeling indien het naleven van die verplichting(en) zou(den) leiden tot het opheffen van die vereniging. De betreffende vereniging dient daartoe tijdig een met redenen omkleed verzoek in bij het bondsbureau.

Afrekening
Artikel 11

Indien er sprake is van overschrijding van het bonusbedrag ten opzichte van de opgelegde malusboete, zal dit pro rata opgelegd worden aan de verenigingen.

Slotbepaling
Artikel 12

Deze herziene regeling treedt in werking op 29 september 2019 en geldt tot en met 30 juni 2021. Alle eerder aangenomen arbitrageregelingen komen met het aanvaarden van deze regeling te vervallen.