Inhoud
Inleiding
Begripsbepalingen
Artikel 1 – Algemeen
Artikel 2 – Toepassing
Artikel 3 – (Kwaliteits)eisen arbitrage officials
Artikel 4 – Leveringsverplichtingen verenigingen
Artikel 5 – Relatie arbitrage official / vereniging
Artikel 6 – Inspanningsverplichtingen verenigingen
Artikel 7 – Telling uitgevoerde arbitrage activiteiten
Artikel 8 – Stimulatie arbitrale activiteiten
Artikel 9 – Aanwijzing
Artikel 10 – Bonus, malus en SNO
Artikel 11 – Sportieve sanctie
Artikel 12 – Progressieve sanctie
Artikel 13 – Bezwaar
Artikel 14 – Samenwerkingen
Artikel 15 – Coulanceregeling
Artikel 16 – Dispensatie
Artikel 17 – Afrekening
Artikel 18 – Slotbepaling
Inleiding
De Bondsraad van het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) heeft op 14 maart 2026 deze arbitrageregeling vastgesteld, als bedoeld in artikel 26, lid 1 van het Reglement van Wedstrijden. Deze regeling bevat bepalingen over de inzet, ontwikkeling en levering van arbitrage officials door verenigingen.
Uit gesprekken met verenigingen in het seizoen 2023–2024 is gebleken dat arbitrage binnen verenigingen onvoldoende structurele aandacht krijgt en dat er behoefte bestaat aan meer ondersteuning vanuit het KNKV. Daarnaast bleek dat de bestaande regeling voornamelijk was gericht op sanctionering en onvoldoende bijdroeg aan een duurzame versterking van arbitrage.
Met deze herziene arbitrageregeling beoogt het KNKV de positie van arbitrage binnen verenigingen te versterken, de opleiding en begeleiding van arbitrage officials te stimuleren en te zorgen voor een veilig en aantrekkelijk ontwikkelklimaat. Arbitrage wordt daarbij beschouwd als een onmisbaar onderdeel van de korfbalsport en verdient binnen verenigingen minimaal dezelfde aandacht als trainers/coaches en spelers.
De leveringsplicht is van toepassing voor de verenigingen die met teams uitkomen in het Topkorfbal en de A-categorie. De inspanningsverplichtingen gelden voor alle verenigingen ongeacht de rubriek waarin de teams spelen.
Deze regeling is tot stand gekomen met inbreng van verenigingen en sluit aan bij het strategisch plan van het KNKV, waarin sportplezier, persoonlijke groei en maatschappelijke impact centraal staan.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
| Arbitrageactiviteit | Een door een arbitrage official uitgevoerde taak die op grond van artikel 7 meetelt voor de leveringsverplichting van een vereniging. |
| Arbitragehandboek | Het door het bondsbestuur vastgestelde handboek waarin nadere regels zijn opgenomen over opleiding, aanwijzing, begeleiding en inzet van arbitrage officials. |
| Arbitrage official | Een door het KNKV benoemde functionaris die één of meerdere arbitrale rollen vervult, te weten: scheidsrechter, begeleider, examinator, scout of juryvoorzitter. |
| A-categorie | Competitie voor gemengde teams en damesteams voor senioren, U19, U17 en U15 die niet tot het topkorfbal behoren, zoals vastgesteld in het Reglement van Wedstrijden |
| Begeleider | Een door het KNKV benoemde arbitrage official die belast is met de begeleiding en ontwikkeling van scheidsrechters. |
| Bondsbestuur | Bondsbestuur als bedoeld in artikel 11 van de statuten |
| Bondsbureau | Bondsbureau, als bedoeld in artikel 24 van de statuten, dat door het bondsbestuur onder andere is belast met de uitvoering van de competitie en arbitrage |
| Bonus | De financiële vergoeding die wordt toegekend bij het realiseren van meer arbitrageactiviteiten dan de vastgestelde leveringsverplichting, zoals bedoeld in artikel 10. |
| Clubkadercoach Arbitrage | Een door de vereniging geregistreerde functionaris binnen een vereniging, die aantoonbaar uitvoering geeft aan begeleiding, ontwikkeling en ondersteuning van scheidsrechters conform artikel 6 en het arbitragehandboek. |
| Competitiesoort | De veldcompetitie of de zaalcompetitie, welke voor de toepassing van deze regeling als afzonderlijke competities worden beschouwd. |
| Coulanceregeling | De mogelijkheid tot gedeeltelijke vermindering van de verplichting voor sportieve sancties op grond van bijzondere omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 15. |
| Dispensatie | Een tijdelijke ontheffing van één of meer verplichtingen uit deze regeling, verleend door het Bondsbestuur op grond van artikel 16. |
| Examinator | Een door het KNKV benoemde arbitrage official die belast is met het afnemen van examens in het kader van arbitrageopleidingen. |
| Juryvoorzitter | Een door het KNKV aangewezen functionaris die belast is met de jurytaken zoals omschreven in het arbitragehandboek. |
| KNKV | Het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond. |
| KNKV-scheidsrechter | Een scheidsrechter die door het KNKV is benoemd en beschikt over het voor het betreffende niveau vereiste diploma of certificaat. |
| Leveringsverplichting | Het aantal arbitrageactiviteiten dat een vereniging op grond van artikel 4 van deze regeling per competitiesoort dient te realiseren. |
| Malus | De financiële boete die wordt opgelegd bij het niet behalen van de vastgestelde leveringsverplichting, zoals bedoeld in artikel 10. |
| Negatief resultaat | Het niet behalen van 100% van de leveringsverplichting zoals vastgesteld op grond van artikel 4 van deze regeling. |
| Positief resultaat | Het behalen van ten minste 100% van de leveringsverplichting zoals vastgesteld op grond van artikel 4 van deze regeling. |
| Progressieve sanctie | Een verhoging of verlaging van de sportieve en/of financiële sanctie op basis van prestaties in voorafgaande seizoenen, zoals bedoeld in artikel 12. |
| Quotum | Het minimumpercentage van de leveringsverplichting dat een vereniging dient te behalen om sportieve sancties te voorkomen, zoals bedoeld in artikel 11. |
| Rekeneenheid | De volgens de reglementen opgelegde boeten en te betalen administratieve bedragen worden uitgedrukt in een aantal rekeneenheden, zoals vastgelegd in artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement. |
| Samenwerking | Een door verenigingen aangegane en gemelde afspraak waarbij leveringsverplichtingen en resultaten binnen een competitiesoort gezamenlijk worden beoordeeld. |
| Scout | Een door het KNKV benoemde arbitrage official die wedstrijden observeert en beoordeelt ten behoeve van ontwikkeling en beoordeling van scheidsrechters. |
| SNO | Scheidsrechter Niet Opgekomen | Het niet verschijnen van een door het KNKV aangewezen scheidsrechter bij een wedstrijd waarvoor hij of zij was aangewezen. |
| Sportieve sanctie | De puntenaftrek die wordt opgelegd aan een vereniging bij het niet behalen van het quotum, zoals uitgewerkt in artikel 11. |
| Tekort | Het verschil tussen de gerealiseerde arbitrageactiviteiten en de vastgestelde leveringsverplichting, uitgedrukt in aantallen of percentages. |
| Topkorfbal | Competitie voor gemengde teams in de hoogste klasse of klassen zoals vastgesteld in het Reglement van Wedstrijden |
| Vereniging | Een korfbalvereniging als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a van de statuten |
Artikel 1 – Algemeen
1. Binnen het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond, verder te noemen “KNKV”, bestaat een regeling voor:
a. Het leiden van wedstrijden door scheidsrechters en juryvoorzitters
b. Het ontwikkelen van KNKV-scheidsrechters door begeleiding en scouting
2. Deze arbitrageregeling heeft de volgende doelstellingen:
a. Alle wedstrijden in het topkorfbal en in de A-categorie worden neutraal geleid
b. Alle verenigingen hebben arbitrage in hun beleid en uitvoering opgenomen, gelijk aan de technische beleidsplannen voor ontwikkeling van trainer/coaches en spelers
c. Er ontstaat een toename in begeleiding en opleiding van scheidsrechters;
d. Arbitrage officials ervaren een veilig ontwikkelklimaat
3. Het bondsbureau is belast met de praktische uitvoering van de arbitrageregeling, zoals hierin beschreven. Dat gebeurt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze regeling, die bij het bondsbestuur berust
Artikel 2 – Toepassing
1. De regeling is van toepassing op de verenigingen, die deelnemen aan de door het Bondsbestuur georganiseerde competities
2. De regeling geldt voor zowel de veld- als de zaalcompetitie met dien verstande, dat deze competities als los van elkaar staande competities worden beschouwd. De najaars- en voorjaarscompetitie tijdens de veldcompetitie wordt als één geheel beschouwd
3. Alle wedstrijden in de navolgende klassen en competities van de gemengde, en dameskorfbalcompetities vallen onder de werkingssfeer van de regeling:
a. Het topkorfbal
b. De A-categorie
c. De door het KNKV-georganiseerde bekercompetities
4. In alle klassen die niet genoemd zijn in lid 3 is neutrale leiding niet verplicht. Wel dienen de daar actieve scheidsrechters in het bezit te zijn van de daarvoor geldende diploma’s
Artikel 3 – (Kwaliteits)eisen arbitrage officials
1. Binnen het KNKV zijn KNKV-scheidsrechters, KNKV-begeleiders, KNKV-examinatoren, KNKV-scouts en KNKV-juryvoorzitters actief. Deze functionarissen worden benoemd door het bondsbestuur. Aanmelding vindt plaats op de wijze zoals omschreven in het arbitragehandboek. De benoeming vindt plaats op basis van toetsing op onderstaande uitgangspunten:
a. In het bezit van het juiste KNKV-certificaat behorende bij de desbetreffende functie zoals omschreven in het arbitragehandboek
b. voldoen aan de minimum gestelde eisen voor de betreffende rol in het arbitragehandboek
c. worden door het bondsbureau ingedeeld op basis van niveau
2. Het bondsbestuur is bevoegd een benoeming van een arbitrage official op elk moment in te trekken als niet voldaan wordt aan (één van) de voorwaarden in lid 1 van dit artikel
3. Het bondsbureau bepaalt per niveau het aantal KNKV-scheidsrechters, dat nodig is om de wedstrijden, zoals genoemd in artikel 2 lid 3 te leiden.
Artikel 4 – Leveringsverplichtingen verenigingen
De leveringsverplichtingen per veld- en zaalcompetitie voor elke vereniging wordt als volgt opgebouwd op basis van alle teams uitkomend in de klassen vermeld onder artikel 2 lid 3.
1. Elke thuiswedstrijd staat gelijk aan één (1) te leveren scheidsrechter
2. De resultante van lid 1 wordt vermenigvuldigd met factor 1,25 voor de ontwikkelingsverplichting zoals genoemd in artikel 1 lid 1.b.
3. Voor elke wedstrijd in de klassen waar conform het arbitragehandboek voor arbitrage twee scheidsrechters worden aangewezen telt elke wedstrijd als een extra verplichting voor te leveren scheidsrechters. Indien na de wedstrijd blijkt dat er geen twee scheidsrechters de wedstrijd hebben gefloten wordt deze verplichting in mindering gebracht op de totale verplichting
4. De som van de leden 1, 2 en 3 is de totale verplichting per vereniging
5. Voor studentenverenigingen is de verplichting alleen het vermelde onder lid 1 in dit artikel. Indien er gedurende het seizoen een lid van de betreffende studentenvereniging het scheidsrechtersdiploma heeft behaald wordt de verplichting zoals in dit lid geformuleerd gehalveerd.
6. Wedstrijden in klassen met schotklok waar een vereniging moet zorgen voor de bezetting van een jurytafel hebben geen invloed op de leveringsplicht.
7. Alle waarden in het kader van de verplichting worden naar beneden afgerond op hele getallen.
8. Bij terugtrekkingen van verenigingen tijdens de competitie, vervallen betreffende wedstrijden in de leveringsplicht.
Artikel 5 – Relatie arbitrage official / vereniging
1. Een arbitrage official geeft bij de eerste aanmelding als official, ongeacht de rol, aan voor welke vereniging zijn arbitrageactiviteiten meetellen in het kader van deze regeling.
2. Vervult een arbitrage official meerdere rollen, telt elke uitgevoerde arbitrage activiteit voor dezelfde vereniging
3. Alleen in de periode tussen 1 juli en 15 augustus kan een arbitrage official de verenigingen wijzigen waarvoor zijn arbitrage activiteiten meetellen. Wijziging van lidmaatschap van een vereniging speelt hier geen rol in. Zonder tijdige berichtgeving blijft de vereniging waarvoor de wedstrijden van de arbitrage official meetellen ongewijzigd
Artikel 6 – Inspanningsverplichtingen verenigingen
1. Iedere vereniging dient voldoende arbitrage officials, zoals vermeld in artikel 3, te leveren om te voldoen aan de leveringsverplichting.
2. Een vereniging dient een contactpersoon arbitrage te hebben en deze geregistreerd te hebben in Sportlink.
3. Een vereniging dient in het bezit te zijn van een verenigingsarbitrageplan. In dit plan is minimaal opgenomen hoe er gewerkt wordt:
a. Aan het opleiden van (jeugd)scheidsrechters
b. Aan het begeleiden van de eigen scheidsrechters
c. Aan het inzetten op een veilig sportklimaat.
4. Het spelregelbewijs is verplicht voor alle leden van 16 jaar en ouder op de dag van de wedstrijd. Indien een speler deelneemt aan wedstrijden zonder spelregelbewijs wordt dit beschouwd als een ongerechtigde speler.
Artikel 7 – Telling uitgevoerde arbitrage activiteiten
Voor het voldoen aan de leveringsplicht van een vereniging zoals vastgesteld in artikel 4 tellen de volgende activiteiten verricht door arbitrage officials mee:
1. Scheidsrechters:
a. Voor benoemde KNKV scheidsrechters telt elke extern gefloten wedstrijd aangewezen door het KNKV voor 1
b. Elke wedstrijd gefloten op inschrijving conform de voorwaarden zoals vermeld in het arbitragehandboek telt voor 1
c. Voor scheidsrechters in opleiding tellen maximaal 2 competitiewedstrijden om te oefenen + 2 examenwedstrijden mee, elk voor 1
d. Indien het wedstrijden van de eigen vereniging betreft is de telling als volgt:
i. Indien de vereniging in het voorgaande seizoen in de arbitrageregeling een positief resultaat heeft behaald, telt elke zelf gefloten wedstrijd voor 1
ii. Indien de vereniging in het voorgaande seizoen in de arbitrageregeling een negatief resultaat heeft behaald, telt elke zelf gefloten wedstrijd voor 0,5 punt indien de scheidsrechter gediplomeerd is en voor 0 indien niet gediplomeerd
iii. Voorafgaand aan het seizoen wordt in het overzicht van de arbitrageregeling weergegeven of situatie i of ii van toepassing is voor de betreffende vereniging
2. Begeleiders:
a. Elke begeleiding aangewezen door het KNKV als begeleider zoals omschreven in het arbitragehandboek telt voor 1
b. Externe begeleider bij opleidingen welke aangewezen is door KNKV telt voor 1
c. Examinatoren aangewezen door het KNKV voor het afnemen van een examen tellen voor 1
d. Wedstrijden door een kandidaat-begeleider in het kader van zijn opleidingstraject tellen niet mee voor de arbitrageregeling.
3. Scouts:
a. Gescoute wedstrijden tellen voor 0,5, met een maximum van 2 wedstrijden per dag, mits deze wedstrijd daadwerkelijk is gefloten door de door het KNKV aangewezen scheidsrechter
4. Juryvoorzitter
a. Elke extern door KNKV aangewezen juryvoorzitter in de klassen conform het vermelde in het arbitragehandboek telt voor 1
b. Elke juryvoorzitter bij de overige wedstrijden niet vermeld onder lid 4.a, voor de thuisvereniging telt voor 0,5
5. Gestaakte of niet gespeelde wedstrijden in verband met afgelastingen tellen mee conform vermelde in de leden 1 tot en met 4 tenzij het bondsbureau duidelijk aantoonbaar maakt dat de arbitrage official in de gelegenheid is geweest om kennis te hebben van de afgelasting
6. Bij het niet aanwezig zijn van een door KNKV aangewezen scheidsrechter die op de dag voor de wedstrijddag nog als scheidsrechter toegewezen was aan de betreffende wedstrijd telt de wedstrijd te allen tijde mee voor de vereniging waarvoor de vervangende scheidsrechter zijn wedstrijden mee laat tellen. De reden van het niet aanwezig zijn is hierbij niet van belang.
7. Na afloop van elke speelweek publiceert het bondsbureau op de website een overzicht van de actuele stand van zaken. Elke vereniging is zelfstandig verantwoordelijk voor het bijhouden van de eigen gegevens. Indien een vereniging tot de conclusie komt dat de gepubliceerde gegevens onjuist zijn, kan op elk moment van het seizoen richting het bondsbureau een overzicht van de arbitrage activiteiten zoals door de vereniging vastgesteld is gedeeld worden met het bondsbureau. Het bondsbureau vergelijkt deze gegevens met de eigen gegevens die de bron vormen voor het publicatiebestand op de website.
Artikel 8 – Stimulatie arbitrale activiteiten
Verenigingen kunnen de waarde van de leveringsplicht zoals genoemd in artikel 4 en de telling zoals genoemd in artikel 7 beïnvloeden door bepaalde arbitrale activiteiten.
1. Bij scheidsrechters die hun diploma behaald hebben telt in het daaropvolgende seizoen elke gefloten wedstrijd voor 1,1 mee.
2. Bij vrouwelijke scheidsrechters telt elke gefloten wedstrijd voor 1,1 mee.
3. Indien een vereniging beschikt over een actieve Club Kadercoach Arbitrage en aantoonbaar voldoet aan artikel 6 wat betreft beleid en uitvoering, kan een korting van tien procent (10%) worden toegepast op de leveringsverplichting. De bewijslast hiervoor ligt bij de vereniging.
Artikel 9 – Aanwijzing
1. De uitwerking van het aanwijzen van scheidsrechters is vastgelegd in het arbitragehandboek.
2. Voor wedstrijden in het topkorfbal wordt altijd arbitrage aangewezen.
3. Voor de A-categorie is van toepassing dat indien de vereniging in het voorgaande seizoen in de arbitrageregeling van dezelfde competitiesoort een positief resultaat heeft behaald:
a. De vereniging in beginsel levering van KNKV-scheidsrechters krijgt bij haar wedstrijden
b. Eerst worden alle wedstrijden aangewezen waarvan de verenigingen van beide teams uitkomend in de betreffende wedstrijd voldoen aan de regeling
c. Dan worden alle wedstrijden aangewezen waarvan de vereniging van het thuisspelende team aan de regeling voldoet en het uitspelende team niet
d. Vervolgens worden alle wedstrijden aangewezen waarvan de vereniging van het uitspelende team voldoet aan de regeling en het thuisspelende team niet.
e. Als laatste worden de wedstrijden aangewezen waarvan beide verenigingen niet aan de verplichting voldoen.
4. Wedstrijden in de A-categorie worden op basis van artikel 24 uit het Reglement van Wedstrijden altijd gespeeld.
Artikel 10 – Bonus, malus en SNO
1. Voor elke te weinig uitgevoerde arbitrage activiteit ten opzichte van de verplichting zoals vastgesteld in artikel 4 wordt een malusboete van 5 rekeneenheden zoals vastgesteld in de heffingenregeling opgelegd.
2. Voor elke extra uitgevoerde arbitrage activiteit ten opzichte van de verplichting zoals vastgesteld in artikel 4, met een maximum van twaalf (12) wordt een bonusbedrag uitgekeerd van 4 rekeneenheden zoals vastgesteld in de heffingenregeling.
3. Indien een aangewezen scheidsrechter niet opkomt (SNO), ontvangt de vereniging waarvoor de arbitrage activiteiten meetellen op basis van artikel 5 lid 3 hiervan een melding vanuit het KNKV. Bij een tweede overtreding wordt er een extra wedstrijd toegevoegd aan het te behalen quotum. Bij elke volgende overtreding worden er twee wedstrijden toegevoegd aan het te behalen quotum. Voor elke SNO wordt een geldboete opgelegd van tien rekeneenheden aan de vereniging.
Artikel 11 – Sportieve sanctie
1. Het quotum voor de sportieve sanctie bedraagt 75% van de verplichting zoals vastgesteld op basis van artikel 4 lid 1 waarbij artikel 4 lid 7 eveneens van toepassing is.
2. Indien een vereniging het quotum niet behaalt volgt er puntenaftrek in de eerstvolgende competitie in dezelfde competitiesoort in het daaropvolgende seizoen.
3. Puntenaftrek wordt toegepast op teams van de verenigingen die uitkomen in het topkorfbal en A-categorie. De toepassing vindt plaats in de volgende volgorde:
a. het hoogste seniorenteam;
b. de jeugdteams in achtereenvolgens de hoofdklasse U19, U17 en U15
c. de overige seniorenteams in aflopende numerieke volgorde;
d. de overige jeugdteams in aflopende numerieke volgorde.
Per team wordt in eerste instantie één (1) punt in mindering gebracht. Indien noodzakelijk wordt in dezelfde volgorde een tweede (2e) punt in mindering gebracht. Per team kunnen per competitiesoort per seizoen maximaal twee (2) punten in mindering worden gebracht.
4. De puntenaftrek wordt gecalculeerd op basis van de totaal geleverde arbitrageactiviteiten ten opzichte van het in lid 1 gestelde quotum. De telling per 30 juni is bepalend voor de sportieve sanctie in het daarop volgende seizoen. De veld- en zaalcompetitie worden daarbij als afzonderlijke competitiesoorten beschouwd.
5. Indien een vereniging niet voldoet aan het quotum zoals vermeld in lid 1 bedraagt de aftrek tenminste 2 punten. Daarboven worden wedstrijdpunten in mindering gebracht op basis van de volgende rekenregel: het tekort op basis van lid 1 gedeeld door 12. Dit getal wordt naar beneden afgerond op een geheel getal, waarbij elk geheel getal een extra wedstrijdpunt in mindering betekent.
Artikel 12 – Progressieve sanctie
1. Indien een vereniging in een competitiesoort in het lopende seizoen een negatief resultaat behaalt in de arbitrageregeling, wordt de sportieve en financiële sanctie voor het daaropvolgende seizoen progressief toegepast.
2. Voor de toepassing van de progressieve sanctie wordt gekeken naar de resultaten van voorafgaande seizoenen binnen dezelfde competitiesoort.
3. Het percentage van het tekort ten opzichte van de verplichting wordt per seizoen vastgesteld.
4. De hoogte van de sportieve en financiële sanctie wordt per seizoen vastgesteld op basis van de ontwikkeling van het procentuele tekort ten opzichte van het direct voorafgaande seizoen voor dezelfde competitiesoort, als volgt:
a. Indien het procentuele tekort is toegenomen ten opzichte van het direct voorafgaande seizoen, wordt de sanctie verhoogd met tien procent (10%).
b. Indien het procentuele tekort is afgenomen ten opzichte van het direct voorafgaande seizoen, wordt de sanctie verlaagd met tien procent (10%).
c. Indien het procentuele tekort gelijk is gebleven ten opzichte van het direct voorafgaande seizoen, blijft de sanctie ongewijzigd.
5. Indien sprake is van een aaneengesloten reeks van seizoenen waarin het procentuele tekort toeneemt of afneemt, wordt vanaf het tweede opeenvolgende seizoen de verhoging respectievelijk verlaging toegepast met vijf procent (5%) per seizoen
Artikel 13 – Bezwaar
De bonus en malus evenals de SNO-boetes worden opgelegd door het bondsbureau. Hiervan wordt melding gemaakt aan de betreffende vereniging. Binnen 14 dagen na ontvangst van dit bericht kan schriftelijk beroep worden ingesteld bij het bureau, waarbij met redenen omkleed bezwaar kan worden gemaakt tegen de opgelegde boete. Het Bondsbestuur beslist of het bezwaarschrift al dan niet gegrond wordt verklaard.
Artikel 14 – Samenwerkingen
Verenigingen hebben op vrijwillige basis de mogelijkheid om voor een competitiesoort een samenwerking aan te gaan. In dit geval worden alle verplichtingen zoals genoemd in artikel 4 en de resultaten zoals genoemd in artikel 7 bij elkaar opgeteld.
1. Een samenwerking moet voorafgaand aan de start van het seizoen voor de betreffende competitiesoort gemeld worden conform de procedure zoals vastgelegd in het arbitragehandboek.
2. De verenigingen geven aan welke vereniging verantwoordelijk is voor de financiële en administratieve afwikkeling. Deze vereniging is uiteindelijk verantwoordelijk voor de onderlinge afhandeling.
3. Eindresultaat arbitrageregeling
a. Het financiële resultaat wordt afgerekend met de onder lid 2 genoemde vereniging.
b. Is het resultaat van de gezamenlijke verplichting van de sportieve sanctie positief wordt er bij geen van de verenigingen een sportieve sanctie opgelegd
c. Is het resultaat van de gezamenlijke verplichting van de sportieve sanctie negatief wordt de sportieve sanctie conform de uitwerking zoals vermeld in artikel 11 toegekend.
4. Indien verenigingen in combinatieverband uitkomen in de competitie met één (1) of meerdere teams in de A-categorie en/of het topkorfbal worden lid 1 en 3 van dit artikel automatisch van toepassing. De financiële en administratieve afhandeling gaat conform de werking binnen de samenwerking van het competitieverband.
5. Voor de uitwerking van artikel 12 wordt er niet gekeken naar de prestatie in het samenwerkingsverband maar is de prestatie van de individuele vereniging van toepassing.
Artikel 15 – Coulanceregeling
Indien een vereniging voldoet aan het bepaalde in artikel 6 en, ondanks aantoonbare inspanningen of overmacht (zoals langdurige blessure van scheidsrechters die in voorgaande seizoenen aan hun minimumverplichting voldeden), een sportieve sanctie oploopt, kan de algemeen directeur op basis van een gemotiveerde beoordeling besluiten de sportieve sanctie geheel of gedeeltelijk in te trekken.
Voor toepassing van deze coulanceregeling op grond van aantoonbare inspanningen is vereist dat binnen dezelfde competitiesoort sprake is van een structurele verbetering over de drie (3) voorafgaande seizoenen. Bij de beoordeling worden tevens betrokken het handelen van de vereniging op het gebied van tuchtzaken, meldingen van ongewenst gedrag en de inzet op opleiding en begeleiding van scheidsrechters.
Artikel 16 – Dispensatie
Het Bondsbestuur kan aan een vereniging een tijdelijke dispensatie verlenen voor één of meer verplichtingen voortvloeiend uit deze regeling indien het naleven van die verplichting(en) zou(den) leiden tot het opheffen van die vereniging. De betreffende vereniging dient daartoe tijdig een met redenen omkleed verzoek in bij het bondsbureau.
Artikel 17 – Afrekening
Indien er sprake is van overschrijding van het bonusbedrag ten opzichte van de opgelegde malusboete, zal dit pro rata opgelegd worden aan alle verenigingen die recht hebben op een bonusbedrag.
Artikel 18 – Slotbepaling
Deze herziene regeling treedt in werking op 1 juli 2026 met uitzondering van de leden Artikel 6 lid 3, artikel 6 lid 4, artikel 11lid 3.a. en artikel 12. Deze leden treden in werking op 1 juli 2027. Alle eerder aangenomen arbitrageregelingen komen met het aanvaarden van deze regeling te vervallen.