Naar de hoofdinhoud gaan

Competitiehandboek (2)

Hoofdstuk 1 tot en met 8 zijn hier te vinden.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Organisatie
1.1 Verantwoordelijkheid
1.2 Bondsbureau
1.3 Boetes en sancties

Hoofdstuk 2 Indelingen
2.1 Rubrieken
2.2 Opgave aantal deelnemende teams
2.3 Combinatieteams
2.4 Het aanvragen van wildcards
2.5 Aanpassing indelingen A-categorie na publicatie
2.6 Indelingen in de B-categorie

Hoofdstuk 3 Programmering
3.1 Competitieschema
3.2 Aanvangstijden
3.3 Wijziging van speeldatum en aanvangsuur van wedstrijden
3.4 Inhalen, uit- of overspelen van wedstrijden
3.5 Richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling en uitstel van wedstrijden
3.6 Planning Korfbal League

Hoofdstuk 4 Accommodaties
4.1 Algemeen
4.2 Veldaccommodatie
4.2.1 Beschikbaarheid veldaccommodatie
4.2.2 Uitwijken bij onvoldoende (kunstgras)veld beschikking
4.2.3 Afmetingen speelveld veldkorfbal
4.2.4 Veldafmetingen beslissingswedstrijden
4.2.5 Afrastering rond het speelveld
4.3 Zaalaccommodaties
4.3.1 Speelschema
4.3.2 verzoeken met betrekking tot de (tegen)nummering
4.3.3 Inhuur
4.3.4 Bloktijden
4.3.5 Tijdstip van inhuur en spreiding over het seizoen
4.3.6 Aanvullende inhuur tijdens planningsperiode
4.3.7 Inhuren voor niet gespeelde wedstrijden
4.3.8 Verrekening zaalhuur en leegstand

Hoofdstuk 5 (Digitale) Formulieren
5.1 Wedstrijdformulieren
5.1.1 A-categorie
5.1.2 B-categorie

Hoofdstuk 6 Boetes en sancties
6.1 Schikkingsregeling A-categorie
6.2 Schikkingsregeling B-categorie

Hoofdstuk 7 Jeugdkorfbal
7.1 Categorie-aanduiding
7.2 A-categorie
7.3 B-categorie
7.3.1 Teamindeling
7.3.2 Poule-indeling
7.3.3. Invallersbepalingen B-categorie
7.4 Teamnummering
7.4.1 A-categorie
7.4.2 B-categorie
7.5 Belangrijke en afwijkende regels
7.5.1 A-categorie
7.5.2 B-categorie

Hoofdstuk 8 Speelgerechtigdheid
8.1 Competitielidmaatschap
8.2 Overschrijven
8.3 Structurele dispensatie
8.3.1 Persoonlijke dispensaties
8.3.2 Teamdispensaties
8.3.3. Algemene bepalingen rondom dispensatie
8.4 Incidentele dispensaties

Hoofdstuk 9 Bepalingen in wedstrijden
9.1 Aanvang wedstrijd
9.2 Schotklok
9.3 Wedstrijdduur
9.4 Time-out
9.5 Verhoudingen spelers en speelsters
9.5.1 Sekse definitie
9.5.2 Geslachtswijziging
9.5.3 Uitkomen in wedstrijden
9.5.4 Topkorfbal en A-categorie
9.5.5 B-categorie
9.6 Het vervangen van spelers
9.6.1 Topkorfbal en de A-categorie
9.6.2 B-categorie
9.7 Onvoltalligheid
9.8 Geen tijdstraf in wedstrijden zonder schotklok
9.9 Gelijkspel
9.10 Verlenging
9.11 Bijzondere verplichtingen topkorfbal
9.11.1 Wedstrijdanalyse
9.11.2 Wedstrijdkleding
9.12 Spelregelexperiment 2025-2026

Hoofdstuk 10 Randvoorwaardelijke benodigdheden
10.1 Paal
10.2 Kunststofkorf
10.3 Banken
10.4 Jurytafel

Hoofdstuk 11 Kleding en reclame
11.1 Rugnummers
11.2 Reclame op wedstrijdkleding
11.3 Reclame rond en op het speelveld en op spelmateriaal

Hoofdstuk 12 Reiskosten
12.1 Tegemoetkoming
12.2 Najaarscompetitie
12.3 Zaalcompetitie
12.4 Voorjaarscompetitie
12.5 Berekening
12.6 Aanvragen tegemoetkoming

Hoofdstuk 13 Uitzonderlijke omstandigheden
13.1 Afbreken competitie

Hoofdstuk 9 Bepalingen in wedstrijden

9.1 Aanvang wedstrijd

Het ontvangende team kiest het vak, waarin zij de eerste helft gaat aanvallen. Vervolgens deelt het ontvangende team haar spelers in, waarna het bezoekende team haar opstelling regelt. Wanneer van een ontvangend team geen sprake is, bepaalt het lot wie als zodanig wordt beschouwd. Bij aanvang van de eerste helft vindt de uitworp plaats door het ontvangende team. In de tweede helft vindt de uitworp plaats door het team, die in de eerste helft de uitworp niet heeft gehad.
Bij wedstrijden met een schotklok wordt overeenkomstig de vooraf ingediende opstelling opgesteld. Deze opstelling dient uiterlijk 30 minuten voor de aanvang ter beschikking van de juryvoorzitter en/of scheidsrechter te worden gesteld via het digitaal wedstrijdformulier. Nadat beide formulieren zijn ingediend, kunnen beide teams elkaars opstelling inzien.
Bij de zaalfinale van de Korfbal League en de U19 hoofdklasse dient de opstelling uiterlijk 60 minuten voor aanvang ter beschikking van de juryvoorzitter en/of scheidsrechter te worden gesteld via het digitaal wedstrijdformulier.

9.2 Schotklok

In de zaalcompetitie wordt er in de volgende klassen met een schotklok gespeeld: Korfbal League, Korfbal League 2, reserve Korfbal League, reserve Korfbal League 2, hoofd- en reserve hoofdklasse senioren, overgangs- en reserve overgangsklasse senioren, 1e klasse, hoofdklasse U19 en U17 en de overgangsklasse U19.
In de zaaldamescompetitie wordt in de volgende klassen met schotklok gespeeld: dames Topklasse, dames hoofdklasse, dames reserve topklasse en dames U19 hoofdklasse.
Voor wedstrijden met een schotklok moeten de benodigde materialen en bescheiden aanwezig zijn conform Reglement van Wedstrijden artikel 28 lid 3. Er moet daarnaast een reguliere bezetting van de jurytafel zijn, die bestaat uit juryvoorzitter, de tijd-/scorewaarnemer, de schotklokbediener en eventueel omroeper en een statisticus. Er kunnen door het Bondsbestuur aanvullende richtlijnen worden vastgesteld voor onder andere materiaal en de in dit competitiehandboek genoemde personen. Deze richtlijnen maken integraal deel uit van het competitiehandboek.
In de gehele veldcompetitie wordt zonder schotklok gespeeld.

9.3 Wedstrijdduur

Wedstrijden zonder schotklok
De wedstrijdduur voor zaal- en veldkorfbal voor senioren in wedstrijden zonder schotklok bedraagt 2×30 minuten met ten hoogste 5 minuten rust. Er is geen sprake van een technische time-out halverwege de speelhelft.
Wedstrijden met schotklok
De wedstrijdduur bij zaalkorfbal voor senioren in wedstrijden met een schotklok bedraagt 2×25 minuten zuivere speeltijd met ten hoogste 10 minuten rust. Er is geen sprake van een technische time-out halverwege de speelhelft.

9.4 Time-out

Een time-out is van toepassing in alle klassen van het topkorfbal en de A-categorie in de veld- en zaalcompetitie. Per team, per wedstrijd zijn er twee time-outs toegestaan.
Wedstrijden zonder schotklok
Bij wedstrijden zonder schotklok is de time-out formeel een feit zodra de scheidsrechter – na het tijdens een spelonderbreking op de voorgeschreven wijze aanvragen van een time-out door de coach-  het in de spelregels beschreven scheidsrechtersgebaar voor het toestaan van een time-out heeft gegeven. Tot dat moment kan de coach zijn aanvraag ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de scheidsrechter genoemd gebaar heeft gemaakt, wordt de time-out als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit de time-out niet te gebruiken. Is dit laatste het geval dan heeft het andere team het recht de tijd, die voor een time-out staat, te gebruiken voor nader overleg.

 

Wedstrijden met schotklok
Bij wedstrijden met een schotklok vraagt de coach tijdens een spelonderbreking bij de juryvoorzitter op de voorgeschreven wijze een time-out aan. Vervolgens gaat de juryvoorzitter staan en steekt een kaart met daarop een voor iedereen goed leesbare T of TO omhoog, waardoor de time-out formeel een feit is. De scheidsrechter maakt vervolgens het voorgeschreven scheidsrechtersgebaar. Tot het moment dat de juryvoorzitter de kaart omhoog steekt, kan de coach zijn aanvraag ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de juryvoorzitter de kaart omhoog heeft gestoken, wordt de time-out als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit de time-out niet te gebruiken. Is dit laatste het geval dan heeft het andere team het recht de tijd, die voor de time-out staat, te gebruiken voor nader overleg.

9.5 Verhoudingen spelers en speelsters

9.5.1 Seksedefinitie

In de spelregels van het IKF is het zodanig gedefinieerd dat een team bestaat uit vier vrouwen, gebaseerd op het geboortegeslacht, en dat de overige vier posities willekeurig ingevuld mogen worden.
Het KNKV hanteert uitsluitend de geslachten “man” en “vrouw” in de registratie in Sportlink. Of iemand als “man” of “vrouw” wordt geregistreerd wordt bepaald door
1. Registratie in bevolkingsregister
2. Dispensatie medische commissie, zie lid 9.5.2.
In de tabel hieronder is te zien wanneer iemand op basis van voorgaande wordt geregistreerd als “man” of “vrouw”.
Geslacht bij geboorte Registratie bevolkingsregister Geslacht na dispensatie MC Registratie Sportlink
Man Man Man
Man Vrouw Vrouw
Man Man Vrouw Man
Man Geen Man
Man Geen Vrouw Man
Vrouw Vrouw Vrouw
Vrouw Man Man
Vrouw Vrouw Man Man
Vrouw Geen Vrouw
Vrouw Geen Man Man
In de nationale competitie is de registratie in het bevolkingsregister doorslaggevend, maar in internationale wedstrijden zijn de IKF-regels bepalend.
Voor personen met geslacht “vrouw” in de registratie in Sportlink worden in reglementen, dit handboek of op andere plaatsen ook de termen dame, meisje of speelster gebruikt.
Voor personen met geslacht “man” in de registratie in Sportlink worden in reglementen, dit handboek of op andere plaatsen ook de termen heer, jongen of speler gebruikt.

9.5.2 Geslachtswijziging

Voor een wijziging van het geregistreerde geslacht in de ledenadministratie van het KNKV is normaal gesproken een aanpassing in het bevolkingsregister vereist. Aangezien dit proces steeds langer duurt, is een tijdelijke dispensatie via de medische commissie van het KNKV mogelijk.

Het betrokken lid (of diens ouders of wettelijke vertegenwoordigers) dient contact op te nemen met de voorzitter van de medische commissie om de vertrouwelijkheid van medische informatie te waarborgen. De verdere procedure wordt door de medische commissie afgestemd.

Een wijziging van vrouw naar man kan na een positief advies van de medische commissie direct in Sportlink worden aangepast.
Er kan geen dispensatie worden verleen voor de wijziging van man naar vrouw als dit in strijd is met de geslachtsdefinitie van het IKF, die geboortegeslacht als uitgangspunt neemt voor vrouwelijke posities in gemengd teams. Zo’n wijziging kan pas worden doorgevoerd in Sportlink als de registratie in het bevolkingsregister is aangepast.

9.5.3 Uitkomen in wedstrijden

Spelers mogen in wedstrijden alleen uitkomen conform hun in Sportlink geregistreerde geslacht.

9.5.4 Topkorfbal en A-categorie

In de gemengde competities bestaan teams uit vier mannen en vier vrouwen. In damescompetities bestaat een team uit acht vrouwen.

9.5.5 B-categorie

Gemengde teams bestaan uit acht spelers: vier mannen en vier vrouwen. Indien met hesjes wordt gespeeld, mag van deze verdeling worden afgeweken, mits het twee-tegen-twee-principe in het vak gehandhaafd blijft. De regels van dameskorfbal blijven hierbij van toepassing, ongeacht de teamsamenstelling.

Achttallen:
Het uitgangspunt is dat er gespeeld wordt conform het geslacht zoals geregistreerd in Sportlink. Bij een ongelijke verdeling van mannen en vrouwen wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling over de vakken.
Voorbeeld: zes mannen en twee vrouwen → in elk vak moet één vrouw spelen.
Na wissels (vrijwillig of noodzakelijk) moet de balans hersteld worden.

Damesteams bestaan uit 8 vrouwen. Indien in een damesteam mannen meespelen, moet ook hier een gelijkmatige verdeling over de vakken worden nagestreefd.

4Korfbal:
Er wordt gespeeld volgens het geregistreerde geslacht in Sportlink. Bij gelijke samenstelling (twee mannen, twee vrouwen) speelt iedereen conform zijn registratie.
Bij wissels blijft dit uitgangspunt gelden. In de blauwe categorie wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes; zij mogen elkaar verdedigen.

9.6 Het vervangen van spelers

Indien de spelers van een team wedstrijdkleding dragen waarop reclame-uitingen, als bedoeld in artikel 2 lid 3 onder a van het sponsoringsreglement, zijn aangebracht, is de invallende speler verplicht dezelfde wedstrijdkleding met dezelfde reclame-uitingen te dragen.

9.6.1 Topkorfbal en de A-categorie

In competitiewedstrijden in het topkorfbal en de A-categorie in zowel de gemengde als de damescompetitie, met inbegrip van alle play-off- en beslissingswedstrijden mogen zonder goedkeuring van de scheidsrechter acht spelers worden vervangen. De in het DWF vastgelegde beginopstelling is het uitgangspunt van de wedstrijd voor de telling van het aantal vervangingen. Elke speler die in de vastgelegde beginopstelling voorkomt wordt geacht aan de wedstrijd te hebben deelgenomen.

Het is toegestaan de vervangen speler opnieuw aan de wedstrijd te laten deelnemen. Elke speler kan binnen de acht toegestane vervangingen onbeperkt worden vervangen.

Op het wedstrijdformulier dient te worden vermeld welke speler op welk tijdstip is vervangen en wie als vervangende speler aan de wedstrijd is gaan deelnemen.

Wedstrijden zonder schotklok
Het vervangen van een speler en het weer laten deelnemen aan het spel is alleen mogelijk bij een spelonderbreking, dus na een fluitsignaal van de scheidsrechter. Een speler die wordt vervangen mag op het moment van vervangen niet direct in het andere vak terug gewisseld worden.

De vervangende speler stelt zich op in het voorgeschreven verenigingstenue langs de lange zijde van het speelveld waar de banken geplaatst zijn, bij het vak waarin de speler die hij gaat vervangen zich bevindt.

De vervanging is formeel een feit zodra de scheidsrechter- na het op de voorgeschreven wijze melden van een vervanging door de coach- het in de spelregels beschreven scheidsrechtersgebaar voor het vervangen van een speler heeft gemaakt. Tot dat moment kan de coach de melding ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de scheidsrechter genoemd gebaar heeft gemaakt wordt de vervanging als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit niet te vervangen.

Wedstrijden met schotklok
Voordat de scheidsrechter heeft gefloten voor de uitworp bij aanvang van de eerste helft, van de tweede helft of van een verlenging mag er gewisseld worden. Op andere momenten is het alleen mogelijk bij een spelonderbreking, dus na een fluitsignaal van de scheidsrechter. Een speler die wordt vervangen mag op het moment van vervangen niet direct in het andere vak terug gewisseld worden.

Bij een vervanging stelt de vervangende speler zich op in het voorgeschreven verenigingstenue langs de lange zijde van het speelveld waar de banken geplaatst zijn, buiten het speelveld naast de jurytafel. De speler mag het veld pas betreden als de te vervangen speler het speelveld heeft verlaten.

De coach meldt de vervanging bij de juryvoorzitter met een formulier, waarop de gegevens van de vervanger en de te vervangen speler zijn vermeld. Vervolgens gaat de juryvoorzitter tijdens een spelonderbreking staan en steekt een kaart met daarop een voor iedereen leesbare V of een W, dan wel met twee horizontale, tegengestelde wijzende pijlen omhoog. De vervanging is dan formeel een feit. De scheidsrechter maakt dan het voorgeschreven scheidsrechters gebaar. Tot het moment van opsteken van de kaart door de juryvoorzitter kan de coach de melding ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de juryvoorzitter de kaart heeft opgestoken wordt de vervanging als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit niet te vervangen.

Nadat de acht vervangingen hebben plaatsgevonden mag een weggezonden of geblesseerde speler uitsluitend na goedkeuring van de scheidsrechter worden vervangen.

Een vervangende speler, die door de scheidsrechter is weggezonden wegens een overtreding of wegens wangedrag, mag niet meer aan de wedstrijd deelnemen. Hij dient het speelgebied te verlaten en plaats te nemen in de voor de toeschouwers bestemde ruimte, dan wel de hal te verlaten.

9.6.2 B-categorie

In competitiewedstrijden in de B-categorie in zowel de gemengde als de damescompetitie mogen, zonder goedkeuring van de scheidsrechter, onbeperkt spelers worden vervangen

Het is toegestaan de vervangen speler opnieuw aan de wedstrijd te laten deelnemen. Elke speler kan dus onbeperkt worden vervangen.

Het vervangen van een speler en het weer laten deelnemen aan het spel is alleen mogelijk bij een spelonderbreking, dus na een fluitsignaal van de scheidsrechter. Een speler die wordt vervangen mag op het moment van vervangen niet direct in het andere vak terug gewisseld worden.

De vervangende speler stelt zich op in het voorgeschreven verenigingstenue langs de lange zijde van het speelveld waar de banken geplaatst zijn, bij het vak waarin de speler die hij gaat vervangen zich bevindt.

9.7 Onvoltalligheid

In alle klassen van de B-categorie is paragraaf 6.17 uit de bijlage bij de spelregels “uitzonderingen en aanbevelingen voor wedstrijdregels” van toepassing.

9.8 Geen tijdstraf in wedstrijden zonder schotklok

In alle klassen waar conform artikel 9.2 niet met schotklok gespeeld wordt is geen tijdstraf van toepassing. De tekst in paragraaf 7.6 uit de spelregels wordt vervangen door:

De scheidsrechter kan elke onsportieve actie van een speler, coach, vervangende speler of elke andere persoon die aan een team is verbonden, beschouwen als wangedrag, b.v. ontoelaatbare vormen van commentaar, elke vorm van discriminerende opmerkingen of acties of demonstratieve gebaren tegen de scheidsrechter of een andere wedstrijddeelnemer (zie 4.1 tot 4.10) en toeschouwers.

In het geval van wangedrag kan de scheidsrechter:

  • de persoon informeel waarschuwen dat hij zijn manier van spelen of zijn gedrag moet veranderen;
  • de persoon formeel waarschuwen door hem een gele kaart te tonen;
  • dezelfde persoon voor de tweede keer formeel waarschuwen door hem een tweede gele kaart te tonen, gevolgd door een rode kaart;
  • in geval van ernstig wangedrag de persoon onmiddellijk wegsturen door hem een rode kaart te tonen.
  • gebruik maken van de mogelijkheid om de coach of assistent-coach te verbieden de bank te verlaten zonder zijn toestemming gedurende de rest van de wedstrijd.

Voorbeelden van acties die kunnen worden beschouwd als wangedrag:

  • elke onsportieve actie als ontoelaatbare vormen van commentaar of demonstratieve gebaren tegen een andere deelnemer aan de wedstrijd of toeschouwers;
  • beledigingen uiten, ongeacht aan wie ze zijn gericht;
  • het maken van opmerkingen naar de scheidsrechter over zijn kennis van de regels;
  • het speelveld verlaten zonder de scheidsrechter te informeren;
  • herhaaldelijk de regels overtreden, vooral na een waarschuwing;
  • een tegenstander slaan, stompen, trappen of opzettelijk omverlopen;
  • het opzettelijk bewegen van de paal tijdens een schot;
  • het opzettelijk gooien van de bal tegen het lichaam van een tegenstander;
  • het hinderen van de nemer van een spelhervatting;
  • het voorkomen van de voorbereiding van een vrije worp of het proberen te voorkomen dat de vrije worp wordt genomen;
  • het storen van de persoon die de strafworp neemt;
  • beide teams spelen het spel opzettelijk passief om beurten of lijken de score te accepteren zonder ambities te hebben om deze te veranderen. De scheidsrechter zal beide aanvoerders samen waarschuwen dat deze vorm van spel wordt beschouwd als wangedrag en, indien voortgezet, kan leiden tot een formele waarschuwing en dat het spel moet worden beëindigd;
  • het weer innemen van de posities na een time-out te vertragen (de aanvoerder moet worden gewaarschuwd);
  • de scheidsrechter niet informeren over een vervanging (de coach moet worden gewaarschuwd);
  • een coach of assistent-coach die het speelveld betreedt zonder toestemming van de scheidsrechter;
  • een coach of assistent-coach die het recht misbruikt om zijn plaats op de bank te verlaten (zie 4.4);
  • een aanvoerder die het recht misbruikt om de aandacht van de scheidsrechter te vestigen op alles wat hij wenselijk acht in het belang van de goede voortgang van de wedstrijd en / of kritiek op de scheidsrechter (zie 4.3);
  • de bal ver buiten het veld gooien;
  • de bal trappen als het spel is onderbroken;
  • tijdrekken bij het wisselen van vak.

Een persoon die een rode kaart wordt getoond moet worden vervangen, en moet het speelgebied verlaten (zie 1.1) en in het voor toeschouwers gereserveerde gebied zitten of de zaal helemaal verlaten, al naar gelang hij verkiest.

Met betrekking tot de coach heeft de scheidsrechter ook de bevoegdheid om hem te verbieden de bank te verlaten zonder zijn toestemming gedurende de rest van de wedstrijd.

De periode waarin een scheidsrechter voorvallen van wangedrag waarvoor een kaart getoond en geregistreerd kan worden loopt vanaf het inzenden van het DWF naar de official tot het moment van vastleggen van het DWF door de official.

Als er wangedrag plaatsvindt vóór de wedstrijd of tijdens de rustpauze, dan zal de gele of rode kaart op dat moment aan de bovengenoemde persoon worden getoond en de aanvoerder en coach van beide teams worden geïnformeerd voordat de volgende helft begint.

Een coach, assistent-coach of vervangende speler die een rode kaart heeft gekregen, mag daarna niet als speler deelnemen aan de wedstrijd of op de bank van het team zitten.

9.9 Gelijkspel

Op basis van het vermelde in paragraaf 5.5 van de uitzonderingen en aanbevelingen van de wedstrijdregels kan elke wedstrijd in een gelijkspel eindigen.

9.10 Verlenging

Voor de wedstrijden met schotklok geldt een reguliere verlenging van vijf minuten zuivere speeltijd.

Voor wedstrijden zonder schotklok geldt een verlening van tweemaal vijf minuten speeltijd.

Aanvang van de verlenging
De verlenging wordt begonnen na een pauze van maximaal drie minuten na de beëindiging van de normale speeltijd. Met inachtneming van de spelersvervangingen, die in de normale speeltijd of in de pauze na de beëindiging van de normale speeltijd hebben plaatsgevonden, wordt de verlenging begonnen in de opstelling zoals de reguliere speeltijd is geëindigd. De verlenging begint met een uitworp voor het team dat aan het einde van de reguliere speeltijd het balbezit had. Indien de bal de handen van een schietende aanvaller heeft verlaten, op weg is naar de korf en dit schot gaat door de korf, er een doelpunt wordt toegekend en als dit doelpunt de stand gelijk maakt, wordt het balbezit gegeven aan het team die het doelpunt tegen heeft gekregen. Een verandering van speelrichting moet gebeuren, indien nodig, volgens de officiële spelregels §5.6.

Voor de wedstrijden zonder schotklok geldt dat beide teams in de eerste helft van de verlenging in dezelfde richting spelen als in de eerste helft van de normale speeltijd van de wedstrijd. In de tweede helft wordt er van speelrichting gewisseld.

Voor de wedstrijden met een schotklok geldt dat beide teams tijdens de verlenging in dezelfde richting spelen als in de tweede helft van de normale speeltijd.

Einde van de reguliere verlenging
Indien na afloop van de verlenging de stand nog steeds gelijk is, volgt er voor de wedstrijden zonder schotklok een strafworpenserie.

Indien na afloop van de verlenging de stand nog steeds gelijk is, volgt er in de wedstrijden met schotklok een “Golden goal” verlenging. De “Golden goal” verlenging wordt begonnen na een pauze van maximaal drie minuten na de beëindiging van de reguliere verlenging. In de “Golden goal” verlenging wordt er niet van speelrichting gewisseld. Er wordt met inachtneming van de spelersvervangingen, die in de normale speeltijd, in de eerste verlenging of in de pauze na de beëindiging van de reguliere verlenging hebben plaatsgevonden, begonnen in de opstelling zoals in de reguliere verlenging is geëindigd. De “Golden goal” verlenging begint met een uitworp voor het team dat aan het einde van de reguliere verlenging het balbezit had. Indien de bal de handen van een schietende aanvaller heeft verlaten, op weg is naar de korf en dit schot gaat door de korf, er een doelpunt wordt toegekend en als dit doelpunt de stand gelijk maakt, wordt het balbezit gegeven aan het team die het doelpunt tegen heeft gekregen

Regels voor de “Golden goal” verlenging
De wedstrijd eindigt na het scoren van het eerste doelpunt in de verlenging. Het scorende team wint de wedstrijd. De “Golden goal” verlenging eindigt na vijf minuten zuivere speeltijd. Indien beide teams niet scoren of indien de stand nog steeds gelijk is. In dat geval wordt de wedstrijd beslist door het nemen van strafworpen.

Het nemen van strafworpen
Er wordt direct na het einde van de reguliere verlenging of de “Golden goal” verlenging getost. De winnaar van de toss kiest de kant waarop de strafworpen genomen worden en of hij de eerste strafworp neemt of niet. De coaches van beide teams informeren de scheidsrechter (of juryvoorzitter) over de volgorde van de spelers die de strafworpen zullen nemen. Vanaf het moment van informeren zijn vervangingen niet meer toegestaan. De reeks strafworpen wordt genomen met behulp van het systeem van “sudden-death”, waarbij strafworpen in de vastgestelde volgorde worden genomen totdat het ene team een doelpunt meer heeft gescoord dan het andere team uit hetzelfde aantal strafworpen. Het team dat meer strafworpen scoort, wordt tot winnaar uitgeroepen. Nadat de coach de spelersvolgorde aan de scheidsrechter (of juryvoorzitter) heeft overgedragen, zijn de spelers verplicht de strafworpen te nemen. Als een speler om welke reden dan ook de strafworp niet neemt, wordt dit beschouwd als een gemiste strafworp.

9.11 Bijzondere verplichtingen topkorfbal

Op basis van artikel 32 uit het Reglement van Wedstrijden zijn voor specifieke klassen binnen het topkorfbal, de volgende voorwaarden van toepassing:

9.11.1 Wedstrijdanalyse

– Elke vereniging zorgt voor een tijdige upload van de wedstrijdbeelden op TeamTV, doch uiterlijk 24 uur na het einde van de wedstrijd;
– Elke vereniging houdt realtime bij haar eigen thuiswedstrijden de wedstrijdstatistieken bij via KNKV Team Performance en stelt deze statistieken tijdens de wedstrijd beschikbaar aan de bezoekende verenigingen;
– De statisticus van elke vereniging heeft een positie in de nabijheid van de middenlijn met nagenoeg vrij zicht.
– Indien de bezoekende verenigingen zelfstandig de statistieken wil bijhouden dient er een positie aan de zijlijn beschikbaar gesteld te worden en een goed werkende internetverbinding, niet zijnde een open wifi netwerk.

9.11.2 Wedstrijdkleding

De competitieleider van het KNKV stelt per wedstrijd vast in welk tenue de verenigingen en arbitrage uit gaan komen t.b.v. de kwaliteit van de livestream. Verenigingen mogen hun voorkeur indienen maar het KNKV stelt de definitieve keuze vast.

9.12 Spelregelexperimenten 2025-2026

Op basis van artikel 3 lid 2 van het reglement van wedstrijden heeft het bondsbestuur op verzoek van het IKF onderstaande spelregelexperimenten vastgesteld voor de zaalcompetitie voor de Korfbal League en Korfbal League 2 in het seizoen 2025-2026.

1. De wedstrijdklok gaat gelijk oplopen met de schotklok, dus pas bij balbezit van de aanvaller gaat de tijd lopen in plaats van bij het fluitsignaal van de scheidsrechter.
2. Er mag gehinderd worden bij het nemen van een spelhervatting
3. Time-out kan alleen aangevraagd worden bij balbezit.

Om deze experimenten uit te kunnen voeren, worden de relevante paragrafen in de spelregels vervangen door de tekst via deze link.

De bestaande uitwerkingen in het competitiehandboek blijven van toepassing. In de competitie wordt er op basis van het vermelde in paragraaf 9.3 (wedstrijdduur) en 9.9 (verlenging) zonder technische time-out gespeeld en wordt er geen verlenging gespeeld bij een gelijkspel.

Hoofdstuk 10 Randvoorwaardelijke benodigdheden

10.1 Paal

De in combinatie met de kunststofkorf te gebruiken paal mag conform toelichting op §1.3 van de officiële spelregels van massief hout of kunststof zijn. Daarnaast is een metalen buis ook toegestaan. Indien kunststof wordt gebruikt moeten de eigenschappen daarvan lijken op die van massief hout of van een metalen buis. De diameter van de paal bedraagt 4,5 – 8,0 centimeter met een wanddikte van 3mm.

De kunststofkorf en paal worden gebruikt bij alle wedstrijden die in het topkorfbal en de A-categorie worden gespeeld.

De kunststofkorf wordt gebruikt bij alle wedstrijden die in de B-categorie worden gespeeld. De paal is bij wedstrijden die in de B-categorie worden gespeeld niet verplicht. Daar mag dus nog gespeeld worden met een massief houten paal of een metalen buis conform het gestelde in §2.1 (uitzonderingen en aanbevelingen voor wedstrijdregels) van de officiële spelregels.

10.2 Kunststofkorf

Korven dienen te voldoen aan de “IKF Korf regulations”. Als bewijs daartoe dienen de korven voorzien te zijn van het “IKF Approved” stempel, als ook van een markering als voorgeschreven door de IKF.

De korven dienen gemaakt te zijn van kunststof. Het gebruik van rotanmanden bij wedstrijden is niet toegestaan.

10.3 Banken

Het ontvangende team bepaalt aan welke zijlijn de banken worden geplaatst en welke bank gebruikt wordt door haar eigen team en welke door het bezoekende team.

Op de bank van een team mogen maximaal dertien personen plaatsnemen. Hierbij gaat het om maximaal acht vervangende spelers. De overige, waaronder de coach en eventueel assistent-coach, zijn met een begeleidingstaak belast. Deze personen is het niet toegestaan om gebruik te maken van geluidsversterkende middelen, ongeacht of deze bedoeld zijn het stemgeluid te versterken dan wel om onafhankelijk daarvan geluid te maken. Indien de coach of assistent-coach naar de mening van de scheidsrechter de bepalingen van dit besluit overtreedt of zich schuldig maakt aan wangedrag, zoals bedoeld in § 4.4 van de officiële spelregels, kan de scheidsrechter, onverkort de in de officiële spelregels genoemde strafmaatregelen, betrokkenen verbieden de bank zonder toestemming te verlaten tijdens de rest van de wedstrijd.

Een lid van de medische staf mag de bank verlaten om een geblesseerde speler te onderzoeken en/of behandelen. Hij mag alleen na toestemming van de scheidsrechter het speelveld betreden.

10.4 Jurytafel

Een jurytafel is alleen van toepassing op wedstrijden met een schotklok.. De thuisspelende vereniging zorgt voor het aanwezig zijn van een jurytafel. De jurytafel en de spelersbanken dienen aan dezelfde zijde van het veld geplaatst te worden, waarbij de tijdklok/het scorebord zichtbaar is vanaf de jurytafel.

Juryvoorzitter
Met uitzondering van de wedstrijden in de Korfbal League en Korfbal League 2 wijst de thuisspelende vereniging een vooraf door het KNKV benoemde juryvoorzitter aan. Voor de wedstrijden in de Korfbal League, Korfbal League 2, de eventuele 3e play-off en de finale in de U19 hoofdklasse en dames Topklasse, de finale bij de U19 dames en dames topklasse wijst het KNKV een juryvoorzitter aan.

De juryvoorzitter is belast met het toezicht op naleving van de voor de wedstrijd geldende reglementen en bepalingen (protocol) zodanig dat er een kwalitatieve en optimale ondersteuning wordt verleend aan de scheidsrechter(s) zowel voor, tijdens als na de wedstrijd. Daarnaast zorgt de juryvoorzitter ervoor dat er een bewaking c.q. verantwoording is op de activiteiten van de overige leden van de jurytafel.

Schotklokbedienaar
De thuisspelende vereniging wijst een schotklokbedienaar aan. De schotklok dient te voldoen aan het gestelde in §3.3 van de officiële spelregels. De meting van de in §6.16 van de officiële spelregels bepaalde tijdslimiet gebeurt met behulp van de schotklok. Ter visuele aanvulling daarop kan via een LED-paal ook deze tijdslimiet met LED-lampjes worden teruggeteld.

Tijd-/scorewaarnemer
De thuisspelende vereniging wijst een tijd-/scorewaarnemer aan. De periode van zuivere speeltijd, zoals bedoeld in §5.2 van de officiële spelregels, bedraagt de gehele wedstrijdduur van 2×25 minuten.

De jury
De jury bestaat uit de juryvoorzitter en de scheidsrechter(s). De overige leden aan de jurytafel maken geen deel uit van de jury. De scheidsrechter(s) beslissen in alle gevallen namens de jury, waar nodig de juryvoorzitter te hebben gehoord.

Bezetting jurytafel
Aan de jurytafel mogen alleen plaatsnemen; de juryvoorzitter, de tijd-/scorewaarnemer, de schotklokbediener en eventueel de omroeper en statisticus.

Hoofdstuk 11 Kleding en reclame

11.1 Rugnummers

Alle spelers die in de veldcompetitie uitkomen in de ere- en reserve ereklasse en hoofdklasse senioren voor gemengde teams en in de zaalcompetitie in de klassen waar met schotklok gespeeld wordt dienen op de rugzijde van het wedstrijdshirt een uniek en duidelijk zichtbaar nummer te dragen van gelijke afmeting en kleur.

In de Korfbal League is het verplicht om het rugnummer duidelijk zichtbaar en tenminste tien centimeter hoog te dragen op de voorkant van het shirt of op de voorkant van de broek/rok. Daarnaast dient het rugnummer van een speler tijdens alle wedstrijden in de Korfbal League in een competitie hetzelfde te zijn. Deze punten gelden eveneens als het team reserveshirts draagt.

De verenigingen die uitkomen in de Korfbal League doen binnen een week nadat daartoe een verzoek van het bondsbureau is ontvangen, opgave aan het bondsbureau van de rugnummers die door de spelers en de vervangende spelers van de betreffende teams in de desbetreffende competitie gedragen zullen worden.

Teams die niet verplicht zijn om rugnummers te gebruiken is het toegestaan om met rugnummers te spelen. Hierbij geldt wel dat het een uniek en duidelijk zichtbaar nummer moet zijn van gelijke afmeting en kleur.

11.2 Reclame op wedstrijdkleding

Het is een vereniging toegestaan om één of meer bedrijfs-, product- of merknamen van de sponsor op de wedstrijdkleding aan te brengen Deze aan te brengen reclame-uitingen mogen niet in strijd zijn met de goede zeden of anderszins schadelijk zijn voor de korfbalsport of voor het KNKV. Het Bondsbestuur is bevoegd om reeds aangebrachte reclame-uitingen te beoordelen en te laten verwijderen, indien het Bondsbestuur vindt dat de reclame-uitingen in strijd zijn met de goede zeden of schadelijk zijn voor de korfbalsport of het KNKV. Tevens mag de te voeren reclame op de wedstrijdkleding niet in strijd zijn met de “Regeling niet overheersende reclame-uitingen bij sportwedstrijden” als bedoeld in artikel 11 van het Mediabesluit 2008.

Alle spelers van een team die wedstrijdkleding dragen, welke voorzien is van één of meer reclame uitingen, dienen dezelfde reclame uitingen te dragen. Het staat een team vrij te bepalen op welke plaats deze identieke reclame uitingen worden aangebracht, alleen onder voorwaarden dat daarvan tijdens een competitiewedstrijd maximaal twee varianten gedragen mogen worden. Spelers die weigeren reclame-uitingen te dragen, kunnen niet deelnemen aan wedstrijden van teams van hun vereniging waarvan de spelers reclame-uitingen dragen.

Op wedstrijden die door of namens de IKF worden georganiseerd, zijn de in internationaal verband vastgestelde voorschriften van toepassing.

11.3 Reclame rond en op het speelveld en op spelmateriaal

Het recht reclame-uitingen rond en op het speelveld aan te brengen berust bij alle door het KNKV georganiseerde wedstrijden bij het KNKV. Het Bondsbestuur staat toe dat bij wedstrijden, waarvan geen televisieopnamen worden gemaakt, reclame-uitingen zijn of worden aangebracht door de eigenaar van de accommodatie of door de thuisspelende verenigingen. De thuisspelende vereniging is verplicht ervoor te zorgen dat de reclame-uitingen bij het maken van televisieopnamen worden verwijderd of onzichtbaar worden gemaakt, voor zover zij in het zicht van de televisiecamera’s zijn geplaatst. Het Bondsbestuur is bevoegd een reclame te weigeren of opdracht te geven om aangebracht reclame te verwijderen, indien het deze in strijd acht met de goede zeden of anderszins schadelijk voor de korfbalsport of het KNKV. De te voeren reclame-uitingen mogen niet in strijd zijn met de door het Commissariaat voor de Media vastgestelde beleidsregels omtrent reclame-uitingen in televisieprogrammaonderdelen.

Reclame-uitingen op de kunststof korf, de speelvloer en de paal zijn toegestaan. Voor reclame-uitingen op de korf gelden de volgende vereisten:
– De reclame-uiting mag niet meer dan 2/3 van de korf omvatten
– Indien de korf aan de buitenkant is beschilderd, mag de reclame-uiting niet hoger zijn dan 15cm
– Indien de reclame-uiting op een andere wijze op de korf is aangebracht, dan moet de achtergrond van deze reclame-uiting dezelfde kleur hebben als de korf zelf
– Het onderste horizontale vlak van de reclame-uiting moet parallel aan de speelvloer zijn, en moet zich op 5cm, boven de onderkant van de korf bevinden

Indien een vertegenwoordiger van de omroeporganisatie, die de televisieopnamen verzorgt, bezwaar maakt tegen enige reclame-uiting in of op de accommodatie of het materiaal, is de thuisspelende vereniging verplicht de ongeschikte reclame-uiting meteen te verwijderen of aan te passen. Indien de thuisspelende vereniging niet voldoet aan haar verplichting van het meteen verwijderen of aanpassen van de ongeschikte reclame-uitingen, dan zal zij het KNKV op het eerste verzoek schadeloos stellen voor de door het KNKV gemaakte kosten, respectievelijk de op haar verhaalde kosten, in het kader van de niet gemaakte televisieopnamen. Het KNKV zal de thuisspelende vereniging daartoe een declaratie toezenden.

Hoofdstuk 12 Reiskosten

Deze regeling is van toepassing voor alle teams uitkomend in het topkorfbal en de A-categorie

12.1 Tegemoetkoming

Verenigingen die door de indeling van hun teams geconfronteerd worden met extreem hoge reiskosten kunnen een tegemoetkoming ontvangen. Het bondsbureau is belast met de uitvoering van deze regeling. De uitwerking van deze regeling is voor teams die uitkomen in de Korfbal League, Korfbal League 2, Ereklasse, hoofd- en overgangsklasse, reserve Korfbal League, reserve Korfbal League 2 en reserve Ere-, reserve hoofd- en reserve overgangsklasse, alsmede hoofd- en overgangsklasse U19 voor gemengde teams anders dan voor teams die in de overige klassen in de A-categorie uitkomen.

12.2 Najaarscompetitie

Een vereniging kan om een tegemoetkoming in de reiskosten verzoeken indien een in deze klassen uitkomend team voor het spelen van de uitwedstrijden in de veldcompetitie meer moet reizen dan:
1000 km: Ere-, hoofd- en overgangsklasse, reserve Ere-, reserve hoofd- en reserve overgangsklasse, alsmede hoofd- en overgangsklasse U19 voor gemengde teams.
750 km: (reserve) 1e of 2e klasse voor gemengde teams.
500 km: één van de overige klassen van de A-categorie voor gemengde teams.

12.3 Zaalcompetitie

Een vereniging kan om een tegemoetkoming in de reiskosten verzoeken indien een in deze klassen uitkomend team voor het spelen van de uitwedstrijden in de zaalcompetitie meer moet reizen dan:
2000 km: Korfbal League, Korfbal League 2, hoofd- en overgangsklasse, reserve Korfbal League, reserve Korfbal League 2 en reserve hoofd- en reserve overgangsklasse, alsmede hoofd- en overgangsklasse U19 voor gemengde teams.
1500 km: (reserve) 1e of 2e klasse voor gemengde teams.
1000 km: één van de overige klassen van de A-categorie voor gemengde teams.

12.4 Voorjaarscompetitie

Een vereniging kan om een tegemoetkoming in de reiskosten verzoeken indien een in deze klassen uitkomend team voor het spelen van de uitwedstrijden in de veldcompetitie meer moet reizen dan:
1000 km: Ere-, hoofd- en overgangsklasse, reserve Ere-, reserve hoofd- en reserve overgangsklasse, alsmede hoofd- en overgangsklasse U19 voor gemengde teams.
750 km: (reserve) 1e of 2e klasse voor gemengde teams.
500 km: één van de overige klassen van de A-categorie voor gemengde teams.

12.5 Berekening

Voor de berekening van het onder 12.2, 12.3 en 12.4 bedoelde aantal kilometers worden niet meegeteld:
– de wedstrijden die door de tuchtcommissie op het terrein van de tegenstander zijn vastgesteld;
– de thuiswedstrijden die door het Bondsbestuur op een ander terrein zijn vastgesteld omdat het eigen terrein van de vereniging niet beschikbaar is.
Voor de berekening van het onder 12.2, 12.3 en 12.4 bedoelde aantal kilometers worden wel meegeteld:
– vergeefse reizen gemaakt wegens het niet opkomen van de aangewezen scheidsrechter en omdat er geen andere bevoegde scheidsrechter aanwezig en bereid is de wedstrijd te leiden;
– vergeefse reizen gemaakt wegens afkeuring van het terrein door de scheidsrechter of staking van de wedstrijd door de scheidsrechter anders dan wanneer de tuchtcommissie een partij schuldig heeft bevonden aan het staken van de wedstrijd.

12.6 Aanvragen tegemoetkoming

De verenigingen die op grond van deze regeling voor een tegemoetkoming in de reiskosten in
aanmerking willen komen, kunnen een verzoek daartoe indienen bij het bondsbureau vóór 15 november (voor de afgelopen najaarscompetitie), vóór 1 mei (voor de afgelopen zaalcompetitie), respectievelijk vóór 1 juli (voor de afgelopen veldcompetitie). Dit verzoek dient vergezeld te gaan van een opsomming van de gespeelde uitwedstrijden en de eventuele vergeefse reizen, als bedoeld onder 12.5, met de voor deze wedstrijden afgelegde afstanden.
De bij het verzoek om een tegemoetkoming opgegeven reisafstanden worden door het bondsbureau van het KNKV gecontroleerd aan de hand van de kortste reisafstand aangegeven door maps.google.com.
De vergoeding wordt toegekend voor elke extra kilometer, die de gecontroleerde opgave meer
bedraagt dan de grenzen als bedoeld onder 12.2, 12.3 en 12.4. De berekening is gebaseerd op het gebruik van drie auto’s per team. De hoogte van de reisvergoeding is het hiervoor bedoelde aantal extra kilometers vermenigvuldigd met driemaal de door het Bondsbestuur vastgestelde vergoeding
voor het gebruik van de eigen auto voor scheidsrechters en bondsofficials.
Binnen een maand nadat het bondsbureau de bedoelde vergoeding aan de betrokken vereniging kenbaar heeft gemaakt, respectievelijk een verzoek om een tegemoetkoming heeft afgewezen, kan een vereniging een gemotiveerd bezwaarschrift tegen de toegekende tegemoetkoming, dan wel tegen de afwijzing van het verzoek bij het Bondsbestuur indienen.

Hoofdstuk 13 Uitzonderlijke omstandigheden

13.1 Afbreken competitie

Het kan zo zijn dat de competitie voortijdig moet worden afgebroken als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden. De besluiten die zijn genomen op basis van artikel 16 lid 5 uit het Reglement van Wedstrijden bij het vroegtijdig afbreken van de competitie zijn hieronder te vinden.

Strafuitspraken
De reeds nog uitstaande en uit te voeren uitsluitingen, schorsingen en andere door de tuchtorganen opgelegde straffen blijven staan en worden indien dat nog niet is gebeurd alsnog in overeenstemming met artikel 31 van het Tuchtreglement op de eerstvolgende wedstrijddag(en) uitgevoerd. Voor de gegeven formele waarschuwingen blijven de bepalingen uit hoofdstuk 1 van de regels voor strafoplegging van kracht.

Administratieve geldboeten
Alle opgelegde en nog op te leggen administratieve geldboeten naar aanleiding van de in het lopende seizoen tot het moment van afbreken gespeelde wedstrijden blijven verschuldigd.

Huur
Indien een veld- en/of zaalverhuurder de huur voor de vanaf het moment van afbreken niet gespeelde wedstrijden toch in rekening brengt, komen deze ten laste van de thuisvereniging.

Wedstrijdbijdrage
Op basis van artikel 11 van het huishoudelijk reglement is een wedstrijdbijdrage verschuldigd voor elk competitieteam. In de heffingenregeling wordt in paragraaf A.3 vervolgens aangegeven dat deze bijdrage verschuldigd is voor elk team dat op de in artikel 9 lid 1 genoemde sluitingsdatum welke vermeld is op deze pagina is aangemeld. Op basis hiervan blijft deze wedstrijdbijdrage verschuldigd en is teruggave daarvan niet aan de orde.

Rompregeling arbitrage
De rechten en plichten die uit de rompregeling voor het veld- en/of zaalseizoen voortvloeien, inclusief de bonus/malus en eventuele sportieve sancties, worden voor de desbetreffende competitie(s) geannuleerd.

Tegemoetkoming reiskosten
De grens voor de tegemoetkoming in de reiskosten blijft ongewijzigd van toepassing.

Vrijwillige degradatie en/of terugtrekking
Indien een vereniging voor het volgende seizoen vrijwillig een team laat degraderen dan wel terugtrekt wordt de vrijgevallen positie opgevuld door een team uit de daaronder liggende klasse.

A. Aanvulling bij de veldcompetitie, indien de najaarscompetitie is uitgespeeld, vindt plaats op de volgende wijze
a. De opvulling vindt plaats overeenkomstig de eindstand van de uitgespeelde competitie, waarbij de desbetreffende klasse wordt aangevuld door achtereenvolgens;
i. Promotie van de (volgende) beste nummer 1 uit de onderliggende klasse
ii. Promotie van de (volgende) beste nummer 2 uit de onderliggende klasse

b. Zijn twee of meer teams gelijk geëindigd, dan vindt de opvulling plaats op basis van de onderstaande volgorde:
i. Het hoogste aantal behaalde wedstrijdpunten;
ii. Indien dat gelijk is, het hoogste doelsaldo;
iii. Indien ook het doelsaldo gelijk is, het hoogste aantal gescoorde doelpunten;
iv. Bij een gelijk aantal gescoorde doelpunten door middel van loting

c. Indien een poule niet uit vier of zeven teams bestaat, worden voor de toepassing van de criteria onder 7a, de resultaten van de daarvoor in aanmerking komende teams omgerekend als zouden er zes wedstrijden zijn gespeeld.

B. Aanvulling in alle andere klassen en competities als de najaarscompetitie nog niet is uitgespeeld vindt plaats op de volgende wijze
a. De opvulling vindt plaats overeenkomstig de stand van de competitie op het moment van beëindigen, de resultaten van de daarvoor in aanmerking komende teams worden daarbij omgerekend als zou er een volledige competitie gespeeld zijn. De desbetreffende klasse wordt aangevuld, rekening houden met lid c en d, door achtereenvolgens:
i. Promotie van de (volgende) beste nummer 1 uit de onderliggende klasse;
ii. Promotie van de (volgende) beste nummer 2 uit de onderliggende klasse

b. Zijn twee of meer teams gelijk geëindigd, dan vindt de opvulling plaats op basis van de onderstaande volgorde:
i. Het hoogste aantal behaalde wedstrijdpunten;
ii. Indien dat gelijk is, het hoogste doelsaldo;
iii. Indien ook het doelsaldo gelijk is, het hoogste aantal gescoorde doelpunten;
iv. Bij een gelijk aantal gescoorde doelpunten door middel van loting

c. In die U19 Hoofdklasse worden alleen U19-1e teams ingedeeld, in de U17 hoofdklasse alleen U17-1e teams en in de U15-jeugd hoofdklasse alleen U15-1e teams.

d. Het recht op promotie, of plaatsing in een hogere klasse, vervalt indien daardoor twee teams van eenzelfde vereniging in eenzelfde poule zouden moeten uitkomen, omdat in alle poules van deze klasse al een team van deze vereniging is geplaatst.