Wet Flexibiliteit en Zekerheid

De Wet Flexibiliteit en zekerheid heeft tot doel een goed evenwicht te vinden tussen flexibiliteit en de bedrijfsvoering voor werkgevers en zekerheid op werk en inkomen voor werknemers. Binnen een korfbalvereniging kun je hierbij denken aan de relatie bestuur - trainer. De Flexwet heeft met name gevolgen voor wat betreft het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Arbeidsovereenkomst
Een vereniging kan te maken krijgen met arbeidsverhoudingen indien men betaalde krachten in dienst heeft. Bijvoorbeeld een trainer, therapeut- of sportmasseur. Op de arbeidsverhoudingen binnen de vereniging zijn allerlei arbeidsrechtelijke, sociaal verzekeringsrechtelijke en fiscale regels van toepassing.

Het laten verrichten van betaalde arbeid zonder de juiste voorzieningen heeft risico’s voor de vereniging. Hierbij is het van belang of er sprake is van een arbeidsovereenkomst.Het is verstandig om duidelijke afspraken te maken over de werkrelatie en deze op schrift vast te leggen. Wanneer er toch onduidelijkheid bestaat geeft de wet twee rechtsvermoedens die kunnen bepalen of er sprake is van een arbeidsverhouding.

Als je 3 maanden lang elke week of minimaal 20 uur per maand voor dezelfde werkgever (vereniging) hebt gewerkt wordt vermoed dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Om vast te stellen uit hoeveel uren de arbeidsovereenkomst bestaat, wordt gekeken naar het aantal uren dat je gemiddeld in de afgelopen drie maanden hebt gewerkt.De bewijslast ligt bij de werkgever, die moet bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat of dat er slechts tijdelijke wordt gewerkt.

Beëindigen van de arbeidsovereenkomst
Voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst is de Flexwet van belang. De wet maakt het mogelijk dat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd meerdere malen worden voortgezet, zonder dat voor beëindiging een vergunning van de RDA (regionaal directeur van de arbeidsvoorzieningsorganisatie) nodig is. Vóór 1 januari 1999 konden arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die eenmaal waren voortgezet, alleen beëindigd worden met een vergunning. Nu is een dergelijke vergunning niet meer nodig als aan 2 voorwaarden wordt voldaan.

Twee keer verlengen voor bepaalde tijd, dus drie arbeidsovereenkomsten, blijft, mits de tweede grens niet wordt overschreden, zonder gevolgen. De derde verlenging, leidend tot de vierde arbeidsovereenkomst, resulteert van rechtswege in een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

De verschillende verlengingen dienen binnen 36 maanden (3 jaar) plaats te vinden om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te doen ontstaan. Overschrijdt de “keten” van arbeidsovereenkomsten deze periode, dan heeft de laatste verlenging, ook als is het de eerste, een dienstverband voor onbepaalde tijd tot gevolg. Voor het bepalen van de tijdsduur van 36 maanden tellen onderbrekingen van 3 maanden of minder tussen 2 opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd mee.