Ongerechtigde speler

Indien een ploeg speelt met iemand die daartoe niet gerechtigd is, overtreedt zij artikel 48 van het reglement van wedstrijden. De scheidsrechter vermeldt de ongerechtigde speler op het wedstrijdformulier. Het bondsbestuur legt de vereniging daarop een schikkingsvoorstel voor. Onderdeel van dat voorstel bij wedstrijdkorfbal is altijd een aftrek van twee wedstrijdpunten. Voor verenigingen is dat vaak aanleiding de aangeboden schikking niet te accepteren en de zaak voor te leggen aan de tuchtcommissie.

Bijna altijd is de reden van het ongerechtigd zijn het ontbreken van de spelerskaart. Om dat manco op te lossen is een ander rechtsgeldig legitimatiebewijs ook voldoende. Mocht iemand zich bij de wedstrijd in het geheel niet kunnen legitimeren, dan kan dat volgens het gestelde in artikel 41 lid 4 sub c van het reglement van wedstrijden ook nog achteraf.

Er is dus geen enkele reden dat het ontbreken van een legitimatie bij de wedstrijd tot een strafoplegging hoeft te leiden. Toch komt nog regelmatig voor dat clubs in gebreke blijven.

Vaak worden daarvoor niet valide argumenten aangevoerd zoals de uitslag van de wedstrijd (“we hebben met grote cijfers verloren”), de tijd van meespelen (“het was slechts een invalbeurt in de laatste minuten”), de rol van de speler in de wedstrijd (“hij heeft niet gescoord”) of het feit dat het om een vast teamlid gaat (“hij heeft alle wedstrijden dit seizoen meegespeeld”). Deze argumenten worden altijd door de tuchtcommissie verworpen. Immers, de legitimatie dient om vast te stellen of de op het wedstrijdformulier vermelde spelers hebben meegedaan en geen andere. Dat staat los van het wedstrijdverloop.

Ook het argument dat de scheidsrechter voor de wedstrijd heeft aangegeven dat de speler wat hem betreft mee mag doen  (dat schijnt nogal eens te gebeuren) wijst de tuchtcommissie af. Soms blijkt bij de controle vooraf al dat een legitimatie ontbreekt en vraagt de aanvoerder aan de scheidsrechter of de speler toch mee mag doen. De scheidsrechter gaat daar niet over; hij vermeldt slecht het ontbreken van de legitimatie op het wedstrijdformulier, maar hij is niet gerechtigd aan de club toestemming of een verbod danwel advies te geven. 

Een reden van ongerechtigd zijn die niet op het veld, maar pas achteraf, vastgesteld kan worden is wanneer een ploeg met een uitgesloten speler uitkomt. Overigens wordt daarbij dezelfde procedure gevolgd: eerst een schikkingsvoorstel, daarna eventueel naar de tuchtcommissie.