Niet opkomen

Bij niet-opkomen van een ploeg in het topkorfbal vindt automatisch aangifte bij de tuchtcommissie plaats. In het wedstrijd- of breedtekorfbal is van dat automatisme geen sprake en dus ook niet automatisch van een tuchtzaak. Eerst doet het bondsbestuur (namens deze het bondsbureau) aan de vereniging een schikkingsvoorstel. Zie daarvoor het bestuursbesluit schikkingsregeling wedstrijdkorbal of het bestuursbesluit schikkingsregeling breedtekorfbal.

Pas als de vereniging de aangeboden schikking niet accepteert, wordt de zaak voorgelegd aan de tuchtcommissie. Het eerste traject – dat van de schikkingen – is dus een ambtelijke handeling waarvoor de tuchtcommissie geen verantwoordelijkheid draagt.

Een vereniging die een schikkingsvoorstel afwijst, moet daarvoor een goede reden hebben. Een tekort aan spelers is geen goede reden. De tuchtcommissie heeft als staand beleid dat een onvolledig team moet worden aangevuld met spelers uit een lager team of met jeugdspelers. Slechts in bijzondere gevallen wordt van dat beleid afgeweken. Dat kan zijn als het niet-opgekomen team het laagste van de vereniging is, als het klasseverschil tussen het betreffende team en de eerstvolgende ploeg daaronder disproportioneel groot is of als het tekort aan spelers zich op een dermate laat tijdstip aandient dat de tijd ontbreekt vervangers op te roepen. Overigens hanteert de tuchtcommissie het uitgangspunt dat een ploeg niet compleet hoeft te zijn; volgens de spelregels kan met drie spelers in een vak ook gespeeld worden. Een ploeg kan derhalve met zes spelers opkomen. De tuchtcommissie stelt menigmaal vast dat de beslissing niet op te komen te lichtvaardig is genomen.

Het is overigens mogelijk bij vaststelling van een spelerstekort in een komende wedstrijd met de tegenpartij tot een andere speeldatum te komen. In het Bestuursbesluit verplaatsen van wedstrijden is geregeld hoe dat moet. Daarbij moet wel scherp gelet worden op de in dat besluit genoemde deadlines: een verplaatsing moet tijdig gemeld worden aan de competitieleiding op het bondsbureau, anders wordt alsnog uitgegaan van niet-opkomen.

Indien het schikkingsvoorstel wordt afgewezen en het niet-opkomen aan de tuchtcommissie wordt voorgelegd, worden behandelingskosten (10 rekeneenheden) in rekening gebracht, behalve wanneer de uitspraak leidt tot een lagere bestraffing dan in het schikkingsvoorstel staat. Of bij vrijspraak natuurlijk.

Het verschil tussen de schikkingsvoorstellen bij wedstrijd- en breedtekorfbal zit vooral in de voorgestelde straf van aftrek van twee wedstrijdpunten bij wedstrijdkorfbal, een voorstel dat bij een schikking in het breedtekorfbal ontbreekt. 

Bij situaties van extreem weer kan het KNKV tot een gehele of regionale afgelasting besluiten. Uiteraard leidt niet-opkomen dan niet tot het aanspreken van verenigingen. Wanneer van zo’n centrale afgelasting geen sprake is, is de beslissing al dan niet naar een uitwedstrijd te gaan de eigen verantwoordelijkheid van de vereniging. Wanneer de competitieleiding (het bondsbestuur) geen reden ziet de mening van de vereniging in dezen te volgen, legt zij de vereniging eerst een schikkingsvoorstel wegens niet-opkomen voor en doet zij bij niet accepteren daarvan aangifte bij de tuchtcommissie. Deze zal de aangifte behandelen als een gewone zaak van niet-opkomen. Uiteraard kijkt de tuchtcommissie naar de omstandigheden en de argumenten die de club aanvoert. Van belang zijn in deze gevallen altijd de lokale weerssituatie en het tijdstip van spelen. Ook betrekt de tuchtcommissie in haar oordeel of meer verenigingen in dezelfde regio niet zijn opgekomen. De verantwoordelijkheid om niet op te komen blijft altijd bij de vereniging liggen; of deze beslissing terecht was, wordt pas achteraf beoordeeld.

Mocht de tuchtcommissie gevoelig zijn voor het argument dat de weersomstandigheden voor het niet-opkomen een verschoonbare reden waren, dan zal zij de weggebleven verenigingen meestal toch schuldig verklaren aan niet-opkomen. De straf blijft dan echter beperkt tot het betalen van de zaalhuur aan de thuisclub.