Wel wangedrag, wel kaarten, geen vermelding op wedstrijdformulier

Een getoonde gele of rode kaart moet te allen tijde op het wedstrijdformulier worden vermeld. Mocht dat onverhoopt toch niet gebeuren of gebeurd zijn, dan is de scheidsrechter verplicht – zo mogelijk dezelfde dag nog – de tuchtcommissie hiervan schriftelijk mededeling te doen, de reden daarvan te vermelden en formeel aangifte te doen bij de tuchtcommissie (tuchtcommissie@knkv.nl) .

In gevallen waarin de scheidsrechter zich niet in staat acht de kaart en de code op het formulier te vermelden (bedreigende situatie; scheidsrechter is onwel geworden) doet hij later, maar zo snel mogelijk per e-mail aan tuchtcommissie@knkv.nl aangifte van de formele waarschuwing(en) en/of wegzending(en).
Soms komt een scheidsrechter in de verleiding de waarschuwing of wegzending niet op het wedstrijdformulier te vermelden, omdat hij achteraf meent (of overtuigd wordt) een verkeerde beslissing te hebben genomen of omdat hij onder druk wordt gezet. In beide gevallen mag hij niet zwichten, maar moet hij de aantekening wel maken. Als hij dat niet doet, maakt hij zichzelf strafbaar.
Mocht de scheidsrechter in gebreke blijven of in de onmogelijkheid verkeren de overtreding op het wedstrijdformulier aan te tekenen, dan kan ieder lid van het KNKV alsnog binnen een maand na de wedstrijddag aangifte doen (artikel 13 lid 3 TR). Dat gebeurt op de manier die hierboven is beschreven.