Voorlopige strafoplegging

De algemeen voorzitter van de tuchtcommissie kan een betrokkene tegen wie aangifte is gedaan, vooruitlopend op de behandeling van de zaak, voor de duur van ten hoogste dertig dagen een voorlopige straf opleggen. Dat kan gebeuren als het dossier nog niet compleet is of als de tenlastelegging naar een hogere categorie wordt gebracht. Meestal gaat het om voorlopige uitsluitingen. Tegen deze beslissing van de algemeen voorzitter staat geen beroep open. 

De tuchtcommissie beoordeelt op basis van de stukken of betrokkene al dan niet schuldig is aan hetgeen hem ten laste is gelegd. Bewijs is niet nodig: het hebben van de overtuiging dat betrokkene wel of niet schuldig is, is voldoende. De tuchtcommissie streeft ernaar om vóór het volgende weekend tot een uitspraak te komen.

Straffen worden per email verzonden naar beklaagde en de vereniging. 

Bij het niet op tijd inzenden van een verklaring volgt oplegging van een boete van 4 rekeneenheden. De betreffende vereniging wordt dan alsnog in de gelegenheid gesteld ervoor te zorgen dat de betrokkenen binnen 2 x 24 uur een verklaring opsturen. Is dit dan nog niet gebeurd, dan wordt de boete verhoogd tot 10 rekeneenheden.