Informatie over de formele waarschuwing (gele kaart)

Bij de gele kaart (formele waarschuwing) hoort een aantal codes. In het Bestuursbesluit formele waarschuwing en wegzending is beschreven in welke gevallen een scheidsrechter een gele kaart moet tonen. De codes zijn vermeld in een boekje, de zogenaamde codekaart. De verschuldigde onkostenvergoeding voor de behandeling van een gele kaart bedraagt 5 rekeneenheden.

Een formele waarschuwing wordt door het bondsbureau als een boeking geregistreerd.

Tegen een boeking is geen beroep, protest of bezwaar mogelijk, behalve in de gevallen die zijn genoemd in artikel 21 lid 1b van het tuchtreglement. Dat zijn er drie:

1 . als op het wedstrijdformulier een andere naam is genoteerd dan van degene die de formele waarschuwing heeft ontvangen;
2. als de scheidsrechter in de wedstrijd de formele waarschuwing aan een ander heeft gegeven dan degene die de overtreding heeft begaan;
3. als de scheidsrechter bij het geven van de formele waarschuwing is afgeweken van hetgeen daarbij reglementair voorgeschreven is.

Voorbeelden: 
ad 1. De scheidsrechter geeft een waarschuwing aan speler A, maar noteert speler B.
ad 2. De scheidsrechter geeft een waarschuwing aan speler A, terwijl speler B de overtreding, waarvoor de waarschuwing gegeven wordt, heeft begaan.
ad 3. De scheidsrechter houdt zich bij het geven van de waarschuwing niet aan de regels. Bijvoorbeeld: hij geeft de waarschuwing buiten de periode waarin hij de bevoegdheid heeft deze te geven, hij noteert op het wedstrijdformulier een waarschuwing terwijl hij deze in de wedstrijd niet gegeven heeft.

Het geven van een formele waarschuwing zonder het tonen van een gele kaart valt niet onder deze regel: de kaart is slechts een hulpmiddel; de mededeling van de scheidsrechter aan gewaarschuwde en aanvoerder dat hij formeel waarschuwt, is voldoende.

Of de gele kaart al dan niet terecht is, kan evenmin met een beroep op dit artikel betwist worden.

In de gevallen 1 en 2 is het een vereiste dat de aanvoerder bij het ondertekenen van het wedstrijdformulier al mondeling bezwaar maakt. De scheidsrechter is verplicht van deze mededeling op het formulier een aantekening te maken. Daarna moet de betrokken (dat is de genoteerde) speler in eigen persoon uiterlijk op de tweede werkdag na de wedstrijd zijn bezwaar schriftelijk indienen bij het bondsbureau (tuchtcommissie@knkv.nl). Op dezelfde dag moet een bedrag van vijftien rekeneenheden (90,00) aan het bureau betaald zijn op bankrekeningnummer NL16TRIO0198346999 o.v.v. bezwaar formele waarschuwing.

In geval 3 geldt grotendeels dezelfde procedure: de betrokkene maakt bezwaar uiterlijk twee werkdagen na de wedstrijd onder betaling van vijftien rekeneenheden.
De algemeen voorzitter van de tuchtcommissie beoordeelt zo mogelijk voor de volgende wedstrijddag of het bezwaar gegrond is. Als dat zo is, besluit hij de boeking niet te laten registreren en wordt het betaalde bedrag van vijftien rekeneenheden terugbetaald.
Met klem wordt hier vermeld dat een bezwaar niet in behandeling wordt genomen indien:
- een ander dan betrokkene bezwaar maakt;
- de aantekening van de scheidsrechter op het wedstrijdformulier ontbreekt (in de gevallen 1 en 2);
- het bezwaarschrift eerst na de tweede werkdag na de wedstrijd ontvangen wordt;
- het verlangde bedrag niet op tijd is overgemaakt.