RvW 3.16 BB time-out

Het Bondsbestuur heeft in zijn vergadering van  23 mei 2018 de volgende richtlijnen, als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het reglement van wedstrijden, vastgesteld ten aanzien van  de time-out (§ 3.1b van de officiële spelregels). Daarnaast heeft het Bondsbestuur conform § 3.1a van de spelregels de wedstrijdduur voor veld- en zaalkorfbal vastgesteld. 
 
1. De  time-out is van toepassing in alle klassen van het top- en wedstrijdkorfbal in de veld- en zaalcompetitie. Per ploeg zijn, per wedstrijd, twee time-outs toegestaan.
 
2. Bij bijzondere wedstrijden of wedstrijdreeksen, als bedoeld in artikel 3 en 4 van het reglement van wedstrijden, bepaalt de organiserende instantie of de bepalingen van  de time-out van toepassing zijn.
 
3. Bij wedstrijden zonder schotklok is de time-out formeel een feit zodra de scheidsrechter – na het tijdens een spelonderbreking op de voorgeschreven wijze aanvragen van een time-out door de coach – het in de spelregel beschreven  scheidsrechtersgebaar voor het toestaan van een time-out heeft gegeven. Tot dat moment kan de coach zijn aanvraag ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de scheidsrechter genoemd gebaar heeft gemaakt, wordt de time-out als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit de time-out niet te gebruiken. Is dit laatste het geval, dan heeft de andere ploeg het recht de tijd, die voor een time-out staat, te gebruiken voor nader overleg.
 
4. Bij wedstrijden met een schotklok vraagt de coach tijdens een spelonderbreking bij de juryvoorzitter op de voorgeschreven wijze een time-out aan. Vervolgens gaat de juryvoorzitter staan en steekt een kaart met daarop een voor iedereen goed leesbare T of TO omhoog, waardoor de time-out formeel een feit is. De scheidsrechter maakt vervolgens het voorgeschreven scheidsrechtersgebaar. Tot het moment, dat de juryvoorzitter de kaart omhoog steekt, kan de coach zijn aanvraag ongedaan maken zonder dat dit gevolgen heeft. Zodra de juryvoorzitter de kaart omhoog heeft gestoken, wordt de time-out als zodanig geregistreerd, ook als de coach besluit de time-out niet te gebruiken. Is dit laatste het geval dan heeft de andere ploeg het recht de tijd, die voor een time-out staat, te gebruiken voor nader overleg.
 
5. De wedstrijdduur voor veld- en zaalkorfbal voor senioren bedraagt 2 x 30 minuten met ten hoogste 10 minuten rust. In de Korfbal League bedraagt de rust ten hoogste 15 minuten.
 
6. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2018