Kees Rodenburg over talentontwikkeling

Het KNKV is erg trots om de beste korfbalcompetities van de wereld te organiseren. Het spelen van competitieve wedstrijden is de sleutelfactor voor de talentontwikkeling van teamsporters. Het uitkomen voor de eigen vereniging is het centrale deel van het opleidingsprogramma en de vertegenwoordigende teams van het KNKV vormen de kers op de taart. Talentontwikkeling geldt echter voor alle korfballers. Ook voor degenen met minder aanleg uit de A4 of het vijfde seniorenteam geldt dat het spelen van goede competitiewedstrijden essentieel is. Datzelfde geldt voor kinderen uit de E- en F-teams waar nog absoluut niet van te zeggen valt of ze later erg goed kunnen worden. Als KNKV doen we onze uiterste best om competities samen te stellen met korte reistijden en gelijkwaardige tegenstand. Daar slagen we steeds beter in en daarin blijven we continu verbetering nastreven. Dankzij ons hoge ledenaantal kunnen wij evenwichtige competities maken. Bedenk dat onze 92.000 leden voor één programma gelden en dat bijvoorbeeld de 110.000 volleyballers verdeeld zitten over mannen en vrouwen zaal, beach en paralympisch (6 programma’s). Doordat de meeste van onze verenigingen teams in alle leeftijdsklassen hebben, is er ook binnen de vereniging veel mogelijk voor de grootste talenten. Dat brengt mij tot de aanleiding van de onderwerpskeuze van deze column.

Overstappen of bij je vereniging blijven?

Wij kregen een brief van een vereniging die aangaf ernstig hinder te ondervinden van grote clubs die zonder overleg op bestuurlijk niveau, talenten al op de D-leeftijd benaderen om over te stappen. Het is belangrijk om je te realiseren wie er eigenaar is van het talent. Dat is in de eerste plaats de speler zelf. Deze speler is vrij in het kiezen van een route om dat talent maximaal te ontwikkelen. Maar wat is talent en hoe herken je dat? En op welke wijze gaan de verenigingen met elkaar om? Vanuit alle teamsporten is ondertussen bekend dat daar voor de groeispurt nauwelijks iets zinnigs over te stellen is. Uit dezelfde onderzoeken komt naar voren dat sociale omgeving, de ouders, afstemming met school en sport belangrijke factoren zijn. Dus op de fiets naar je eigen vereniging en dicht bij degene die je na aan het hart zijn is een groot voordeel voor talentontwikkeling! Tot aan de B-leeftijd lijkt er geen enkele aanleiding om van vereniging te switchen om op die manier je kansen te vergroten. Door vervroegd over te gaan naar de A-jeugd of naar de senioren, zijn er vaak goede routes te plannen binnen de eigen vereniging. Natuurlijk zit daar niet oneindig veel rek in. Er kan een moment komen dat het voor het talent beter is naar een andere vereniging te gaan. Op zo’n moment overgaan betekent bijna altijd het in stand houden van de betrekkingen met de oorspronkelijke vereniging en een grote kans op een terugkeer op een zeker moment. De tweede vraag was hoe verenigingen hier met elkaar mee om gaan. Ik denk dat hier een verantwoording ligt bij de hoog spelende verenigingen die vaak spelers benaderen. Niet actief benaderen tot de B-leeftijd is het parool. Daarna altijd de ontwikkeling van het talent centraal stellen en altijd vooraf contact opnemen met de vereniging waar het talent op dat moment speelt. Er is geen gezagsverhouding tussen talent en de vereniging. Het KNKV kan alleen deze adviezen geven. De verantwoording van de laag spelende vereniging is om het talent niet te remmen in de ontwikkeling. Zijn de eigen mogelijkheden uitgeput, dan is het ook de verantwoording het talent te begeleiden en adviseren bij het maken van een overstap.

‘Standaard ’route naar de Korfbal League

Om u een klein beetje te helpen, vat ik de uitkomsten van een groot onderzoek naar de opleidingsroute van de huidige Korfbal League voor u samen. De standaard route is Hoofdklasse (HK) D-, C-, B- en A-jeugd, enkele jaren Reserve Korfbal League (RKL) en dan Korfbal League (KL). Bijna de helft van de talenten legt echter een andere route af. Tot aan de B-leeftijd komt alles voor. B-jeugd speelt bij voorkeur 1e klasse of HK, bij de A komt 1e klasse, Overgangsklasse (OK) en HK in aanmerking en bij de senioren is het rijtje 1e klasse, OK, Reserve Hoofdklasse (RHK), RKL, HK en KL. Gemiddeld haalt een vrouwelijk talent op haar 20e de KL en een mannelijk talent op zijn 23e. Kortom, de interne opleidingsroute ligt bij heel veel verenigingen open. Natuurlijk is dan wel goede coaching een voorwaarde. Ik beveel u onze KT-opleidingen en nieuwe initiatieven inzake technisch beleid van harte aan. Volg ook onze nieuwe initiatieven inzake trainersbegeleiding binnen de vereniging. Een volgende keer meer over aangehaald onderzoek, de RTC’s en korfbalscholen.

Kees Rodenburg

Datum: 21 september 2017 - 09:00 uur

Talentontwikkeling