Skip to the main content

‘Ik ben ervan overtuigd dat we de opmars kunnen voortzetten’

KNKV Organisatie

In april 2011 werd Rob Meijer verkozen tot voorzitter van het KNKV. Na bijna tien jaar draagt hij komende zaterdag, tijdens een digitale Bondsraadvergadering, de hamer over aan zijn beoogde opvolger Irene van Rijsewijk. Een afscheidsinterview.

Wat overheerst na bijna tien jaar voorzitterschap van het KNKV?

“Een bepaalde vorm van voldoening. In het vorige decennium had het KNKV vier voorzitters en je kunt dus stellen dat op dat vlak de rust is teruggekeerd. Daarbij hebben we, ondanks dat er ook bepaalde doelstellingen niet behaald zijn, enkele mooie successen geboekt. Terugblikkend moet ik constateren dat ik toch ook een beetje op de winkel gepast heb, terwijl dit niet in mijn aard zit en ik liever nieuwe, ambitieuze plannen uitvoer. Dit op de winkel passen komt mede, omdat we in mijn eerste periode als voorzitter te maken hebben gehad met wisselende directies en een reorganisatie, waarvan ik bij mijn aantreden dacht, dat deze achter de rug was. Dit is uiteindelijk wel op z’n pootjes terecht gekomen, maar dat heeft in mijn beginperiode wel wat energie van het bestuur gevergd. Verder is het doelgericht tot uitvoering brengen van plannen in een sportbond nu eenmaal iets moeilijker dan in een bedrijf of vereniging. Ik kijk terug op een goede samenwerking, maar de structuur van een bond brengt nu eenmaal wat beperkingen met zich mee.”

Met een landskampioenschap in de zaal op zak beëindigde je je tweede periode als voorzitter van TOP/LITTA. Wat zeg je met de wijsheid van nu over de KNKV-doelen die je bij je aantreden in 2011 geformuleerd hebt?

“Voor die doelstellingen heb ik gekeken naar de jaarplannen van de bond en mijn rode draad was: groei, want getal geeft macht. Hoe groter we worden, des te meer niemand om ons heen kan. We zaten destijds op circa 100.000 leden en ik heb aangegeven naar 150.000 leden toe te willen groeien. Dat had ook te maken met de tweede doelstelling ‘Korfbal Olympisch’, die er al was, en het feit dat we voor beide thema’s de wind in de zeilen hadden. In die periode maakte Alliantie Olympisch Vuur zich namelijk sterk om de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland te halen en in het kader daarvan de sportparticipatie onder de bevolking naar 75 procent te brengen. Met het aanbieden van passende sportvormen voor verschillende generaties waren we als bond al begonnen en als kersverse KNKV-voorzitter werd ik vanuit Olympisch Vuur gevraagd om plaats te nemen in een taskforce. Hiermee kreeg ik dus een stem in dit olympische verhaal, dat ons op beide vlakken kansen bood. Een sportparticipatie van 75 procent zou ons land meer dan 1,5 miljoen extra sporters opleveren en vanuit de gedachte dat we daarvan een klein deel naar ons toe moesten weten te halen kwam ik tot die 150.000 ledenambitie. Deze stip op de horizon was bedoeld als positieve impuls en aansprekend voor de buitenwereld, maar met een groei naar 110.000 of 120.000 leden was ik natuurlijk ook al blij geweest.”

De wind in de zeilen, tot in 2012 Alliantie Olympisch Vuur ter ziele ging.

“Daarmee doofde de olympische vlam in Nederland en hadden we minder aanknopingspunten om op olympisch niveau te komen, wat misschien nog wel belangrijker is dan deelname aan de Spelen zelf.  Ook het plan van NOC*NSF om de European Games naar Nederland te halen – korfbal zou dan één van de sporten zijn – werd door het kabinet afgeblazen. Daar hadden we ons als sportbonden harder voor moeten maken door zelf ook een bijdrage te leveren, terwijl we nu vooral naar de overheid en het bedrijfsleven keken. Met het wegvallen van de plannen voor de Olympische Spelen en de European Games gingen er voor het korfbal twee grote kansen verloren. Achteraf gezien is het getal van 150.000 misschien te ambitieus geweest, maar wie het begrijpt snapt er alles van.”

Het KNKV telt momenteel zo’n 90.000 leden. Welke interne factoren zijn er nog te noemen voor het niet behalen van de groeidoelstelling?

“Intern hebben we ons gefocust op het sterker maken van onze grote verenigingen en die met veel kader en groeipotentie, zonder daarbij de kleine verenigingen te laten schieten. Het doel was om zo te komen tot veel korfbalbolwerken met aantrekkingsrecht en bestaansrecht voor lange tijd: de kantine is altijd open, je kunt er als ouder op je laptop werken en het bruist er. Die focusmissie is – wederom op enkele successen na – nog niet geslaagd. Ik heb ervaren dat de meeste van onze verenigingsbesturen te druk zijn met de alledaagse dingen en daarom niet jaren vooruit kunnen kijken én de maatschappij te wijzen op ons gemengde en veilige karakter. Tegelijkertijd hebben we de verenigingen hier als bond niet adequaat genoeg in ondersteund.”

Wat was daar de oorzaak van?

“Zoals gezegd ging in de eerste periode teveel van onze energie naar andere zaken. Tevens heeft de bestuurlijke vernieuwing in de districten te weinig positief effect gehad. Ik zag de focusplannen als laaghangend fruit, dat we samen konden plukken om vervolgens door te gaan, maar binnen de districtsbesturen leefde de gedachte  dat ‘Zeist’ alles wilde bepalen. Waar die besturen eerder hun eigen beleid bepaalden hadden ze nu ‘slechts’ een uitvoerende rol en daardoor verloren ze wat hun motivatie. Terwijl we het natuurlijk samen wilden doen en ik in die eerste jaren veel het land in ben geweest om de verbinding te zoeken. Dat dit zou kunnen gaan spelen hadden we vooraf wel ingecalculeerd, maar we hebben dat gevoel dus onvoldoende weg kunnen nemen. We hebben fantastische plannen en tools, maar hebben de verenigingen die onvoldoende in weten te laten zetten. In de laatste jaren hebben we onze organisatie weten te verversen en in het kader van Vereniging Centraal hebben we in 2019 vier extra verenigingsadviseurs aangesteld. Dit laatste is één van de manieren om de verbinding met de verenigingen aan te halen en ze – in samenwerking met de vrijwilligersschil – écht concrete ondersteuning te bieden. Het is nog te vroeg om te bepalen of dit succes opgeleverd heeft.”

Je geeft in je eerste antwoord aan dat er enkele mooie successen zijn geboekt. Op welke zaken kijk je met voldoening terug?

“In de afgelopen tien jaar is naast het Nederlandse peil ook het internationale peil omhoog gegaan, mede door ons Top 6-plan, dat als doel heeft om de wereldtop te verbreden en daarmee korfbal verder te ontwikkelen als internationale topsport. Gelet op de eisen van het IOC – en daarmee ook NOC*NSF – moet het podium onvoorspelbaar zijn. Daarmee is niet gezegd dat de volgende finale niet weer tussen Nederland en België mag gaan, het gaat om het complete podium. Op die top 6-landen hebben we flink ingezet en daarvan zijn de eerste resultaten zichtbaar. Taiwan speelde in 2017 de finale van de World Games, verloor op het WK in 2019 de halve finale van België na een golden goal en in 2018 speelden we de EK-finale tegen Duitsland. Het zijn nu nog speldenprikjes, maar het is wel goed dat het gebeurt. We hebben veel geïnvesteerd in China, nu de nummer vier van de wereld. Daar zou de olympische doorbraak moeten komen. Als korfbal op het programma van de Asian Games komt zal China zich stormachtig gaan ontwikkelen, hetgeen onze olympische ambities alleen maar ten goede komt.”

De ontwikkelingen op internationaal vlak worden niet door iedereen in hetzelfde perspectief geplaatst.

“De critici, die menen dat investeren over de grens geen zin heeft, begrijp ik niet. Een sport zonder buitenland bestaat niet en van een mondiaal sterke sport met dito uitstraling profiteren uiteindelijk ook onze verenigingen. Je hoort ook wel eens de opmerking dat we het geld voor de TeamNL-programma’s beter anders kunnen besteden, maar ook daar ben ik het absoluut mee oneens, al was het maar omdat het grootste deel van dit budget afkomstig is van NOC*NSF en dit hiervoor bestemd is. Heb je niet de olympische ambitie, dan verliest je topsportprogramma z’n erkende status, krijg je niets en kom je nooit meer op het huidige niveau terug. Ik ben ervan overtuigd dat de olympische doelstelling van het KNKV er mede voor zorgt dat we in de breedte sterker worden en daardoor financiële middelen hebben om ook de totale sport sterker te maken. ‘Korfbal Olympisch’ is dus een must en we zijn er trots op deel te mogen uitmaken van TeamNL. Daarbij ben ik heel positief over de manier waarop TeamNL Korfbal zich presenteert en voor kinderen een idoolfunctie heeft. Het leveren van internationals geeft de betreffende Korfbal Leagueverenigingen ook enige vorm van status. Ik erken dat er voor hen soms ook enkele aanpassingen komen kijken, maar hun internationals ontwikkelen zich bij TeamNL Korfbal en daar hebben zij dus ook wat aan.”

Je hebt bij je aantreden dan ook de banden met de Internationale Korfbal Federatie aangehaald.

“In 2011 had het KNKV-bestuur zich wat afgekeerd van internationale ontwikkelingen. Dit onder het motto: wie betaalt, bepaalt. We zijn weliswaar de sterkste bond en betalen ook het meest, maar we kunnen op internationaal vlak niet zonder de IKF. Naast het Top 6-plan, waarvoor we de credits hebben gekregen, hebben we het ook met de IKF voor elkaar gekregen dat het EK nu om de twee jaar gespeeld wordt. Dit leidt tot meer internationale ontmoetingen, waardoor de landen weer op meer ondersteuning van hun overheid kunnen rekenen.”

Waar kijk je nog meer positief op terug?

“Op de contacten met de basis. We mogen niet al onze doelstellingen bereikt hebben, maar hebben toch goed contact met de verenigingen. Ik heb getracht bij alle honderdjarige verenigingen te zijn en dat is me bijna gelukt. Bij de vereniging hoor je weer zaken waar je wat mee kunt en ook binnen het bestuur en bureau is het belangrijk om te blijven communiceren. Ook in tijden dat je wat tegenslag hebt. Verder ben ik trots op de toegenomen zichtbaarheid van onze sport. Korfbal Leaguefinales en ook reguliere wedstrijden worden live uitgezonden en de media besteden hier in algemene zin meer aandacht aan. Het KNKV is zowel op directie- als op bestuursniveau zichtbaar en is een speler waarmee rekening wordt gehouden. We willen nog wel eens klagen over onze zichtbaarheid, maar dat is niet altijd terecht. Het vernieuwde mediabeleid is tot uitdrukking gekomen bij de World Games in 2017, waarvoor we onder de vlag van NOC*NSF de Nederlandse delegatie hebben gecoördineerd. In  Wrocław hebben we op politiek niveau mooie stappen gezet. Hebben we het over zichtbaarheid, dan is het op professionele wijze live streamen van wedstrijden ook een belangrijk punt. Dit is in de korfbalsport dusdanig gemeengoed geworden, dat we voor de Korfbal League in samenwerking met Eyecons tot een eigen korfbalplatform zijn gekomen. Dat proces met de verenigingen ging enkele jaren geleden moeizaam, maar dankzij een interim-bestuur van de in oprichting zijnde coöperatieve vereniging  is het er nu toch. Verder verdienen de verenigingen, die in de afgelopen jaren de livestreamkar hebben getrokken, een groot compliment. Dat zaterdag, tijdens mijn laatste dag als voorzitter, met de onderlinge duels van Talent TeamNL Korfbal en TeamNL Korfbal het korfbalplatform voor het eerst live gaat, is mooi. Op dit proces ben ik trots.”

Over de Korfbal Leaguefinale gesproken: die verhuisde onder Meijer van Ahoy naar de Ziggo Dome en weer terug.

“Het was een goede stap om te gaan en een goede stap om weer terug te keren. Na dertig jaar tijd Ahoy deed iedereen het op routine en was het goed voor iets anders. De Ziggo Dome heeft ons een stuk vernieuwing gebracht en onszelf aan het denken gezet. Na vier edities hebben we ons afgevraagd waar topkorfbal het beste tot z’n recht komt en waar onze fans elkaar het beste konden ontmoeten en dus zijn we weer terug in Ahoy. Rotterdam heeft er ook weer zin in en de Korfbal Leaguefinale 2020 was al nagenoeg uitverkocht toen door corona de klad erin kwam. Het is een goede move geweest.”

Onder jouw bewind is ook de veldverkleining tot stand gekomen.

“De spelers wilden buiten naar een veld dat net zo groot was als in de zaal. Bij de afschaffing van het middenvak was bewust gekozen voor een grotere afmeting van het veld om tot een onderscheid tussen veld- en zaalkorfbal te komen. Dat argument vonden wij niet meer opgaan en dus hebben we voor het veld gekozen voor gelijktrekking met de zaal. Voor de verenigingen die net een nieuw ‘groot’ kunstgrasveld hadden neergelegd, hebben we de overgangsperiode van twaalf jaar ingesteld. Op die veldverkleining ben ik inderdaad ook wel trots, want het was toch een relatief complex dossier, dat we in korte tijd hebben afgerond. Hiermee hebben we de sport weer een stukje aantrekkelijker gemaakt, zoals dat ook gebeurd is met enkele doorgevoerde spelregelwijzigingen. Daarop voortbordurend wil ik 4-korfbal bij de F’jes en E’tjes ook nog wel noemen. Dat hebben we er met een bestuursbesluit doorheen gekregen. Wil je iets bereiken, dan moet je durven beslissen. Persoonlijk vind ik trouwens dat we 4-korfbal moeten doortrekken naar het breedtekorfbal, zoals we continu op zoek moeten blijven naar andere korfbalvormen om mensen aan ons te binden. Al met al zijn de genoemde ontwikkeling van de topcompetities, het topsportprogramma, het internationale veld, de zichtbaarheid, de veldverkleining en het jeugdkorfbal mooie wapenfeiten.”

Hoe zou je jezelf als voorzitter typeren?

“Ik heb getracht te verbinden en met doelstellingen een beleid te bepalen. Ik ben wars van conflicten en probeer dus het compromis te vinden, ben naast mijn beroep als advocaat niet voor niets mediator. De gezamenlijke oplossing vinden is niet altijd gelukt, maar dat heb ik wel getracht. Uiteraard gold: als er een besluit moest vallen, werden er wel knopen doorgehakt.”

Wat ga je doen nu je de voorzittershamer neerlegt?

“Naast mijn drukke baan ook een uitdagende bestuursrol vervullen heeft me altijd optimaal laten presteren. Inmiddels ben ik op een leeftijd gekomen dat prestaties leveren niet meer op de eerste plaats staat. Ik ben ervan overtuigd dat er nog wel wat aan komt, ook wel op het gebied van korfbal. Het moet alleen wel bij me passen, want ik ga geen dingen doen om enkel te tijd te vullen. Ik vind het wel belangrijk dat ik maatschappelijk betrokken ben. Omdat ik ooit als klein jongetje met een vriendje meeging naar het korfbalveld, is het zo gekomen dat ik me inzet voor de korfbalsport.”

De laatste maanden van je voorzitterschap worden gekenmerkt door coronabeperkingen. Hoe heb je dit beleefd?

“Ik vind het een vervelende periode. Het is moeilijk om plannen te ontwikkelen en goed contact te houden met je achterban. Leuk is anders, maar we moeten er als bond mee leven en zorgen dat we de clubs faciliteren en stimuleren om de blik vooruit te houden. Dit heeft het bureau overigens zeer alert opgepikt en voortgezet. In eerste instantie zou ik tot de World Games van 2021 in Birmingham aanblijven, maar toen die uitgesteld werden naar 2022 en een opvolger zich aandiende, heb ik besloten dat het mooi geweest is. We hebben maar besloten om de Bondsraadvergadering van zaterdag digitaal te doen, waarbij enkel het huidige en aankomende bestuur op Papendal aanwezig zijn. Ik had me mijn vertrek anders voorgesteld, maar het gaat niet om mij en dit is nu de beste oplossing. Hopelijk kan ik op een later moment nog echt afscheid nemen.”

Wat zou je aan je beoogde opvolger Irene van Rijsewijk mee willen geven?

“In mijn bestuursperiode hebben we de groeidoelstelling weliswaar niet gehaald, maar ik ben er van overtuigd dat we door onze verenigingen goed te ondersteunen de gewenste opmars kunnen voortzetten. Voor onze tweede doelstelling ‘Korfbal Olympisch’ hebben we alles reeds goed staan, nu is het zaak om de zaken zo te organiseren en aan te jagen dat we het ledental weer omhoog krijgen. Daar wens ik haar uiteraard alle succes bij.”

En wat is je slotboodschap aan de leden van wie je bijna tien jaar de voorzitter bent geweest?

“Ik wil iedereen in het land bedanken voor de enorme inzet die jullie verrichten voor onze prachtige sport. Van ons gemengde karakter moeten we juist in deze tijd nog meer zien te profiteren. Indien jullie je voor je vereniging blijven inzetten, moeten we de door mij gewenste groei op enig moment weten te realiseren. Om de sportparticipatie te verhogen moeten we om ons heen kijken, ons gereed maken voor alle typen sporters en daar verschillende vormen voor aanbieden. Het is zaak om de maatschappij meer aan ons te binden en zo win-winsituaties te creëren. Maak hiervoor gebruik van alle prachtige pakketten van het KNKV en doe een beroep op onze professionals, die ik ook van harte wil bedanken voor de fijne samenwerking.”

Foto’s: Marco Spelten en Gertrude de Vries, Korfbalfoto.nl

Gerelateerde artikelen

Terugblik Bondsraadvergadering 27 juni
KNKV Organisatie
Terugblik Bondsraadvergadering 27 juni

Zaterdag 27 juni vond op Papendal de Bondsraadvergadering plaats. Je kunt de vergadering hier terugkijken of teruglezen wat er besproken is.

Lees meer
Vacature voorzitter bondsbestuur
KNKV Organisatie
Vacature voorzitter bondsbestuur

Vanwege het aanstaande aftreden van de huidige voorzitter Rob Meijer is het KNKV op zoek naar een voorzitter voor het bondsbestuur. Rob Meijer neemt afscheid na de World Games in juli 2021.

Lees meer
Vacature lid Commissie van Beroep
KNKV Organisatie
Vacature lid Commissie van Beroep

Het KNKV is op zoek naar een lid Commissie van Beroep. De Commissie van Beroep behandelt zaken waarin beroep is ingesteld tegen een uitspraak van de Tuchtcommissie en doet hier uitspraak over.

Lees meer

Topartikelen

Bestuurders Financiën
Tool voor compensatieregelingen voor sportverenigingen
Korfbalaanbod Verenigingsservice
Jongerenorganisaties en sportbonden roepen kabinet op om een stap te zetten voor jongeren
Best practice Bestuurders Verenigingsservice
Vijfde editie online KNKV Magazine