Skip to the main content

Dopingreglement

versie 2021

goedgekeurd door de bondsraad van het KNKV op 12 december 2020

Gebaseerd op het NATIONAAL DOPINGREGLEMENT 2021 van de Dopingautoriteit

Inhoudsopgave 
Hoofdstuk I – Begrippen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Artikel 2: Doping
Hoofdstuk II – Dopingovertredingen
Artikel 3: Aanwezigheid
Artikel 4: Gebruik
Artikel 5: Gebrekkige medewerking
Artikel 6: Whereabouts-fouten
Artikel 7: Manipulatie
Artikel 8: Bezit
Artikel 9: Handel
Artikel 10: Toediening
Artikel 11: Medeplichtigheid
Artikel 12: Verboden samenwerking
Artikel 13: Ontmoediging
Hoofdstuk III – Verboden stoffen en verboden methoden
Artikel 14: Dopinglijst
Artikel 15: Dispensaties
Hoofdstuk IV – Anti-Doping Activiteiten
Artikel 16: Anti-doping activiteiten
Artikel 17: Opsporing en onderzoek
Artikel 18: Dopingcontrole
Artikel 19: (Her)analyse
Artikel 20: Registered testing pool (RTP)
Artikel 20a: Hervatten wedstrijdbeoefening
Hoofdstuk V – Resultaatmanagement
Artikel 21: Algemeen
Artikel 22: Beoordeling dopingzaken
Artikel 23: Analyse B-monster
Artikel 24: Communicatie controleresultaten en dopingovertredingen
Artikel 25: Vervolgonderzoek
Artikel 26: Ordemaatregel
Artikel 27: Aanvaarding dopingovertreding en sanctie (schikking)
Hoofdstuk VI – Tuchtrechtelijke behandeling
Artikel 28: Algemeen
Artikel 29: Aanhangig maken dopingzaken (aangifte)
Artikel 30: Behandeling dopingzaken
Artikel 31: Conclusie
Artikel 32: Verstek
Hoofdstuk VII – Bewijs van doping
Artikel 33: Bewijslast
Artikel 34: Methoden vaststellen feiten en aannamen
Hoofdstuk VIII – Spelsancties en wedstrijdresultaten
Artikel 35: Automatisch vervallen wedstrijdresultaten
Artikel 36: Spelsancties en boetes
Hoofdstuk IX – Sancties
Artikel 37: Sanctie overtreding artikel 3, 4 en 8
Artikel 38: Opzet voor de toepassing van Hoofdstuk IX en Hoofdstuk X
Artikel 38a: Verzwarende omstandigheden
Artikel 38b: Drugs
Artikel 39: Sanctie overtreding artikel 5 en 7
Artikel 40: Sanctie overtreding artikel 6
Artikel 41: Sanctie overtreding artikel 9, 10 en 13
Artikel 42: Sanctie overtreding artikel 11
Artikel 43: Sanctie overtreding artikel 12
Hoofdstuk X – Strafmaat en sanctiereductie
Artikel 44: Geen schuld of nalatigheid
Artikel 45: Geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid
Artikel 46: Substantiële ondersteuning
Artikel 47: Bekentenis voorafgaand aan vermoeden dopingovertreding
Artikel 48: Bekentenis na kennisgeving
Artikel 49: Meerdere opties sanctiereductie
Artikel 50: Meerdere overtredingen
Hoofdstuk XI – Overige sanctiebepalingen
Artikel 51: Aanvang van de periode van schorsing
Artikel 52: (Status gedurende) schorsing en ordemaatregel
Artikel 53: Consequenties teams (indien van toepassing)
Artikel 54: Herziening
Artikel 55: Verjaringstermijn
Artikel 56: Automatische toepassing van beslissingen
Artikel 57: Bekendmaking
Hoofdstuk XII – Beroep
Artikel 58: Beroep
Artikel 59: Voor beroep vatbare besluiten
Artikel 60: Beroepsrecht
Artikel 61: Beroep/interventie WADA
Artikel 62: Beroep dispensaties
Artikel 63: Beroepstermijnen
Hoofdstuk XIII – Restbepalingen
Artikel 64: Taken en verantwoordelijkheden van de Dopingautoriteit
Artikel 65: Taken en verantwoordelijkheden van leden
Artikel 66: Taken en verantwoordelijkheden van begeleidend personeel
Artikel 67: Taken en verantwoordelijkheden van het KNKV
Artikel 68: Privacy
Artikel 69: Kosten
Artikel 70: Verhouding reglementen
Artikel 71: Interpretatie
Artikel 72: Overgangsbepalingen
Artikel 72a: Herzieningsverzoeken drugs
Artikel 72b: Herzieningsverzoeken van recreatieve sporters
Artikel 73: Bijlagen
Artikel 74: Slotbepaling

Hoofdstuk I – Begrippen

Artikel 1
Begripsomschrijvingen

Aanwijzen: het mondeling op de hoogte stellen van de betrokkene dat deze is geselecteerd voor een dopingcontrole.
Afbraakproduct: stof die ontstaat bij een biologisch omzettingsproces.
Afnameprocedure: de procedure vanaf de melding van de betrokkene in het dopingcontrolestation tot en met de ondertekening van het relevante (dopingcontrole)formulier.
Anti-doping organisatie (ADO): een Nationale Anti-Doping Organisatie (NADO), een internationale federatie (in het bijzonder de International Korfball Federation [IKF]), het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA), het Internationaal Olympisch Comité (IOC), het Internationaal Paralympisch Comité (IPC), een organisator van een evenement of een andere instantie of organisatie die bevoegd is tot het (laten) uitvoeren van een dopingcontrole. Alleen zogenaamde ‘Code Signatories’ kunnen ‘ADO’ zijn. (1)
Assistent-Dopingcontroleofficial: een door de dopingcontrole-uitvoerende organisatie aangewezen persoon, die de dopingcontroleofficial ondersteunt. De benaming van deze functionaris kan per dopingcontrole-uitvoerende organisatie verschillen (bijvoorbeeld: chaperonne, steward).
Atypische bevinding: een uitslag van een door een door WADA geaccrediteerd of goedgekeurd laboratorium uitgevoerde analyse, waaruit voortvloeit dat het in de dopinglijst, de International Standard for Laboratories (ISL) of een andere International Standard bedoelde vervolgonderzoek dient plaats te vinden, teneinde te bepalen of sprake is van een belastend analyseresultaat.
Atypisch paspoortresultaat: een rapport dat als zodanig is benoemd in de van toepassing zijnde International Standard(s).
Begeleidend personeel: elke coach, trainer, manager, zaakwaarnemer, teammedewerker, official, (para)medische begeleider, ouder en elke andere persoon die werkt met een of meer leden die deelnemen aan of zich voorbereiden op sportwedstrijden, deze leden behandelt, assisteert, ondersteunt en/of begeleidt.
Begeleider: de persoon die door de betrokkene is gevraagd hem te vergezellen bij de afnameprocedure.
Belastend analyseresultaat: een rapport van een door WADA geaccrediteerd of goedgekeurd laboratorium, dat in overeenstemming met de ISL, in een monster de aanwezigheid van een verboden stof of afbraakproducten en/of markers daarvan of bewijs van het gebruik van een verboden methode, vaststelt.
Belastend paspoortresultaat: een rapport dat als zodanig is benoemd in de van toepassing zijnde International Standard(s).
Beschermd persoon: een lid of andere natuurlijke persoon dat/die ten tijde van de dopingovertreding: (i) nog niet de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; (ii) nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet opgenomen is in een RTP en nog nooit heeft deelgenomen in een open categorie tijdens een Internationaal Evenement; of (iii) volgens van toepassing zijnd nationaal recht om redenen anders dan leeftijd niet als rechtsbekwaam wordt aangemerkt.
Beslissingswaarde: de waarde van het analyseresultaat voor een verboden stof waarvoor een grenswaarde (2) geldt waarboven een belastend analyseresultaat wordt gerapporteerd, zoals gedefinieerd in de ISL.
Betrokkene: het lid
(i) dat een dispensatieverzoek heeft ingediend
(ii) dat is geselecteerd voor een dopingcontrole,
(iii) dat onderworpen is of wordt aan een dopingcontrole,
(iv) dat onderwerp is van een onderzoek naar een mogelijke dopingovertreding,
(v) dat substantiële ondersteuning verleent of wil verlenen,
(vi) dat op grond van dit reglement iets moet aantonen,
(vii) aan wie een ordemaatregel is opgelegd (3),
(viii) tegen wie aangifte is gedaan,
(ix) dat bekend heeft een dopingovertreding te hebben begaan en/of schuldig is bevonden aan het begaan van een dopingovertreding,
(x) dat beroep heeft ingesteld tegen een op hem betrekking hebbende beslissing of uitspraak,
(xi) dat onderwerp is van een uitspraak of beslissing waartegen beroep is ingesteld, of
(xii) aan wie consequenties zijn opgelegd, waaronder een periode van schorsing.
 Bevestigen: in de zin van de analyse van het B-monster wil bevestigen zeggen dat in het B-monster dezelfde verboden stof en/of verboden methode wordt aangetroffen als in het A-monster. Indien een stof alleen verboden is bij het overschrijden van een bepaalde hoeveelheid, is voor het bevestigen nodig dat ook in het B-monster die verboden hoeveelheid van de in het A-monster aangetroffen stof overschreden wordt, tenzij sprake is van een exogene verboden stof waarvoor een specifieke grenswaarde geldt op basis van de dopinglijst en/of de ISL, in welk geval voor bevestiging slechts nodig is dat in het B-monster enige hoeveelheid van dezelfde verboden stof wordt aangetroffen.
Binnen wedstrijdverband: de periode die aanvangt om 23:59 uur op de dag voorafgaand aan een wedstrijd, en voortduurt tot en met (i) de afronding van de betreffende wedstrijd, dan wel (ii) de afronding van de na afloop van de wedstrijd geplande dopingcontrole(s) (indien daarvan sprake is).
Biologisch paspoort: het programma en de methoden voor het verzamelen en verwerken van gegevens zoals benoemd in de ISTI en de ISL.
Buiten wedstrijdverband: elke periode die niet binnen wedstrijdverband is.
CAS: Court of Arbitration for Sport.
Consequenties: onder consequenties vallen
(a) het vervallen van wedstrijdresultaten,
(b) de schorsing,
(c) de ordemaatregel,
(d) financiële gevolgen, waaronder een voor een dopingovertreding opgelegde financiële sanctie (indien van toepassing) of het terugvorderen van aan een dopingovertreding verbonden kosten (indien van toepassing), en
(e) bekendmaking (zie artikel 57). Voor teams in teamsporten omvatten consequenties ook de gevolgen die zijn beschreven in artikel 53.
Controleresultaten: alle gegevens voortvloeiend uit een (poging tot) dopingcontrole, waaronder (doch niet uitsluitend) de gegevens voortvloeiend uit de uitgevoerde analyse(s). Onder controleresultaten vallen in ieder geval:
belastende analyseresultaten, atypische bevindingen, resultaten van vervolgonderzoek, belastende paspoortresultaten, atypische paspoortresultaten.
Dispensatie: een conform de Dispensatiebijlage en/of de International Standard for Therapeutic Use Exemptions (ISTUE) door de Dopingautoriteit of een andere bevoegde ADO genomen besluit, inhoudende de verlening van een ontheffing. 1.23.
Dopingautoriteit: het zelfstandig bestuursorgaan Dopingautoriteit, de door de Nederlandse overheid aangewezen NADO voor Nederland, die de taken en bevoegdheden heeft zoals die zijn beschreven in dit reglement en de wet. (4)
Dopingcontrole: het onderdeel van het dopingcontroleproces dat de aanwijzing ter dopingcontrole, alsmede de afname van het monster omvat.
Dopingcontroleproces: alle stappen en processen vanaf het verdelen en inplannen van dopingcontroles tot en met de definitieve uitkomst van beroepszaken, alsmede het toezicht op de naleving van consequenties , met inbegrip van alle stappen en processen daartussen, waaronder maar niet beperkt tot het testproces, het doen van onderzoek naar mogelijke dopingovertredingen, whereabouts, dispensaties, laboratoriumonderzoek, resultaatmanagement, de tuchtrechtelijke behandeling, en onderzoeken of procedures met betrekking tot schendingen van artikel 52 lid 1.
Dopingcontroleofficial: een door de dopingcontrole-uitvoerende organisatie benoemde en getrainde persoon die is belast met de gedelegeerde bevoegdheid voor de uitvoering van de dopingcontrole.
Dopingcontrole-uitvoerende organisatie: de instantie of organisatie die met de uitvoering van een dopingcontrole is belast.
Dopinglijst: de als bijlage van dit reglement deel uitmakende, door WADA als de Prohibited List International Standard vastgestelde lijst met verboden stoffen en verboden methoden.
Dopingovertreding: een overtreding van een dopingreglement.
Dopingreglement: (i) het door of namens (5) het KNKV vastgestelde dopingreglement met de door WADA of de Dopingautoriteit vastgestelde bijlagen (6) (hierna: dit reglement), en (ii) een door een ADO of andere instantie, dan wel organisatie vastgesteld dopingreglement, ook al is dit dopingreglement bij de desbetreffende ADO of andere instantie, dan wel organisatie, anders genaamd. Door een overheid of wetgever vastgestelde regels inzake doping worden voor de toepassing van dit reglement ook beschouwd als dopingreglement.
Dopingzaak: een mogelijke dopingovertreding.
Drugs: voor de toepassing van Hoofdstuk IX en Hoofdstuk X vallen onder drugs die verboden stoffen die op de dopinglijst specifiek als ‘drugs’ (‘Substances of Abuse’ in de oorspronkelijke Engelse versie van de dopinglijst) zijn aangemerkt. Voor deze drugs geldt dat er buiten de context van sport in de maatschappij regelmatig misbruik van wordt gemaakt.
Evenement: een reeks individuele of afzonderlijke wedstrijden die gemeenschappelijk wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van één koepel of organisatie, bijvoorbeeld een internationale federatie (in het bijzonder de IKF), of een nationale sportbond. (7)
Internationaal evenement: een evenement of een wedstrijd georganiseerd door of onder auspiciën van het IOC, het IPC, een internationale federatie (in het bijzonder de IKF) of een andere internationale sportorganisatie (zoals de continentale organen die zijn aangesloten bij internationale federaties (in het bijzonder de IKF) of bij het IOC, en andere internationale organisaties voor meerdere sporten die optreden als bestuursorgaan van een continentaal of regionaal evenement).
International-Level Athlete: sporter die op internationaal niveau een sport beoefent, volgens de definitie van de verantwoordelijke internationale federatie (in het bijzonder de IKF), in overeenstemming met de International Standard for Testing and Investigations (ISTI).
International Standard: door WADA vastgestelde internationale standaard behorend bij de World Anti-Doping Code, waaronder in ieder geval: de Prohibited List International Standard (de dopinglijst), de ISTI, de ISL, de ISTUE, de International Standard for Results Management (ISRM), de International Standard for Education (ISE), de International Standard for Code Compliance by Signatories (ISCCS) en de International Standard for the Protection of Privacy and Personal Information (ISPPPI). De International Standards zijn van toepassing op dit reglement en worden geacht hiervan deel uit te maken. De bij een International Standard behorende Technical Documents worden geacht onderdeel uit te maken van de betreffende International Standard.
Lid: de natuurlijk persoon die, via lidmaatschap, licentie, overeenkomst, deelname aan een wedstrijd (van het KNKV of een internationale federatie (in het bijzonder de IKF)) of op andere wijze, is gebonden aan de statuten, reglementen en besluiten van het KNKV. Als lid worden tevens beschouwd in de sport of het KNKV actieve of werkzame personen (bijvoorbeeld personen die actief of werkzaam zijn voor een binnen het KNKV actieve vereniging of voor een team dat uitkomt in een sport), die niet via lidmaatschap, licentie of enige overeenkomst zijn aangesloten bij het KNKV.
Marker: een stof of groep van stoffen of biologische variabelen, die duidt of duiden op het gebruik van een verboden stof en/of de toepassing van een verboden methode.
Minderjarige: een persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt.
Monster: enig biologisch materiaal (inclusief DNA-dragend materiaal), zoals urine, bloed, zweet of speeksel, dat is verzameld ten behoeve van het dopingcontroleproces.
National-Level Athlete: sporters die zijn opgenomen in de RTP.
Nationale Anti-Doping Organisatie (NADO): de door elk land aangewezen instantie met de primaire bevoegdheid en verantwoordelijkheid om dopingregels vast te stellen en toe te passen, dopingcontroles aan te sturen en uit te voeren, de controleresultaten te beheren en op nationaal niveau hoorzittingen te organiseren.
Nationaal evenement: een sportevenement of wedstrijd waarin International Level Athletes en/of National-Level Athletes participeren dat geen internationaal evenement is.
Ondertekenaar: een Anti-Doping Organisatie die de World Anti-Doping Code heeft aanvaard en daarmee heeft toegezegd deze Code te implementeren. (8)
Persoon: een natuurlijke persoon of een organisatie of andere instantie.
Poging: opzettelijk gedrag vertonen dat een essentiële stap vormt in de richting van gedrag dat bedoeld is om te leiden tot een dopingovertreding. Een poging vormt geen dopingovertreding, indien het lid afziet van de poging voordat deze wordt ontdekt door een derde partij die niet bij de poging is betrokken.
Recreatieve sporter: (a) sporters die niet vallen onder de definitie van International-Level Athlete en/of National-Level Athlete,
(b) sporters die niet (gaan) deelnemen of hebben deelgenomen aan wedstrijden die de Dopingautoriteit als nationaal kwalificeert (9),
en
(c) sporters die in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het begaan van een dopingovertreding, niet hebben behoord tot een van de volgende categorieën:
(i) sporters van internationaal niveau,
(ii) sporters die zijn opgenomen in een RTP die wordt beheerd door een internationale federatie (in het bijzonder de IKF) of een NADO (inclusief de Dopingautoriteit)
en
(iii) sporters die een land hebben vertegenwoordigd in een internationaal evenement in een open categorie.
Registered testing pool (RTP): een door de Dopingautoriteit, een andere NADO of internationale federatie (in het bijzonder de IKF) vastgestelde groep sporters.
Schorsing: sanctie waarbij de betrokkene gedurende een bepaalde periode aan geen enkele wedstrijd, competitie, evenement of andere activiteit mag deelnemen, en in geen enkele hoedanigheid mag acteren of participeren
Schuld: elk plichtsverzuim en/of elk gebrek aan zorgvuldigheid die in een bepaalde situatie passend is.
Selecteren: het selecteren van een lid voor een dopingcontrole. Selectie kan geschieden op basis van loting, wedstrijdresultaten, dan wel elke andere door een ADO te bepalen wijze.
Specifieke stof: de als zodanig aangemerkte (categorieën van) stoffen op de dopinglijst. (10)
Teamsport: een sport waarbij het vervangen van deelnemers tijdens een wedstrijd is toegestaan.
Technical Document: door WADA vastgesteld en gepubliceerd document, waarnaar wordt verwezen in een International Standard, dat inzake specifieke technische onderwerpen verplichte specificaties bevat.
Testproces: het onderdeel van het dopingcontroleproces dat
(i) de planning van de dopingcontrole(s),
(ii) de aanwijzing ter dopingcontrole,
(iii) de afname van het monster,
(iv) de verwerking van het monster, alsmede
(v) het transport van het monster naar het laboratorium omvat.
Tuchtcollege: het orgaan of college, inclusief het CAS, dat op grond van dit reglement, de statuten en/of een (ander) reglement van het KNKV of een ADO, bevoegd is tuchtrecht te spreken.
Verboden methode: een methode die op de dopinglijst is beschreven.
Verboden stof: een stof, dan wel een categorie stoffen, die op de dopinglijst is beschreven.
Vervallen wedstrijdresultaten: het ongeldig verklaren van de individuele resultaten van de betrokkene met betrekking tot een bepaalde wedstrijd, competitie of evenement, met alle daaruit voortvloeiende consequenties zoals het teruggeven van medailles, prijzen(geld) en het verliezen van punten.
Vervuild product: een product dat een verboden stof bevat (i) die niet staat vermeld op het etiket en (ii) die niet wordt genoemd in informatie die beschikbaar is via een redelijke zoekinspanning op internet.
Voorlopige hoorzitting: een hoorzitting die plaatsvindt in het kader van een opgelegde ordemaatregel, en die is bedoeld is om de betrokkene de gelegenheid te geven om schriftelijk of mondeling te worden gehoord. (11)
Wedstrijd: een enkele race, match of spel, of een afzonderlijk nummer of onderdeel. (12)
Whereabouts-fout: een conform de ISTI of de Whereabouts-bijlage vastgestelde foutieve inzending of missed test. (13)
Whereabouts-gegevens: de in de ISTI en de Whereabouts-bijlage bedoelde gegevens, die een lid dat is opgenomen in de RTP, aan de Dopingautoriteit of een andere ADO dient te verschaffen.
World Anti-Doping Code: de actuele door WADA vastgestelde World Anti-Doping Code, waarop dit reglement is gebaseerd.

Waar dit reglement begrippen in enkelvoud weergeeft, geldt ook de meervoudvorm van dat begrip en omgekeerd, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
Waar dit reglement bepalingen in het heden stelt, geldt de bepaling ook voor gebeurtenissen in het verleden, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
De door WADA vastgestelde documenten kunnen worden geraadpleegd op: www.wada-ama.org.

(1) De actuele lijst met Code Signatories is te vinden op: www.wada-ama.org.
(2) De ISL gebruikt voor het begrip ‘grenswaarde’ de term ‘threshold substance’.
(3) Hieronder valt tevens de vrijwillig aanvaarde ordemaatregel als bedoeld in artikel 26 lid 9.
(4) De Wet uitvoering antidopingbeleid (Wuab) kent aan de Dopingautoriteit de volgende taken toe: (a) het bestrijden van doping in de sport, (b) het uitvoeren van het dopingcontroleproces, (c) het verzamelen en onderzoeken van informatie over mogelijke overtredingen van een dopingreglement, (d) het geven van voorlichting over doping, (e) andere door Onze Minister opgedragen taken die verband houden met het bestrijden van toepassing van doping in de sport.
(5) Voor bonden die voor doping bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR) zijn aangesloten, stelt het ISR namens de Bond het Dopingreglement vast.
(6) De bijlagen worden gepubliceerd op de website van de Dopingautoriteit: www.dopingautoriteit.nl. 8 Voorbeelden van evenementen zijn: de Olympische Spelen, de Paralympische Spelen, een Wereldkampioenschap en een Europees Kampioenschap.
(7) Voorbeelden van evenementen zijn: de Olympische Spelen, de Paralympische Spelen, een Wereldkampioenschap en een Europees Kampioenschap.
(8) Ondertekenaars worden door WADA en de World Anti-Doping Code aangeduid als zogenaamde ‘(Code) Signatories’, en worden door WADA aan het overzicht van ‘Code Signatories’ toegevoegd.
(9) De Dopingautoriteit zal deze lijst op haar website publiceren met als aanduiding voor deze categorie wedstrijden: ‘wedstrijden nationaal niveau B’.
(10) De Engelstalige dopinglijst hanteert voor de term ‘specifieke stoffen’ de volgende term: specified substances.
(11) De voorlopige hoorzitting houdt geen volledige behandeling en beoordeling van de feiten van de zaak in.
(12) Voorbeelden van wedstrijden zijn: een voetbal- of basketbalwedstrijd, of de finale van de Olympische 100 meter hardlopen in atletiek. Voor etappekoersen en andere sportcompetities waar dagelijks of op een andere tussentijdse basis, prijzen worden toegekend, wordt in de reglementen van de betreffende internationale federaties (in het bijzonder de IKF) voorzien in het verschil tussen een wedstrijd en een evenement.
(13) De in de ISTI gebruikte term voor foutieve inzending is ‘filing failure’.

Artikel 2
Doping

1. In dit reglement wordt onder doping verstaan de overtredingen zoals vermeld in artikel 3 tot en met artikel 13.
2. Elk lid en begeleidend personeel wordt geacht de inhoud van dit reglement en de bij dit reglement behorende bijlagen te kennen, te weten wanneer sprake is van een dopingovertreding, alsmede bekend te zijn met de door de dopinglijst beschreven (categorieën van) verboden stoffen en verboden methoden. Ieder lid
is verplicht zich op de hoogte te houden van de geldige dopinglijst, zoals gepubliceerd op de websites van WADA en de Dopingautoriteit.
3. Elk lid en begeleidend personeel dient zich op de hoogte te stellen van de inhoud van dit reglement en de bij dit reglement behorende bijlagen. Bij deelname aan een internationaal evenement of een wedstrijd of evenement in het buitenland dient een lid zich voorafgaand aan deze deelname op de hoogte te stellen van de voor de betreffende wedstrijd of evenement geldende regels en procedures inzake doping(controles).
4. Voor artikel 3 en artikel 4 geldt dat risicoaansprakelijkheid van toepassing is. Dit wil zeggen dat het voor het vaststellen van een overtreding van artikel 3 of artikel 4 niet noodzakelijk is dat zijdens de betrokkene opzet, schuld, nalatigheid of bewust gebruik wordt aangetoond.

Hoofdstuk II Overtredingen

Artikel 3
Aanwezigheid

1. De aanwezigheid van een verboden stof en/of een verboden methode, de afbraakproducten daarvan en/of markers in een monster van een lid vormt een dopingovertreding.
2. Met uitzondering van die stoffen waarvoor een beslissingswaarde geldt op basis van de dopinglijst en/of een Technical Document, is bij elke gerapporteerde aanwezigheid van een verboden stof, een verboden methode, een afbraakproduct daarvan en/of een marker in een monster van een lid, sprake van een dopingovertreding.
3. De dopinglijst, International Standards of Technical Documents kunnen speciale criteria bevatten voor het rapporteren van of de beoordeling van (de aanwezigheid van en/of de aangetroffen hoeveelheid van) bepaalde verboden stoffen.
4. Van voldoende bewijs voor een overtreding van artikel 3 is sprake:
a. bij aanwezigheid van een verboden stof of afbraakproducten of markers daarvan in het A-monster van een betrokkene waarbij de betrokkene heeft afgezien van het laten analyseren van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
b. wanneer het B-monster van een betrokkene wordt geanalyseerd en deze analyse de aanwezigheid van de in diens A-monster gevonden verboden stof of afbraakproducten of markers daarvan, bevestigt;
c. wanneer het A-monster of B-monster in twee delen is gedeeld, en de analyse van het tweede deel van het gesplitste monster de aanwezigheid van de in het eerste deel van het gesplitste monster gevonden verboden stof of afbraakproducten of markers daarvan bevestigt; en/of
d. wanneer de betrokkene afziet van analyse van het tweede deel van het gesplitste monster.
5. De Dopingautoriteit heeft het recht het B-monster te laten analyseren, ook als de betrokkene afziet van het laten analyseren van het B-monster.
6. Het is de persoonlijke plicht van elk lid ervoor te zorgen dat geen verboden stoffen, verboden methoden, de afbraakproducten daarvan en/of markers in zijn lichaam binnenkomen. Leden zijn verantwoordelijk voor alle verboden stoffen, verboden methoden, de afbraakproducten daarvan en/of markers, die worden aangetroffen in hun monsters. Dientengevolge hoeft geen opzet, schuld, nalatigheid van of bewust gebruik zijdens een lid te worden aangetoond om een overtreding inzake artikel 3 te kunnen vaststellen.
7. Bij elke aanwezigheid van een verboden stof, een verboden methode, een afbraakproduct daarvan en/of een marker in een monster van een lid, is sprake van een overtreding inzake artikel 3, ongeacht wanneer de betreffende verboden stoffen en/of verboden methoden zijn ingenomen, gebruikt of toegediend.

Artikel 4
Gebruik

1. Gebruik of poging tot het gebruik van een verboden stof of een verboden methode vormt een dopingovertreding. Het slagen of mislukken van (de poging tot) het gebruik van een verboden stof of verboden methode is niet relevant voor de beoordeling of sprake is van een dopingovertreding.
2. Onder gebruik wordt verstaan: het gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren, aanwenden of op wat voor wijze dan ook tot zich nemen van een verboden stof en/of een verboden methode.
3. Van voldoende bewijs voor een overtreding van artikel 4 is in ieder geval sprake:
a. bij aanwezigheid van een verboden stof of afbraakproducten of markers daarvan in het A-monster van een betrokkene waarbij de betrokkene heeft afgezien van het laten analyseren van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
b. wanneer het B-monster van een betrokkene wordt geanalyseerd en deze analyse de aanwezigheid van de in het A-monster van de betrokkene gevonden verboden stof of afbraakproducten of markers daarvan bevestigt;
c. indien sprake is van
i. betrouwbare analytische gegevens afkomstig van het A-monster of het B-monster en
ii. een afdoende verklaring kan worden gegeven voor het ontbreken van bevestiging in het andere monster.
4. Onverminderd het gestelde in artikel 4 lid 3 kan gebruik of poging tot het gebruik van een verboden stof of een verboden methode in ieder geval worden aangetoond met betrouwbare bewijsmiddelen, zoals bekentenissen, getuigenverklaringen, schriftelijk bewijs, conclusies van longitudinale profielen, inclusief gegevens verzameld in het kader van het biologisch paspoort, of andere analytische informatie, ook als die analytische informatie niet voldoet aan alle vereisten om als zelfstandig bewijsmiddel een overtreding van artikel 3 aan te tonen.
5. Het is de persoonlijke plicht van elk lid ervoor te zorgen dat geen verboden stoffen, verboden methoden, afbraakproducten daarvan en/of markers zijn lichaam binnenkomen, en geen verboden methode wordt gebruikt.
Dientengevolge hoeft geen opzet, schuld, nalatigheid van of bewust gebruik door een betrokkene te worden aangetoond om een dopingovertreding te kunnen vaststellen. Om een poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode te kunnen vaststellen, dient wel opzet zijdens de betrokkene te worden aangetoond.

Artikel 5
Gebrekkige medewerking

1. Het ontwijken van het testproces vormt een dopingovertreding.
2. Het zonder zwaarwegende reden weigeren medewerking te verlenen aan, of nalaten zich te onderwerpen aan het testproces na daartoe (mondeling of schriftelijk) te zijn aangewezen, vormt een dopingovertreding.

Artikel 6
Whereabouts-fouten

1. Elke combinatie van drie missed tests en/of foutieve inzendingen, zoals gedefinieerd in de ISRM, door een lid dat is opgenomen in een RTP, binnen een periode van twaalf maanden, vormt een dopingovertreding.
2. Voor leden die zijn opgenomen in een RTP gelden de verplichtingen zoals die zijn omschreven in de ISTI en de Whereabouts-bijlage.

Artikel 7
Manipulatie

1. Manipuleren of poging tot manipuleren, vormt een dopingovertreding.
2. Van manipulatie is sprake bij opzettelijk gedrag dat het dopingcontroleproces ondermijnt, doch niet valt onder de omschrijving van verboden methoden op de dopinglijst.
3. Onder manipuleren wordt in ieder geval verstaan:
a. gedrag dat het dopingcontroleproces ondermijnt;
b. het aanbieden of aanvaarden van steekpenningen om een handeling te verrichten of na te laten;
c. het beletten van het afnemen van een monster;
d. het beïnvloeden of onmogelijk maken van de analyse van een monster;
e. het vervalsen van bij een ADO, dispensatiecommissie of tuchtcollege ingediende documenten;
f. het verkrijgen van een valse verklaring van een getuige;
g. het begaan van (andere) frauduleuze handelingen tegenover een ADO of een tuchtcollege om het resultaatmanagement of het opleggen van consequenties te beïnvloeden;
h. elke andere vergelijkbare opzettelijke belemmering of poging tot belemmering van enig aspect van de dopingcontroleproces;
i. het beïnvloeden van voedingssupplementen of andere producten;
j. het op enigerlei wijze vervalsen van een dispensatie(verzoek) en/of het op onjuiste wijze beïnvloeden en/of achterhouden van informatie die van belang is of kan zijn voor een dispensatie(verzoek); en/of
k. vergelijkbare handelingen.
4. (Poging tot) manipuleren vormt een dopingovertreding, ongeacht de omstandigheid dat de dopingcontrole waarbij de (poging tot) manipulatie heeft plaatsgevonden, correct is uitgevoerd.

Artikel 8
Bezit

1. Bezit:
a. van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode; en
b. binnen wedstrijdverband van enige binnen wedstrijdverband verboden stof of verboden methode,
vormt een dopingovertreding, tenzij het lid (i) aantoont dat het bezit in overeenstemming is met een conform de Code verleende dispensatie of dit lid (ii) een andere acceptabele rechtvaardiging kan verschaffen.
2. Bezit binnen wedstrijdverband van een verboden stof of een verboden methode door begeleidend personeel vormt een dopingovertreding, tenzij het begeleidend personeel:
a. aantoont dat het bezit in overeenstemming is met een conform de Code aan een lid of sporter verleende dispensatie; of
b. een andere acceptabele rechtvaardiging kan verschaffen.
3. Bezit buiten wedstrijdverband van een verboden stof of een verboden methode door begeleidend personeel gerelateerd aan een (i) sporter, (ii) wedstrijd of (iii) training, vormt een dopingovertreding, tenzij het begeleidend personeel:
a. aantoont dat het bezit in overeenstemming is met een conform de Code aan een lid of sporter verleende dispensatie; of
b. een andere acceptabele rechtvaardiging kan verschaffen.
4. Er is sprake van bezit wanneer:
a. een lid (i) het eigenlijke, fysieke bezit heeft van een verboden stof en/of een verboden methode, (ii) de intentie heeft het eigenlijke, fysieke bezit van een verboden stof en/of een verboden methode te verkrijgen en/of (iii) het lid de intentie heeft controle over de verboden stof en/of de verboden methode te verkrijgen;
b. uitsluitend een lid controle heeft over de verboden stof en/of de verboden methode dan wel het terrein of de plaats waar de verboden stof en/of verboden methode zich bevindt, maar geen sprake is van het eigenlijke, fysieke bezit als bedoeld in artikel 8 lid 4 sub a;
c. niet uitsluitend een lid controle heeft over de verboden stof en/of verboden methode dan wel het terrein of de plaats waar de verboden stof en/of verboden methode zich bevindt, maar het lid zich bewust was van de aanwezigheid van de verboden stof en/of verboden methode en de bedoeling had daarover macht uit te oefenen; en/of
d. een lid een of meer verboden stoffen en/of verboden methoden heeft aangeschaft, verworven of gekocht, via het internet en/of op andere wijze.
5. Voor de toepassing van dit reglement wordt de aankoop van een verboden stof gelijk gesteld met bezit, ook indien de verboden stof de koper niet (heeft) bereikt, bijvoorbeeld omdat het product niet aankomt, door iemand anders wordt ontvangen of naar het adres van een derde wordt gestuurd.
6. Enkel en alleen bezit vormt geen dopingovertreding indien het lid voorafgaand aan het door hem ontvangen van enige kennisgeving omtrent een dopingzaak inzake bezit concrete actie heeft ondernomen die aantoont dat (i) het nimmer zijn intentie is geweest de bewuste verboden stof en/of verboden methode te bezitten; en (ii) hij afstand heeft gedaan van zijn bezit door dit specifiek bij de Dopingautoriteit of een andere ADO te melden.

Artikel 9
Handel

1. Handel of poging tot handel in enige verboden stof en/of verboden methode vormt een dopingovertreding.
2. Onder handel wordt verstaan het fysiek, elektronisch en/of op enige andere wijze aan of naar een derde verkopen, geven, verstrekken, vervoeren, verzenden, leveren, verspreiden van een of meer verboden stoffen of verboden methoden, of het in bezit hebben voor een van deze doeleinden, van een of meer verboden stoffen of verboden methoden.
3. Er is geen sprake van een overtreding wegens handel indien het handelingen betreft door te goeder trouw handelend medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of een verboden methode die wordt gebruikt (i) voor oprechte en legale therapeutische doeleinden of (ii) om een andere aanvaardbare reden.
4. Er is geen sprake van een overtreding wegens handel indien het handelingen betreft met betrekking tot een verboden stof die niet verboden is buiten wedstrijdverband, tenzij het geheel der omstandigheden aantoont dat deze verboden stof (a) niet bedoeld is voor oprechte en legale therapeutische doeleinden, dan wel (b) beoogt de sportprestatie te verbeteren.

Artikel 10
Toediening

1. Toediening of poging tot toediening aan een lid, op enig moment of enige plaats, van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode vormt een dopingovertreding.
2. Toediening of poging tot toediening binnen wedstrijdverband aan een lid van een binnen wedstrijdverband verboden stof en/of verboden methode, vormt een dopingovertreding.
3. Voor de toepassing van dit reglement wordt onder toediening verstaan:
a. het toedienen (waaronder in ieder geval, doch niet uitsluitend, dient te worden begrepen: injecteren en infuseren) van een verboden stof en/of verboden methode aan een persoon;
b. het geven, voorzien van, leveren, verschaffen, bezorgen en/of verstrekken van een verboden stof of een verboden methode;
c. het houden van toezicht op (een poging tot) het gebruik door een andere persoon van een verboden stof of een verboden methode;
d. het faciliteren van (een poging tot) het gebruik door een andere persoon van een verboden stof of een verboden methode; en
e. het anderszins deelnemen aan (een poging tot) het gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode.
4. Er is geen sprake van een overtreding wegens toediening indien het handelingen betreft door te goeder trouw handelend medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of een verboden methode die wordt gebruikt (i) voor oprechte en legale therapeutische doeleinden of (ii) om een andere aanvaardbare reden.
5. Er is geen sprake van een overtreding wegens toediening indien het handelingen betreft met betrekking tot een verboden stof die niet verboden is buiten wedstrijdverband, tenzij het geheel der omstandigheden aantoont dat deze verboden stof niet bedoeld is voor oprechte en legale therapeutische doeleinden, dan wel beoogd is om de sportprestatie te verbeteren.

Artikel 11
Medeplichtigheid

1. Het hulp verlenen aan, steunen van of bij, het assisteren bij, het meewerken aan, het bijstaan in, het stimuleren van, het bevorderen van, het aanmoedigen tot, het helpen bij, het aanzetten tot, het aanstoken tot, het samenzweren tot, het samenwerken bij, het verhullen van, het verdoezelen van, en/of elke (andere) vorm van opzettelijke medeplichtigheid aan of bij:
a. (het begaan van) een dopingovertreding;
b. een poging tot (het begaan van) een dopingovertreding; en/of
c. het door een betrokkene niet naleven van het gestelde in artikel 52 lid 1, vormt een dopingovertreding. (Poging tot) medeplichtigheid kan zowel fysieke als psychologische ondersteuning omvatten.
2. Een poging tot medeplichtigheid vormt een dopingovertreding.
3. Het door begeleidend personeel of een ander lid ondersteunen van een betrokkene bij het overtreden van het gestelde in artikel 52 lid 1 vormt een dopingovertreding (van artikel 11).

Artikel 12
Verboden samenwerking

1. Samenwerking door een lid hetzij beroepshalve, hetzij in een sportgerelateerde hoedanigheid, met begeleidend personeel dat een periode van schorsing is opgelegd wegens het begaan van een dopingovertreding, welke periode van schorsing nog niet is verstreken, vormt een dopingovertreding. De periode gedurende welke deze overtreding kan plaatsvinden, is gelijk aan de periode van schorsing die aan het betreffende begeleidend personeel is opgelegd.
2. Samenwerking door een lid hetzij beroepshalve, hetzij in een sportgerelateerde hoedanigheid, met begeleidend personeel dat (i) niet onder de jurisdictie van een ADO valt, en (ii) in een strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedure is veroordeeld voor, of schuldig bevonden is aan handelingen die een dopingovertreding zouden hebben gevormd indien de desbetreffende persoon wel onder de jurisdictie van een ADO had gevallen, vormt een dopingovertreding.
3. Voor de toepassing van artikel 12 lid 2 leidt de in die bepaling bedoelde veroordeling of schuldig bevinding tot de schorsing van het betreffende begeleidend personeel, welke schorsing inhoudt dat het de in het vorige lid bedoelde leden niet is toegestaan met dit begeleidend personeel samen te werken. Deze schorsing, gedurende welke de in het vorige lid bedoelde overtreding kan plaatsvinden, bedraagt de langste van de volgende perioden:
a. zes jaar te rekenen vanaf de uitspraak in de strafrechtelijke of tuchtprocedure; of
b. de duur van de in de strafrechtelijke of tuchtprocedure opgelegde sanctie.
4. Samenwerking door een lid hetzij beroepshalve, hetzij in een sportgerelateerde hoedanigheid, met begeleidend personeel dat optreedt als stroman, tussenpersoon of bemiddelaar voor begeleidend personeel als bedoeld in artikel 12 lid 1 of artikel 12 lid 2, vormt een dopingovertreding.
5. Teneinde een overtreding van artikel 12 aan te tonen moet het KNKV of de Dopingautoriteit aantonen dat het lid wist dat het begeleidend personeel een schorsing was opgelegd zoals bedoeld in artikel 12 lid 1 of artikel 12 lid 2.
6. Het is aan het lid om aan te tonen dat enige samenwerking met begeleidend personeel dat valt onder het gestelde in artikel 12 lid 1 en/of artikel 12 lid 2, niet beroepsmatig of sportgerelateerd is en/of dat die samenwerking redelijkerwijs niet kon worden vermeden.
7. Indien het KNKV beschikt over informatie inzake begeleidend personeel dat voldoet aan een van de in artikel 12 lid 1, artikel 12 lid 2 en/of artikel 12 lid 4 genoemde criteria, dient het KNKV deze informatie direct door te geven aan de Dopingautoriteit.
8. Indien de Dopingautoriteit beschikt over informatie inzake begeleidend personeel dat voldoet aan een van de in artikel 12 lid 1, artikel 12 lid 2 en/of artikel 12 lid 4 genoemde criteria, dient de Dopingautoriteit deze informatie door te geven aan WADA.
9. Vormen van op grond van dit artikel verboden samenwerking zijn, onder meer:
a. het inwinnen van trainings-, strategisch, technisch, voedings- of medisch advies;
b. het verkrijgen van (i) een therapie, (ii) een behandeling of (iii) voorschriften;
c. het aanbieden van monsters voor analyse; en/of
d. toestaan dat als zaakwaarnemer, agent of vertegenwoordiger wordt opgetreden.
10. Voor het vaststellen dat sprake is van een verboden samenwerking hoeft geen sprake te zijn van enige vorm van vergoeding.

Artikel 13
Ontmoediging

1. Elke handeling waarmee een persoon wordt bedreigd of geïntimideerd met als doel deze persoon ervan te weerhouden te goeder trouw informatie in verband met een vermeende dopingovertreding of vermeende niet-naleving van de Code te melden bij WADA, een ADO, de politie, een regelgevende of tuchtrechtelijke instantie, een tuchtcollege of een persoon die voor WADA of een ADO onderzoek verricht, vormt een dopingovertreding.
2. Onder ontmoediging vallen:
a. alle handelingen van een lid om dergelijke meldingen te ontmoedigen en/of represailles te nemen tegen de melder. Dergelijke handelingen kunnen tevens een overtreding vormen van artikel 7 (manipulatie); en
b. represailles tegen een persoon die te goeder trouw bewijs of informatie in verband met een vermeende dopingovertreding of vermeende niet-naleving van de Code heeft verstrekt aan WADA, een ADO, de politie, een regelgevende of tuchtrechtelijke instantie, een tuchtcollege, of een persoon die voor WADA of een ADO onderzoek verricht.
3. Voor de toepassing van dit artikel vallen onder represailles, bedreiging en intimidatie alle handelingen tegen een persoon die niet te goeder trouw zijn of als buitenproportionele reactie kunnen worden beschouwd.

Hoofdstuk III Verboden stoffen en verboden methoden

Artikel 14
Dopinglijst

1. De geldige dopinglijst is steeds de meest recente door WADA vastgestelde en in werking getreden dopinglijst. De dopinglijst noch enige op deze lijst voorkomende categorie, indeling, stof of methode kunnen in het kader van een dopingzaak ter discussie worden gesteld.
2. Een nieuwe dopinglijst treedt als zodanig in werking op de daarvoor door WADA bepaalde datum.
3. Indien de dopinglijst spreekt over ADO’s, betreft het voor de toepassing van dit reglement de Dopingautoriteit, tenzij andere ADO’s (ook) bevoegd zijn.
4. Indien in (de toepassing van) dit reglement wordt gesproken van een verboden stof vallen hieronder, indien van toepassing, tevens de aan deze verboden stof gerelateerde precursors, afbraakproducten en markers.
5. Voor de toepassing van Hoofdstuk IX en Hoofdstuk X zijn alle verboden stoffen specifieke stoffen, tenzij anders vermeld op de dopinglijst. Een verboden methode is geen specifieke methode, tenzij een verboden methode uitdrukkelijk als een specifieke methode op de dopinglijst is aangemerkt.
6. Het besluit van WADA over (i) de verboden stoffen en verboden methoden die op de dopinglijst worden opgenomen, (ii) de indeling van stoffen in categorieën van de dopinglijst, (iii) de classificatie van een stof als altijd of alleen binnen wedstrijdverband verboden, (iv) de classificatie van een stof of methode als een specifieke stof, specifieke methode of als drugs, is definitief en bindend. Dientengevolge kan hier door een lid, sporter of andere persoon geen bezwaar tegen worden gemaakt, waaronder (maar niet beperkt tot) enig bezwaar dat is gebaseerd op het argument dat de stof of methode geen maskeringsmiddel is en/of niet voldoet aan een of meer van de in de World Anti-Doping Code genoemde criteria om een stof of methode op de dopinglijst op te nemen.

Artikel 15
Dispensaties

1. De aanwezigheid van een verboden stof of afbraakproducten of markers daarvan en/of het gebruik of een poging tot gebruik, bezit of toediening of poging tot toediening van een verboden stof of een verboden methode wordt niet gezien als een dopingovertreding indien verenigbaar met de voorwaarden van een dispensatie die in overeenstemming met de ISTUE is afgegeven.
2. De Dispensatiebijlage bevat nadere regels, voorwaarden en beperkingen inzake het verkrijgen en de geldigheid van een dispensatie.
3. Leden zijn gebonden aan besluiten van de Geneesmiddelen Dispensatie Sporter (GDS)-commissie zoals beschreven in de Dispensatiebijlage.
4. De GDS-commissie voert haar taken uit op basis van de Dispensatiebijlage. De Dopingautoriteit stelt deze commissie in. Samenstelling, werkwijze, besluitvorming en andere noodzakelijke aspecten met betrekking tot de GDS-commissie worden bepaald door de Dopingautoriteit, voor zover deze aspecten niet zijn bepaald in de Dispensatiebijlage.

Hoofdstuk IV Anti-Doping Activiteiten

Artikel 16
Anti-Dopingactiviteiten

1. De World Anti-Doping Code verstaat onder anti-doping activiteiten: antidopingvoorlichting, het plannen van de verdeling van dopingcontroles, het beheren van een RTP, het beheer van biologische paspoorten, de werkzaamheden in het kader van het uitvoeren van dopingcontroles, het organiseren van de analyse van monsters, het verzamelen van informatie en het uitvoeren van onderzoeken, het verwerken van dispensatieverzoeken, resultaatmanagement, hoorzittingen, het monitoren en handhaven van de naleving van eventueel opgelegde consequenties en alle andere door of namens een ADO te verrichten activiteiten met betrekking tot anti-doping zoals omschreven in de World AntiDoping Code en/of de International Standards.
2. Het KNKV is verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van dit reglement, de World Anti-Doping Code, alsmede de International Standards. Het KNKV is verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de ISE, alsmede de daaruit voortvloeiende (voorlichtings)activiteiten van de Dopingautoriteit.
3. Handhaving van de in dit reglement gestelde verboden vindt plaats door middel van het uitvoeren van dopingcontroles, alsmede door het doen aan opsporing en het doen van onderzoek.
4. Dopingcontroles zijn gericht op het verkrijgen van analytisch bewijs en informatie in het kader van het toezicht op de naleving van (met name maar niet alleen) overtredingen van artikel 3 (aanwezigheid) en artikel 4 (gebruik). Dopingcontroles hebben tevens tot doel het voorkomen en afschrikken van dopinggebruik.
5. ADO’s zijn bevoegd onderzoek te doen naar dopingzaken. Zij kunnen hierbij gebruik maken van analytische en niet-analytische informatie en gegevens.

Artikel 17
Opsporing en onderzoek

1. De Dopingautoriteit verzamelt, beoordeelt en verwerkt informatie uit alle relevante en beschikbare bronnen, ten behoeve van het uitvoeren van dopingcontroles en/of het doen van onderzoek naar mogelijke dopingovertredingen. De ISTI stelt nadere regels inzake het doen van onderzoek. De Dopingautoriteit is bevoegd informatie, waaronder persoonsgegevens, te verzamelen en te onderzoeken over mogelijke overtredingen van een dopingreglement.
2. De Dopingautoriteit kan in het kader van het onderzoeken van een of meer dopingzaken, informatie uitwisselen met (internationale) sportorganisaties, buitenlandse ADO’s, WADA en met (internationale) opsporingsinstanties en justitiële instellingen.
3. Ieder lid is verplicht mee te werken aan een onderzoek van de Dopingautoriteit naar dopinggeruchten en vermeende dopingzaken.
4. Leden kunnen dopingzaken en elke inlichting of informatie inzake een mogelijke dopingovertreding, melden bij de Dopingautoriteit of het KNKV. Het KNKV is verplicht dergelijke meldingen binnen veertien dagen, te rekenen vanaf de dag dat de melding door het KNKV is ontvangen, te melden bij de Dopingautoriteit.
5. Indien uit eigen onderzoek van het KNKV en/of een KNKV-functionaris blijkt dat mogelijk sprake is van een dopingzaak, dient het KNKV, respectievelijk de KNKV-functionaris, dit zo spoedig mogelijk te melden bij de Dopingautoriteit.
6. De Dopingautoriteit is gerechtigd op elk moment:
a. een heranalyse en/of een additionele analyse van het monster van de betrokkene uit te laten voeren;
b. door de betrokkene geproduceerde urine of afgestaan bloed te laten analyseren en/of te laten onderzoeken, ongeacht de hoeveelheid geproduceerde urine of afgestaan bloed;
c. elk (ander) vervolgonderzoek dat en/of elke andere analyse of (vervolg)stap uit te laten voeren die volgens de World Anti-Doping Code en de International Standards is toegestaan, dan wel niet uitdrukkelijk is verboden;
d. elk onderzoek uit te laten voeren naar elke gedraging van de betrokkene in het kader van de bij hem uitgevoerde dopingcontrole dat relevant is met betrekking tot de bij hem uitgevoerde dopingcontrole; en
e. alle mogelijk relevante informatie, documentatie, materialen, en andere lichaamsmonsters (dan de door de betrokkene geproduceerde urine of afgestaan bloed) te laten onderzoeken in het kader van het beoordelen of sprake is van het begaan van een overtreding van een van toepassing zijnd dopingreglement door de betrokkene en/of anderen.
7. Alle in dit artikel bedoelde handelingen en/of onderzoeken vinden plaats in het kader van de handhaving van het van toepassing zijnde dopingreglement. Deze handhaving is expliciet niet beperkt tot de beoordeling of sprake is van een enkele dopingovertreding, doch strekt zich ook uit tot de beoordeling of de betrokkene en/of anderen een andere dopingovertreding heeft/hebben begaan.

Artikel 18
Dopingcontrole

1. Elk lid is op elk moment en op elke plaats, in Nederland en daarbuiten, verplicht medewerking te verlenen aan een door een daartoe bevoegde ADO uit te voeren dopingcontrole. Dopingcontroles kunnen binnen het verband van elke wedstrijd en elke evenement, en buiten wedstrijdverband worden uitgevoerd. Artikel 5 van de World Anti-Doping Code is van overeenkomstige toepassing.
2. De uitvoering van de dopingcontrole vindt plaats in wezenlijke overeenstemming met het gestelde in de ten tijde van de dopingcontrole van kracht zijnde ISTI.
3. De volgende organisaties hebben het recht bij leden dopingcontroles binnen en buiten wedstrijdverband uit te (laten) voeren:
a. de Dopingautoriteit;
b. de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) (bij evenementen georganiseerd onder auspiciën van deze federatie (in het bijzonder de IKF));
c. WADA;
d. de Dopingautoriteit bij onder auspiciën van de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) georganiseerde wedstrijden en/of evenementen in Nederland, indien (i) de betreffende internationale federatie (in het bijzonder de IKF) bij die evenementen geen dopingcontroles uitvoert, dan wel (ii) de Dopingautoriteit wordt verzocht namens de internationale federatie (in het bijzonder de IKF)dopingcontroles uit te voeren; en
e. enige andere instantie of organisatie met de wettelijke of reglementaire bevoegdheid dopingcontroles uit te (laten) voeren in het kader van een wedstrijd of evenement waarin een lid uitkomt (bijvoorbeeld de organisatie die een bepaald evenement organiseert).
4. Tijdens nationale evenementen worden dopingcontroles geïnitieerd, georganiseerd en gecoördineerd door de Dopingautoriteit.
5. De Dopingcontrole-bijlage stelt nadere regels inzake de uitvoering van de dopingcontrole.

Artikel 19
(Her)analyse

1. Artikel 6 van de World Anti-Doping Code stelt nadere regels over de analyses van monsters. Deze regels zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Laboratoria dienen de monsters te analyseren en de resultaten te rapporteren in wezenlijke overeenstemming met de ISL.
3. Her- en verdere analyse vinden plaats in wezenlijke overeenstemming met het gestelde in de ISL en, indien van toepassing, de ISTI.
4. Indien de Dopingautoriteit de opdrachtgever is voor de dopingcontrole, kan de Dopingautoriteit elk monster op elk moment, dat wil zeggen voor en na de kennisgeving aan de betrokkene inzake de uitslag van de analyse van het A- of het B-monster, laten heranalyseren en/of verder laten analyseren.
5. Indien de Dopingautoriteit de opdrachtgever is voor de dopingcontrole kan, nadat de kennisgeving aan de betrokkene is verstuurd inzake de uitslag van de analyse van het A- of het B-monster, naast de Dopingautoriteit ook WADA elk monster op elk moment laten heranalyseren en/of verder laten analyseren.
6. Een weigering van de Dopingautoriteit een monster te heranalyseren of verder te analyseren en/of beschikbaar te stellen voor heranalyse, heeft geen invloed op (i) het belastende analyseresultaat, op (ii) de vaststelling van een dopingovertreding, noch (iii) op enig ander aspect inzake de (tuchtrechtelijke) behandeling van een dopingzaak.

Artikel 20
Registered testing pool (RTP)

1. De Dopingautoriteit stelt een RTP samen, en beheert deze.
2. De Dopingautoriteit bepaalt:
a. welke leden tot deze RTP behoren;
b. op welke moment leden aan deze RTP worden toegevoegd, dan wel eruit worden verwijderd.
De Dopingautoriteit communiceert hieromtrent schriftelijk met de betrokken leden.
3. De verplichtingen die gelden voor leden die deel uit maken van de RTP zijn beschreven in dit reglement, de bij dit reglement behorende bijlagen en/of de International Standards.
4. Het KNKV dient de Dopingautoriteit te ondersteunen in het verkrijgen van namen, adres- en contactgegevens van leden ten behoeve van het beheren van de RTP, indien de Dopingautoriteit het KNKV hier om verzoekt.

Artikel 20a
Hervatten wedstrijdbeoefening

1. Indien een lid dat is opgenomen in de RTP stopt met wedstrijdbeoefening, dient hij dit schriftelijk bij de Dopingautoriteit en de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) (als het lid is opgenomen in de RTP van de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) te melden.
2. Een lid dat stopt met de wedstrijdbeoefening terwijl hij is opgenomen in de RTP, en dat vervolgens de sportbeoefening in wedstrijdverband wenst te hervatten, mag pas deelnemen aan een internationaal of nationaal evenement nadat hij zich beschikbaar heeft gesteld voor de uitvoering van dopingcontroles. Hiertoe dient dit lid zowel de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF) als de Dopingautoriteit niet later dan zes maanden voor aanvang van het betreffende nationale of internationale evenement schriftelijk van zijn wens tot deelname op de hoogte te stellen. De termijn van zes maanden vangt aan vanaf de datum dat zowel de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF) als de Dopingautoriteit de bedoelde schriftelijke kennisgeving hebben ontvangen.
3. WADA kan, in overleg met de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en de Dopingautoriteit, een lid geheel of gedeeltelijk ontheffen van de in het vorige lid beschreven verplichtingen, indien de strikte toepassing van de in het vorige lid beschreven regel evident onredelijk zou zijn voor het lid. Tegen een besluit van WADA in dit kader staat beroep open overeenkomstig het gestelde in Hoofdstuk XII.
4. Een lid dat gedurende een aan hem wegens een dopingovertreding opgelegde periode van schorsing stopt met sportbeoefening, moet de ADO die de periode van schorsing heeft opgelegd schriftelijk in kennis stellen van het feit dat hij stopt met wedstrijdbeoefening. Indien dit lid vervolgens de sportbeoefening in wedstrijdverband wenst te hervatten, mag hij pas deelnemen aan een internationaal of nationaal evenement nadat hij zich beschikbaar heeft gesteld voor de uitvoering van dopingcontroles door zes maanden voor deelname zijn internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en de Dopingautoriteit daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Als een lid bij de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en de NADO heeft aangegeven de sportbeoefening te willen hervatten en op dat moment nog een periode van schorsing voor een dopingovertreding uitzit die langer is dan zes maanden, dan dient hij zich voor de resterende duur van deze periode van schorsing beschikbaar te stellen voor de uitvoering van dopingcontroles.
5. Indien een lid hangende het resultaatmanagement, stopt met wedstrijdbeoefening, behoudt de ADO die het resultaatmanagement uitvoert de bevoegdheid dit proces af te ronden. Indien een lid stopt met wedstrijdbeoefening voordat het resultaatmanagement is gestart, is de ADO die bevoegd zou zijn het resultaatmanagement voor dit lid te starten op het moment dat het lid een dopingovertreding beging, bevoegd het resultaatmanagement uit te voeren.
6. Als de betrokkene op het moment van het ontstaan van een dopingzaak valt onder de definitie van lid en/of begeleidend personeel, blijft dit reglement voor de duur van de (tuchtrechtelijke) afhandeling van deze dopingzaak, inclusief eventuele beroepszaken, onverkort op hem van toepassing, ook indien een of meer veranderingen in zijn status optreden, bijvoorbeeld door het beëindigen van zijn lidmaatschap bij het KNKV en/of het beëindigen van een (arbeids)overeenkomst.

Hoofdstuk V Resultaatmanagement

Artikel 21
Algemeen

1. Het resultaatmanagement betreft het proces dat de stappen en het tijdsbestek omvat vanaf de beoordeling als bedoeld in artikel 5 van de ISRM tot en met de tuchtrechtelijke behandeling van een (mogelijke) dopingovertreding, inclusief het beroep (indien beroep werd ingesteld).
Het is in dopingzaken expliciet toegestaan dat verschillende aspecten van het resultaatmanagement door verschillende ADO’s worden uitgevoerd.
2. Artikel 7.1 van de World Anti-Doping Code stelt nadere regels over wie verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het resultaatmanagement. Deze regels zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het resultaatmanagement wordt uitgevoerd door de Dopingautoriteit, tenzij dit reglement anders bepaalt of het resultaatmanagement (deels) wordt uitgevoerd door een andere ADO (in overeenstemming met de Code en de ISRM).
4. Bij internationale evenementen kan de Dopingautoriteit akkoord gaan met het (geheel of gedeeltelijk) op zich nemen van de verantwoordelijkheid voor het resultaatmanagement, indien een internationale federatie (in het bijzonder de IKF) (al dan niet via het KNKV) daarom verzoekt.

Artikel 22
Beoordeling dopingzaken

1. De Dopingautoriteit beoordeelt in het kader van het resultaatmanagement alle belastende analyseresultaten, atypische bevindingen, andere controleresultaten en andere (onderzoeken van en naar) mogelijke dopingzaken. De Dopingautoriteit past hierbij de relevante bepalingen uit de World Anti-Doping Code, de ISTI en de ISRM toe.
2. De Dopingautoriteit kan in het kader van de in het vorige lid bedoelde beoordeling in overleg treden met de betrokkene, het KNKV, andere NADO’s, de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en WADA, en in dat kader (gevoelige persoons)gegevens met deze organisaties uitwisselen.
3. De Dopingautoriteit bepaalt, op grond van het hieromtrent bepaalde in de World Anti-Doping Code en de ISRM, of sprake is van een dopingzaak.
4. Indien de Dopingautoriteit na de beoordeling als bedoeld in dit artikel van mening is dat sprake is van een dopingzaak, wordt een belastend analyseresultaat (als daarvan sprake is) voorlopig aangemerkt als positieve uitslag.
5. Beoordeling en kennisgeving met betrekking tot een dopingovertreding wordt in overeenstemming met de ISRM uitgevoerd.

Artikel 23
Analyse B-monster

1. De betrokkene heeft bij een belastend analyseresultaat in het A-monster recht op analyse van het B-monster, mits hij tijdig en correct heeft aangegeven van dit recht gebruik te willen maken in overeenstemming met het hieromtrent gestelde in de ISRM.
2. De Dopingautoriteit kan aan het in het vorige lid genoemde recht op analyse van het B-monster voorwaarden verbinden, waaronder het door de betrokkene vergoeden van de kosten van de analyse van het B-monster voorafgaand aan de uitvoering van deze analyse. Indien de betrokkene niet tijdig en volledig voldoet aan de gestelde voorwaarden, wordt de betrokkene geacht af te zien van zijn recht tot het laten analyseren van het B-monster, waarmee het analyseresultaat van het A-monster definitief wordt en als positieve uitslag wordt aangemerkt.
3. De datum, het tijdstip en de locatie waarop de analyse van het B-monster zal plaatsvinden in overeenstemming met het hieromtrent gestelde in de ISRM.
4. Aanwezigheid, op eigen kosten, bij het analyseren van het B-monster in het laboratorium vindt plaats in overeenstemming met het hieromtrent gestelde in de ISL. De onmogelijkheid aanwezig te zijn bij de analyse van het B-monster leidt niet tot ongeldigheid van de uitslag van de analyse van het B-monster. De ISL kan (nadere) regels stellen omtrent de aanwezigheid van personen bij de analyse van het B-monster, alsmede inzake de rechten van de betrokkene in dit kader. Indien de ISL op dit punt afwijkt van hetgeen in dit reglement is bepaald, gaan de regels in de ISL voor.

Artikel 24
Communicatie controleresultaten en dopingovertredingen

1. De communicatie van controleresultaten en dopingovertredingen vindt plaats in overeenstemming met het hieromtrent gestelde in de ISRM.
2. De omstandigheid dat de betrokkene op de hoogte is gesteld van een negatieve uitslag, betekent niet dat met betrekking tot de uitgevoerde dopingcontrole:
a. definitief geen sprake is van een overtreding van artikel 3 (aanwezigheid). Heranalyse of (ander) vervolgonderzoek kan op enig later moment leiden tot de vaststelling dat alsnog sprake is van een positieve uitslag; en
b. ten aanzien van de betrokkene geen tuchtrechtelijke vervolging kan plaatsvinden op basis van een overtreding van artikel 3 (aanwezigheid), dan wel enige andere dopingovertreding.
3. Overschrijding van de in dit artikel bedoelde termijnen leidt niet tot de niet-ontvankelijkheid van de dopingzaak. Het kan daarentegen wel leiden tot het eerder ingaan van een periode van schorsing (in overeenstemming met het daaromtrent bepaalde in artikel 51).

Artikel 25
Vervolgonderzoek

1. De Dopingautoriteit kan in een monster al het onderzoek laten uitvoeren dat noodzakelijk is om na te gaan of sprake is van enige dopingovertreding. Het kan hierbij gaan om een atypische bevinding of om onderzoek dat volgens een International Standard of een ander door WADA vastgesteld document wordt genoemd. Indien een laboratorium een atypische bevinding rapporteert, zal de Dopingautoriteit beoordelen of sprake is van (i) een van toepassing zijnde relevante dispensatie en/of (ii) een afwijking in de zin van artikel 34.
2. De Dopingautoriteit kan het B-monster laten analyseren voordat het vervolgonderzoek is voltooid. In dit geval dient de Dopingautoriteit de betrokkene voorafgaand aan de analyse van het B-monster op de hoogte te stellen op de wijze als beschreven in dit reglement.
3. Indien in het A-monster een of meer niet-specifieke stoffen en/of verboden methoden (in verboden hoeveelheden) in combinatie met een atypische bevinding worden aangetroffen, kan bij de tuchtrechtelijke afhandeling worden uitgegaan van de aangetroffen niet-specifieke stof en/of verboden methode, ook als de atypische bevinding nog niet is onderzocht. In een dergelijk geval bepaalt de Dopingautoriteit of het in dit reglement en/of de dopinglijst bedoelde vervolgonderzoek (direct) plaatsvindt of niet.

Artikel 26
Ordemaatregel

1. Ordemaatregelen in dopingzaken worden uitsluitend geregeld in dit reglement, ook als een dergelijke maatregel in een ander KNKV reglement (i) een andere naam heeft, zoals voorlopige voorziening of voorlopige schorsing, en (ii) door een tuchtcollege wordt opgelegd.
2. Een ordemaatregel heeft dezelfde gevolgen als de periode van schorsing (zie artikel 52 lid 1).
3. Indien sprake is van een belastend analyseresultaat of een belastend paspoortresultaat, legt het KNKV of ADO de betrokkene prompt, na:
a. afronding van de beoordeling zoals bedoeld in artikel 22 en de kennisgeving aan de betrokkene van dit resultaat; of
b. afronding van het beoordelingsproces van een belastend paspoortresultaat en de kennisgeving aan de betrokkene van dit resultaat, een ordemaatregel op, tenzij dit resultaat een specifieke stof of specifieke methode betreft.
4. De verplichte ordemaatregel zoals bedoeld in het vorige lid, kan door het KNKV, de ADO of het bevoegde tuchtcollege worden opgeheven indien:
a. de betrokkene (i) in het kader van de voorlopige hoorzitting als bedoeld in artikel 26 lid 8 of (ii) voor het bevoegde tuchtcollege aantoont dat de overtreding betrekking had op een vervuild product;
b. de overtreding betrekking heeft op drugs en de betrokkene (i) in het kader van de voorlopige hoorzitting of (ii) voor het bevoegde tuchtcollege aantoont dat hij recht heeft op een gereduceerde periode van schorsing in overeenstemming met het daaromtrent bepaalde in artikel 38b;
c. de analyse van het B-monster de analyse van het A-monster voor geen van de in het A-monster gevonden verboden stoffen of afbraakproducten of markers daarvan, bevestigt; of
d. een retroactieve dispensatie wordt verleend als gevolg waarvan artikel 15 lid 1 van toepassing is.
Tegen beslissingen van het bevoegde tuchtcollege als bedoeld in artikel 26 lid 4 sub a en sub d om de verplichte ordemaatregel niet op te heffen, staat geen beroep open.
5. Het KNKV is gerechtigd de betrokkene in dopingzaken die niet vallen onder artikel 26 lid 3, een ordemaatregel op te leggen.
6. De ISRM stelt nadere regels inzake het ingaan en beëindigen van een opgelegde ordemaatregel. Deze zijn van overeenkomstige toepassing.
7. Het KNKV kan de in de voorgaande lid bedoelde bevoegdheid tot het opleggen van ordemaatregelen, delegeren aan (bijvoorbeeld) een afzonderlijk vertegenwoordigingsbevoegd bestuurslid of lid van de directie van het KNKV.
8. Het KNKV of de ADO (indien de ADO de ordemaatregel heeft opgelegd) dient de betrokkene de mogelijkheid te bieden van een voorlopige hoorzitting binnen eenentwintig dagen na het opleggen van een ordemaatregel. De voorlopige hoorzitting wordt belegd door het KNKV-orgaan dat de voorlopige ordemaatregel heeft opgelegd.
9. Betrokkenen die niet participeren in wedstrijden kunnen op eigen initiatief vrijwillig de toepassing van een ordemaatregel aanvaarden, indien zij dit binnen tien dagen na de kennisgeving van de dopingovertreding doen. Andere betrokkenen kunnen op eigen initiatief vrijwillig een ordemaatregel aanvaarden indien zij dit doen voorafgaand aan:
a. het verstrijken van tien dagen vanaf (i) de kennisgeving van het analyseresultaat van het B-monster, (ii) het afzien van analyseren van het B-monster of (iii) de kennisgeving van een andere dopingovertreding; of (indien dat later plaatsvindt);
b. de datum waarop de betrokkene na een dergelijke kennisgeving voor het eerst in een wedstrijdverband participeert.
Bij een vrijwillige aanvaarding als bedoeld in dit lid heeft de ordemaatregel de volledige werking als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, met dien verstande dat een betrokkene op enig moment na de vrijwillige aanvaarding van een ordemaatregel die aanvaarding kan intrekken, in welk geval de tot dan toe volbrachte duur van een ordemaatregel niet op een periode van schorsing in mindering mag worden gebracht.
De betrokkene dient de vrijwillige aanvaarding van een ordemaatregel direct schriftelijk te melden bij de Dopingautoriteit. Alleen als de betrokkene aan deze voorwaarde heeft voldaan, kan de duur van de vrijwillig aanvaarde ordemaatregel op een periode van schorsing in mindering mag worden gebracht.
De Dopingautoriteit zal de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF), alsmede WADA informeren over een vrijwillig aanvaarde ordemaatregel.
10. In gevallen waarin de dopingzaak betrekking heeft op artikel 3 (aanwezigheid) wordt de ordemaatregel beëindigd als de analyse van het B-monster de analyse van het A-monster voor geen van de in het A-monster gevonden verboden stoffen of afbraakproducten of markers daarvan, bevestigt. Indien vanwege meerdere dopingzaken een ordemaatregel is opgelegd, blijft de ordemaatregel van kracht, ook indien het onderzoek van het B-monster geen van de in het A-monster gevonden verboden stoffen of afbraakproducten of markers daarvan, bevestigt.
11. In de gevallen waarin de betrokkene of het team van de betrokkene op basis van dit reglement is verwijderd uit een wedstrijd, competitie of evenement en de analyse van het B-monster de analyse van het A-monster niet bevestigt, kan de betrokkene of het team, als dat mogelijk is zonder het verloop van de wedstrijd, het evenement of de competitie (verder) te beïnvloeden, na de kennisgeving conform de ISRM, zijn deelname aan de competitie voortzetten.
12. De Dopingautoriteit of het KNKV kan in die gevallen waarin dat noodzakelijk of relevant is, bijvoorbeeld vanwege het competitieverloop, of een selectieprocedure voor een internationale wedstrijd, besluiten andere betrokkenen (bijvoorbeeld een of meer relevante teams, verenigingen of andere rechtspersonen) op de hoogte te stellen van een opgelegde ordemaatregel. Deze berichtgeving zal niet ingaan op de aard en omstandigheden van de dopingzaak, en geen specifieke informatie hieromtrent bevatten.
13. De omstandigheid dat een ordemaatregel niet conform het gestelde in dit artikel en/of de ISRM is opgelegd, is niet van invloed op de vaststelling of sprake is van een dopingovertreding.
14. In alle gevallen waarin de Dopingautoriteit of het KNKV de betrokkene schriftelijk in kennis heeft gesteld van een dopingzaak die niet leidt tot de oplegging van een ordemaatregel, dient de betrokkene in de gelegenheid te worden gesteld vrijwillig een ordemaatregel te aanvaarden, in afwachting van de beslechting van de dopingzaak.
15. Onverminderd het gestelde in artikel 26 lid 4 en artikel 26 lid 6 eindigt de ordemaatregel in alle gevallen met:
a. de schriftelijke einduitspraak van het bevoegde tuchtcollege;
b. het definitief en bindend worden van de schikking; en
c. het definitief en bindend worden van de substantiële ondersteuningsovereenkomst.

Artikel 27
Aanvaarding dopingovertreding en consequenties (schikking)

1. Wanneer de betrokkene, nadat hij door de Dopingautoriteit is geïnformeerd over een dopingzaak, de dopingovertreding bekent en akkoord gaat met de consequenties die in de ogen van de Dopingautoriteit en WADA (elk naar hun eigen inzicht) passend zijn, kan de betrokkene van de Dopingautoriteit een reductie van de periode van schorsing aangeboden krijgen op basis van een beoordeling die de Dopingautoriteit en WADA gezamenlijk maken van:
a. de toepassing van Hoofdstuk IX-Hoofdstuk XI (en de hiermee corresponderende bepalingen in de World Anti-Doping Code), uitgezonderd de artikelen 48-51, op de geconstateerde dopingovertreding;
b. de ernst van de overtreding;
c. de mate van schuld zijdens de betrokkene; en
d. hoe prompt de betrokkene de overtreding heeft bekend.
Deze periode van schorsing kan op zijn vroegst aanvangen op de dag waarop de (laatste) dopingovertreding is begaan. In geval van een overtreding van artikel 3 wordt hiermee gedoeld op de dag waarop het monster is afgenomen dat tot de positieve uitslag heeft geleid.
2. Bij de toepassing van dit artikel moet de betrokkene in ieder geval ten minste de helft van de in het vorige lid bedoelde periode van schorsing uitzitten vanaf:
a. de datum waarop de betrokkene de oplegging van een sanctie heeft aanvaard en deze sanctie vervolgens heeft gerespecteerd; of (indien dit eerder valt)
b. de datum waarop de betrokkene een ordemaatregel heeft aanvaard en vervolgens in acht heeft genomen.
3. De beslissing van WADA en de Dopingautoriteit om (i) al dan niet een schikkingsvoorstel aan te bieden en/of een schikking overeen te komen, (ii) de mate van de sanctiereductie die bij de toepassing van dit artikel wordt aangeboden en/of overeengekomen, en (iii) de aanvangsdatum van de periode van schorsing bij een overeengekomen schikking, kunnen niet door een tuchtcollege worden vastgesteld of beoordeeld. Dientengevolge er is tegen een (overeengekomen) schikking of schikkingsvoorstel geen beroep op grond van Hoofdstuk XII mogelijk.
4. Indien de betrokkene hier in het kader van het verkennen van een mogelijk schikkingsvoorstel om verzoekt, biedt de Dopingautoriteit de betrokkene de gelegenheid om onder voorbehoud (vast te leggen in een overeenkomst) een bekentenis van een dopingovertreding met de Dopingautoriteit te bespreken.
5. Het aanvaarden van een schikkingsvoorstel houdt in dat de betrokkene:
a. het begaan van de betreffende dopingovertreding(en) bekent en aanvaardt;
b. het schikkingsvoorstel aanvaardt, waaronder in ieder geval de consequenties, alsmede de ingangsdatum van de periode van schorsing; en
c. alle consequenties van de schorsing aanvaardt zoals deze zijn benoemd in dit reglement en de World Anti-Doping Code.
6. Het door de Dopingautoriteit aanbieden van een schikkingsvoorstel en het overeenkomen van een schikking kan te allen tijde plaatsvinden voorafgaand aan de uitspraak van de tuchtcommissie.
7. Indien, nadat een schikking is overeengekomen, bij WADA en/of de Dopingautoriteit nieuwe feiten en/of eerder bij hen onbekende feiten bekend worden die betrekking hebben op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde dopingovertreding(en), dan kunnen zowel WADA als de Dopingautoriteit, na onderling overleg, de geschikte zaak heropenen. Voor het heropenen van een geschikte zaak geldt geen termijn, anders dan de in de World Anti-Doping Code genoemde verjaringstermijn.
8. Tegen een besluit van WADA en/of de Dopingautoriteit om een geschikte zaak te heropenen zoals bedoeld in het vorige lid, staat beroep open bij de tuchtcommissie die in eerste aanleg bevoegd zou zijn een mogelijke dopingovertreding te behandelen. Voor het instellen van dit beroep gelden de in artikel 63 genoemde regels en termijnen.
9. Het heropenen van een geschikte zaak heeft geen opschortende werking. Indien op het moment dat de geschikte zaak wordt heropend, de overeengekomen periode van schorsing nog niet is afgelopen, blijft deze derhalve van kracht. Indien op het moment dat de geschikte zaak wordt heropend, de overeengekomen periode van schorsing reeds wel is afgelopen, kan het KNKV of ADO aan de betrokkene een ordemaatregel opleggen. De betrokkene kan tegen het opleggen van deze ordemaatregel beroep instellen conform het bepaalde in Hoofdstuk XII.
10. Indien de betrokkene het schikkingsvoorstel van de Dopingautoriteit aanvaardt, zal geen verdere uitvoering worden gegeven aan het resultaatmanagement en zal in relatie tot de betreffende dopingovertreding geen (verdere) tuchtrechtelijke vervolging plaatsvinden. Indien reeds aangifte is gedaan van een dopingovertreding en de dopingzaak in behandeling is bij de tuchtcommissie, trekt de partij die aangifte heeft gedaan nadat de schikking is overeengekomen de aangifte in en stopt de tuchtcommissie de (verdere) (tuchtrechtelijke) behandeling van de dopingzaak.
11. Het niet correct, volledig en/of tijdig naleven van de in de schikking overeengekomen consequenties valt onder de toepassing van artikel 52 lid 5.

Hoofdstuk VI Tuchtrechtelijke behandeling

Artikel 28
Algemeen

1. Tuchtrechtelijke vervolging en behandeling, waaronder in ieder geval het bepalen van de strafmaat en de consequenties, geschieden overeenkomstig het gestelde in dit reglement en het van toepassing zijnde tuchtrecht, tenzij (i) dit reglement anders bepaalt of (ii) deze aspecten van het resultaatmanagement worden uitgevoerd door een andere ADO.
2. Een internationale federatie (in het bijzonder de IKF) kan de tuchtrechtelijke behandeling van een dopingzaak, indien deze een lid betreft, overdragen aan de Dopingautoriteit en het KNKV.
3. Dopingzaken betreffende leden kunnen, indien zij niet door het KNKV worden behandeld, worden behandeld door elke bevoegde ADO. In dergelijke gevallen is de Dopingautoriteit, om de vertrouwelijkheid van procedure te bewaken, gerechtigd de melding van deze zaken bij het KNKV uit te stellen, uiterlijk tot de tuchtrechtelijke behandeling is voltooid.
4. Indien een tuchtcollege definitief oordeelt dat het niet bevoegd is van een dopingzaak kennis te nemen, dan wel bepaalt dat het KNKV en/of de Dopingautoriteit in de voorliggende zaak geen jurisdictie hebben, dan komt deze bevoegdheid, respectievelijk deze jurisdictie automatisch toe aan de internationale federatie (in het bijzonder de IKF).

Artikel 29
Aanhangig maken dopingzaken (aangifte)

1. Indien de Dopingautoriteit van mening is dat sprake is van een dopingzaak, meldt de Dopingautoriteit dit schriftelijk en met redenen omkleed bij het KNKV, tenzij:
a. de Dopingautoriteit de dopingzaak meldt bij een andere relevante ADO;
b. artikel 27 wordt toegepast;
c. artikel 46 wordt toegepast; of
d. de Dopingautoriteit oordeelt dat in het kader van een of meer (andere) nog lopende onderzoeken, de dopingzaak nog niet kan worden gemeld.
2. Indien de Dopingautoriteit een dopingzaak zelf aanhangig maakt bij het bevoegde tuchtcollege, kan de Dopingautoriteit het KNKV voorafgaand aan deze aangifte informeren over de dopingzaak. De Dopingautoriteit is hiertoe echter niet verplicht.
3. Het KNKV en/of de Dopingautoriteit maken dopingzaken aanhangig bij het bevoegde tuchtcollege. De Dopingautoriteit zal in beginsel slechts van deze bevoegdheid gebruik maken indien en voor zover het KNKV bij het doen van aangifte in gebreke blijft.
4. Voor alle dopingzaken geldt dat aangifte dient te geschieden binnen de in artikel 55 bedoelde verjaringstermijn. Voor zover het overtredingen van artikel 3 (aanwezigheid) betreft, dient het KNKV de dopingzaak aanhangig te maken binnen zes weken nadat de Dopingautoriteit of de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) (indien de dopingcontrole door of namens de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) is uitgevoerd) het KNKV schriftelijk van de definitieve positieve uitslag op de hoogte heeft gesteld. Indien deze termijn wordt overschreden, kan de Dopingautoriteit aangifte doen. In een dergelijk geval geldt voor het door de Dopingautoriteit doen van aangifte een termijn van zes weken, te rekenen vanaf de dag waarop de Dopingautoriteit kennis heeft genomen van het inzake het doen van aangifte in gebreke blijven van het KNKV. Tenzij de in artikel 55 bedoelde verjaringstermijn is overschreden, leidt het niet tijdig aanhangig maken van een dopingzaak uitdrukkelijk niet tot niet-ontvankelijkheid van de aangifte. Het kan daarentegen wel leiden tot de toepassing van artikel 51 lid 2.
5. Andere ADO’s dan de Dopingautoriteit kunnen dopingzaken melden bij de Dopingautoriteit en/of het KNKV. Zowel de Dopingautoriteit als het KNKV kunnen dergelijke dopingzaken aanhangig maken. Hiervoor geldt alleen de in artikel 55 genoemde verjaringstermijn.
6. Het KNKV (of indien van toepassing de Dopingautoriteit) dient de betrokkene zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen eenentwintig dagen, te rekenen vanaf de dag van aangifte, door middel van een aangetekende brief op de hoogte te stellen van het aanhangig maken van de dopingzaak. Indien alleen de Dopingautoriteit aangifte doet, stelt de Dopingautoriteit tegelijkertijd de betrokkene en het KNKV schriftelijk op de hoogte, tenzij dit reeds door middel van de aangifte is gebeurd.
7. In gevallen waarin artikel 27 of artikel 46 zijn toegepast, wordt geen aangifte gedaan van een dopingzaak, tenzij de met de betrokkene gesloten overeenkomst komt te vervallen. Indien een in het kader van de toepassing van artikel 27 of artikel 46 gesloten overeenkomst komt te vervallen, is de in artikel 29 lid 4 genoemde termijn niet van toepassing op het aanhangig maken van de dopingzaak. In een dergelijk geval geldt de in artikel 55 genoemde verjaringstermijn, welke in dat geval aanvangt op de dag waarop de Dopingautoriteit schriftelijk kennis heeft genomen van het vervallen van de bedoelde overeenkomst.
8. Bij ernstige overtredingen van artikel 9 (handel) en/of artikel 10 (toediening), zal tevens aangifte worden gedaan bij bevoegde autoriteiten buiten het KNKV.
9. Alvorens een betrokkene te informeren dat sprake is van een dopingzaak, zal de Dopingautoriteit nagaan of de betrokkene reeds eerder een dopingovertreding heeft begaan.

Artikel 30
Behandeling dopingzaken

1. De bepalingen in de World Anti-Doping Code (met name, maar niet alleen artikel 8), alsmede de ISRM zijn van toepassing op de tuchtrechtelijke behandeling van dopingzaken.
2. De Dopingautoriteit is bij de tuchtrechtelijke behandeling van alle dopingzaken, ook in beroep, bevoegd aan de mondelinge behandeling, alsmede elke andere in het kader van de behandeling van een dopingzaak belegde zitting, door het bevoegde tuchtcollege deel te nemen en aldaar het woord te voeren. Voor de Dopingautoriteit gelden tijdens de behandeling dezelfde rechten en verplichtingen als voor de betrokkene.
3. De Dopingautoriteit ontvangt alle documenten, correspondentie en informatie inzake de tuchtrechtelijke behandeling welke de betrokkene en het tuchtcollege ontvangen. Het KNKV, dan wel het tuchtcollege stellen de Dopingautoriteit op hetzelfde moment in bezit van alle documenten, correspondentie en informatie als de andere betrokken partijen, alsook van alle documenten, correspondentie en informatie welke de betrokkene aan het KNKV en/of het tuchtcollege doet toekomen.
4. Het KNKV doet de schriftelijke met redenen omklede uitspraak van het tuchtcollege toekomen aan de betrokkene, de Dopingautoriteit en de internationale federatie (in het bijzonder de IKF). De Dopingautoriteit draagt zorg voor de verdere kennisgeving van de uitspraak aan WADA en (indien van toepassing) andere relevante ADO’s.

Artikel 31
Conclusie

1. De Dopingautoriteit en het KNKV zijn bevoegd in een dopingzaak 31 dagen na ontvangst van het verweerschrift en het verzoek daarop te reageren, een schriftelijke conclusie te nemen waarin zij hun standpunt schriftelijk kenbaar maken aan het bevoegde tuchtcollege. De Dopingautoriteit en het KNKV kunnen bij het nemen van een conclusie tevens stukken overleggen. Wanneer de betrokkene geen verweerschrift heeft ingediend, zijn het KNKV en de Dopingautoriteit bevoegd na het verstrijken van de termijn voor het indienen van het verweerschrift, een conclusie te nemen.
2. De betrokkene ontvangt zo spoedig mogelijk van het KNKV de genomen conclusie en eventueel overgelegde stukken.
3. Indien tegen een uitspraak van het bevoegde tuchtcollege beroep is ingesteld, kunnen de Dopingautoriteit en het KNKV in beroep een schriftelijke conclusie nemen en stukken overleggen, ook als de Dopingautoriteit of het KNKV de partij is die het beroep heeft ingesteld. Voor het nemen van een conclusie geldt een termijn van 31 dagen nadat de Dopingautoriteit respectievelijk het KNKV het (inhoudelijke) beroepschrift hebben ontvangen. Indien de Dopingautoriteit en/of het KNKV het beroep hebben ingesteld, geldt voor het nemen van een conclusie een termijn van 31 dagen nadat de Dopingautoriteit respectievelijk het KNKV het verweerschrift in beroep hebben ontvangen.
4. Indien de betrokkene op enig moment na het indienen van een verweer- of beroepschrift aanvullend verweer voert, aanvullende beroepsgronden aanvoert en/of met andersoortige (additionele) schriftelijke inbreng komt, is de Dopingautoriteit in alle gevallen gerechtigd een aanvullende conclusie te nemen (ook als de Dopingautoriteit degene is geweest die het beroep heeft ingesteld en ook als het tuchtcollege de Dopingautoriteit niet in de gelegenheid stelt, bijvoorbeeld via een verzoek, een aanvullende conclusie te nemen). Voor het nemen van een aanvullende conclusie geldt een termijn van 31 dagen nadat de Dopingautoriteit het aanvullende verweer en/of de aanvullende beroepsgronden heeft ontvangen.
5. Indien de Dopingautoriteit in een dopingzaak een conclusie neemt of beroep instelt, kunnen medewerkers van de Dopingautoriteit in die dopingzaak niet als deskundige maar wel als getuige worden gehoord.

Artikel 32
Verstek

Indien sprake is van een mogelijke dopingovertreding en van de betrokkene geen
(correcte) adres- en/of contactgegevens bekend zijn, ook nadat een redelijke poging (waaronder het contacteren van diens nationale bond en/of de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF)) is ondernomen deze te verkrijgen, vindt de (tucht)afhandeling van de dopingzaak conform dit reglement plaats zonder communicatie met, inbreng en/of participatie van de betrokkene, zonder dat dit strijdigheid met het bepaalde in artikel 30 of enige andere bepaling van dit reglement oplevert.

Hoofdstuk VII Bewijs van doping

Artikel 33
Bewijslast

1. Op het KNKV of op een ADO (in gevallen waarin de ADO aangifte heeft gedaan of een ADO tegen een besluit als bedoeld in artikel 59 lid 1 beroep heeft ingesteld) rust de bewijslast dat een dopingovertreding heeft plaatsgevonden. Het bewijs van de dopingovertreding zal zijn geleverd, indien het KNKV deze overtreding genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt aan het bevoegde tuchtcollege, waarbij rekening gehouden wordt met de ernst van de geuite beschuldiging. Deze bewijslast houdt in alle zaken meer in dan alleen een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een onomstotelijk vaststaand bewijs.
2. Uitgezonderd de toepassing van artikel 34 wordt door een lid dat wordt beschuldigd een dopingovertreding te hebben begaan, aangedragen bewijs gewogen op basis van een afweging van waarschijnlijkheid.
3. Indien dit reglement de bewijslast neerlegt bij het KNKV, is het expliciet toegestaan dat de Dopingautoriteit naast of in plaats van het KNKV het benodigde bewijs levert. Dit geldt zowel voor dopingzaken waarin de Dopingautoriteit aangifte heeft gedaan, dan wel beroep heeft ingesteld, als voor dopingzaken waarin het KNKV aangifte heeft gedaan dan wel beroep heeft ingesteld.
4. Voor de vaststelling dat sprake is van een dopingovertreding kan één bewijsmiddel volstaan, mits dit bewijsmiddel voldoet aan de in dit reglement aan een bewijsmiddel gestelde voorwaarden.

Artikel 34
Methoden voor het vaststellen van feiten en aannamen

1. Feiten die verband houden met dopingovertredingen kunnen worden bewezen met elk betrouwbaar middel, waaronder in ieder geval analyseresultaten, een (enkele) bekentenis, een verklaring van een dopingcontroleofficial en het vergelijken en koppelen van gegevens verkregen uit DNA-materiaal. Binnen het kader van de tuchtrechtelijke behandeling van een dopingzaak, vindt de beoordeling van de betrouwbaarheid van de bewijsmiddelen plaats door het bevoegde tuchtcollege, met inachtneming van het in het vervolg van dit artikel bepaalde.
2. De door WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden verondersteld de analyse van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de ISL. De betrokkene kan deze veronderstelling weerleggen door aan te tonen dat (i) een afwijking van deze International Standard heeft plaatsgevonden, die (ii) redelijkerwijs het belastende analyseresultaat of de feitelijke basis voor de dopingovertreding kan hebben veroorzaakt.
3. Als de betrokkene de in het vorige lid bedoelde veronderstelling weerlegt, door aan te tonen dat op de in dat lid bedoelde wijze van de ISL is afgeweken, dient het KNKV aan te tonen dat deze afwijking niet heeft geleid tot het belastende analyseresultaat.
4. Afwijkingen van dit reglement, de World Anti-Doping Code en/of enige International Standard maken de controleresultaten of ander bewijs van een dopingovertreding niet ongeldig en kunnen geen verweer vormen tegen een dopingovertreding, met dien verstande dat indien de betrokkene aantoont dat een afwijking van een van de hieronder vermelde specifieke bepalingen van een International Standard redelijkerwijs een dopingovertreding op grond van een belastend analyseresultaat of een whereabouts-fout kan hebben veroorzaakt, het dan aan het KNKV is om aan te tonen dat die afwijking niet het belastende analyseresultaat of de whereabouts-fout heeft veroorzaakt.
5. De in het vorige lid genoemde afwijkingen kunnen alleen en bij schorsing betrekking hebben op de volgende International Standards en alleen op de onderstaand in deze bepaling beschreven wijze:
a. een afwijking van de ISTI met betrekking tot monsterafname of monsterverwerking die redelijkerwijs een dopingovertreding op basis van een belastend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, in welk geval het aan het KNKV is te bewijzen dat die afwijking niet het belastende analyseresultaat heeft veroorzaakt;
b. een afwijking van de ISRM of de ISTI met betrekking tot atypische paspoortresultaten waardoor redelijkerwijs een dopingovertreding kan zijn veroorzaakt, in welk geval het aan het KNKV is te bewijzen dat die afwijking niet de dopingovertreding heeft veroorzaakt;
c. een afwijking van de ISRM met betrekking tot het vereiste om de betrokkene in kennis te stellen van het openen van het B-monster die redelijkerwijs een dopingovertreding op basis van een belastend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, in welk geval het aan het KNKV is te bewijzen dat die afwijking het belastende analyseresultaat heeft veroorzaakt;
d. een afwijking van de ISRM in verband met het aanwijzen van de Sporter die redelijkerwijs een dopingovertreding op basis van een whereabouts-fout kan hebben veroorzaakt, in welk geval het aan het KNKV is te bewijzen dat die afwijking niet de whereabouts-fout heeft veroorzaakt.
6. Afwijkingen van een International Standard of andere regel die geen verband houden met (i) de afname, verwerking en/of analyse van een monster, met (ii) een belastend paspoortresultaat of met (iii) een kennisgeving aan een lid in verband met een (mogelijke) whereabouts-fout of met het openen van een B-monster kunnen geen verweer vormen in een procedure inzake een dopingovertreding en zijn niet relevant voor de vraag of een lid een dopingovertreding heeft begaan.
7. Als in een dopingzaak de betrokkene geen afwijking van enige International Standard heeft aangetoond, dan wel enige afwijking van een International Standard niet het belastende analyseresultaat of de feitelijke basis voor de dopingovertreding heeft veroorzaakt, vormt de positieve uitslag betrouwbaar en onomstotelijk bewijs dat sprake is van een dopingovertreding.
8. De in een juridische procedure niet-betwiste feiten, alsmede de door de oordelende instantie vastgestelde feiten gelden als onweerlegbaar bewijs in een dopingzaak, tenzij de uitspraak in voornoemde procedure nog niet definitief is geworden, dan wel in voornoemde procedure aantoonbaar beginselen van behoorlijk procesrecht zijn geschonden.
9. Indien de betrokkene gedurende de tuchtrechtelijke behandeling van een dopingzaak, in een situatie waarin tegen hem zwaarwegend bewijs is overlegd (zoals controleresultaten en/of verklaringen van dopingcontroleofficials), naar aanleiding van een binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de hoorzitting gedaan verzoek, weigert voor het bevoegde tuchtcollege te verschijnen (in persoon, telefonisch of via een beeldverbinding) en weigert vragen van het tuchtcollege of de betrokkene ADO’s met betrekking tot deze dopingzaak te beantwoorden, kan het tuchtcollege hieruit een voor de betrokkene negatieve conclusie trekken.
10. Door WADA vastgestelde analytische methoden en/of beslissingswaarden worden verondersteld wetenschappelijk valide te zijn.
11. Analytische methoden of beslissingswaarden die, na raadpleging van de relevante wetenschappelijke gemeenschap, door WADA zijn goedgekeurd of die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, worden verondersteld wetenschappelijk valide te zijn. Elke betrokkene die de in het vorige lid bedoelde veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen dient, voorafgaand aan het betwisten van de wetenschappelijke validiteit, als opschortende voorwaarde eerst WADA in kennis dient te stellen van (i) de betwisting, alsmede (ii) de gronden waarop deze betwisting berust. Het tuchtcollege in eerste aanleg, de beroepsinstantie of het CAS kan WADA ook op eigen initiatief in kennis stellen van dat bezwaar. Na ontvangst van een dergelijke kennisgeving en het dossier met betrekking tot dat bezwaar, heeft WADA het recht binnen tien dagen nadat WADA (i) door de betrokkene, dan wel het CAS in kennis is gesteld van de betwisting en (ii) het betreffende zaakdossier heeft ontvangen, in de betreffende procedure:
a. te interveniëren als partij;
b. op te treden als amicus curiae; of
c. anderszins bewijs aan te voeren.

Hoofdstuk VIII Spelsancties en wedstrijdresultaten

Artikel 35
Automatisch vervallen wedstrijdresultaten

Een dopingovertreding naar aanleiding van een dopingcontrole binnen wedstrijdverband in een sport die geen teamsport is, leidt automatisch tot het vervallen van in de desbetreffende wedstrijd behaalde wedstrijdresultaten.

Artikel 36
Spelsancties en boetes

1. In aanvulling op het gestelde in artikel 35 kan een dopingovertreding die wordt begaan tijdens of in verband met een evenement, als het bevoegde orgaan daartoe besluit, leiden tot het vervallen van alle (andere) wedstrijdresultaten die de betrokkene in het kader van dat evenement heeft behaald. Factoren die meespelen bij de afweging om andere tijdens een evenement behaalde wedstrijdresultaten te laten vervallen zijn bijvoorbeeld: de ernst van de door de betrokkene begane dopingovertreding, of de omstandigheid dat andere gedurende het evenement bij de betrokkene uitgevoerde dopingcontroles negatief waren.
2. Als de betrokkene kan aantonen dat van zijn kant met betrekking tot de in het vorige lid bedoelde overtreding geen sprake is van schuld of nalatigheid in de zin van artikel 44, komen de in het vorige lid bedoelde (andere) wedstrijdresultaten niet te vervallen, tenzij het waarschijnlijk is dat deze resultaten zijn beïnvloed door de overtreding.
3. In aanvulling op het in de voorgaande leden gestelde geldt dat alle wedstrijdresultaten komen te vervallen die zijn behaald nadat een dopingovertreding heeft plaatsgevonden, tot en met het moment van aanvang van de naar aanleiding van deze overtreding opgelegde ordemaatregel (indien daarvan sprake was) of (indien geen ordemaatregel is opgelegd) de periode van schorsing, tenzij de rechtvaardigheid anders vereist.
4. Overtreding van artikel 7 (manipulatie) door een bij het KNKV aangesloten vereniging en/of rechtspersoon wordt bestraft met een door het bevoegde tuchtcollege vast te stellen geldboete. Indien als gevolg van bedoelde gebrekkige medewerking een geplande dopingcontrole buiten wedstrijdverband geen doorgang kan vinden, wordt deze omstandigheid tevens gezien als een overtreding van artikel 7 door de betrokkene bij wie de geplande dopingcontrole geen uitvoering kon vinden.
5. Alle tijdens een periode van schorsing behaalde wedstrijdresultaten, inclusief die welke zijn behaald tijdens een periode van schorsing die met terugwerkende kracht is opgelegd, komen te vervallen.
6. Alle door een lid in strijd met artikel 20a lid 2 en/of artikel 20a lid 4 behaalde wedstrijdresultaten komen automatisch te vervallen (met inbegrip van alle bijbehorende consequenties), tenzij de betrokkene kan aantonen dat hij redelijkerwijs niet had kunnen weten dat hij participeerde in een internationaal evenement of een nationaal evenement.

Hoofdstuk IX Sancties

Artikel 37
Sanctie overtreding artikelen 3, 4 en 8

1. Behoudens de eventuele toepassing van artikel 38b, bedraagt de periode van schorsing voor een eerste overtreding van artikel 3 (aanwezigheid), artikel 4 (gebruik) of artikel 8 (bezit):
a. vier jaar indien de dopingovertreding geen verband houdt met een specifieke stof, tenzij de betrokkene kan aantonen dat bij het begaan van de dopingovertreding van zijn kant geen sprake was van opzet;
b. vier jaar indien de dopingovertreding verband houdt met een specifieke stof en de ADO kan aantonen dat bij het begaan van de dopingovertreding zijdens de betrokkene sprake was van opzet.
2. Behoudens de eventuele toepassing van artikel 38b lid 1 sub a, bedraagt de periode van schorsing twee jaar:
a. indien de dopingovertreding geen verband houdt met een specifieke stof, en de betrokkene kan aantonen dat bij het begaan van de dopingovertreding van zijn kant geen sprake was van opzet;
b. indien de dopingovertreding verband houdt met een specifieke stof, en de ADO niet kan aantonen dat bij het begaan van de dopingovertreding zijdens de betrokkene sprake was van opzet.
3. Indien de positieve uitslag zowel een specifieke stof (of specifieke methode) als een niet-specifieke stof betreft, dient per aangetroffen verboden stof of verboden methode de toepassing van artikel 37 lid 1 en artikel 37 lid 2 te worden getoetst.
4. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval kan reductie of opschorting van de in dit artikel genoemde standaardsancties eventueel mogelijk zijn op grond van de toepassing van Hoofdstuk IX-Hoofdstuk XII.

Artikel 38
Opzet voor de toepassing van Hoofdstuk IX en Hoofdstuk X

1. Voor de toepassing van Hoofdstuk IX wordt met opzet gedoeld op het volgende:
a. zijdens de betrokkene is sprake van een of meer handelingen waarvan hij wist dat ze een dopingovertreding vormden; en/of
b. zijdens de betrokkene is sprake van een of meer handelingen waarvan de betrokkene wist dat een aanzienlijk risico bestond dat zij (i) een dopingovertreding zouden kunnen vormen of (ii) een dopingovertreding tot gevolg zouden kunnen hebben, en de betrokkene heeft dat risico evident genegeerd.
2. Een dopingzaak betreffende een stof die alleen verboden is binnen wedstrijdverband, kan, tot het tegendeel is bewezen, als niet opzettelijk worden beschouwd als de betrokkene kan aantonen dat:
a. de verboden stof een specifieke stof is; en
b. de verboden stof buiten wedstrijdverband is gebruikt.
3. Een dopingzaak betreffende een stof die alleen verboden is binnen wedstrijdverband, wordt niet als opzettelijk beschouwd indien:
a. de stof geen specifieke stof is; en
b. de betrokkene kan aantonen dat de verboden stof buiten wedstrijdverband werd gebruikt in een context die geen verband houdt met een sportprestatie.
4. Alle verwijzingen in Hoofdstuk IX naar de term opzet, betreffen verwijzingen naar opzet in de zin van artikel 38 lid 1.

Artikel 38a
Verzwarende omstandigheden

1. Indien het KNKV of de Dopingautoriteit in een individueel geval betreffende een andere dopingovertreding dan overtredingen van artikel 9 (handel), artikel 10 (toediening), artikel 11 (medeplichtigheid) of artikel 13 (ontmoediging) aantoont dat sprake is van verzwarende omstandigheden die het opleggen van een langere periode van schorsing dan de standaardsanctie rechtvaardigen, wordt de anders geldende periode van schorsing verlengd met een extra periode van schorsing van ten hoogste twee jaar, afhankelijk van:
a. de ernst van de overtreding; en
b. de aard van de verzwarende omstandigheden, tenzij de betrokkene kan aantonen dat hij de dopingovertreding niet bewust heeft begaan.
2. Onder verzwarende omstandigheden vallen omstandigheden waarbij een betrokkene betrokken is of waarbij de betrokkene handelingen heeft verricht, die het opleggen van een langere periode van schorsing dan de standaardsanctie kunnen rechtvaardigen. Dergelijke omstandigheden en handelingen omvatten in ieder geval:
a. de betrokkene heeft meerdere verboden stoffen of verboden methoden gebruikt of in bezit gehad;
b. de betrokkene heeft bij meerdere gelegenheden een verboden stof of verboden methode gebruikt of in bezit gehad;
c. de betrokkene heeft meerdere andere dopingovertredingen (dan die inzake artikel 4 (gebruik) of artikel 8 (bezit)) begaan;
d. een normaal persoon zou na de anders toepasselijke periode van schorsing waarschijnlijk nog voordeel hebben van de prestatiebevorderende werking van de dopingovertreding(en);
e. de betrokkene heeft misleidend of obstructief gedrag vertoond om te voorkomen dat een dopingovertreding wordt ontdekt, tuchtrechtelijk wordt behandeld en/of berecht; en
f. de betrokkene is tijdens het resultaatmanagement en/of tijdens de hoorzitting betrokken geweest bij handelingen en/of gedragingen die vallen onder artikel 7 (manipulatie).
De in dit lid beschreven voorbeelden van omstandigheden en gedrag(ingen) zijn niet limitatief. Ook andere vergelijkbare omstandigheden of vergelijkbaar gedrag(ingen) kunnen derhalve het opleggen van een langere periode van schorsing rechtvaardigen.

Artikel 38b
Drugs

1. Onverminderd de toepassing van artikel 37 en artikel 38, geldt wanneer de dopingovertreding alleen betrekking heeft op drugs het volgende:
a. indien de betrokkene kan aantonen dat de inname of het gebruik buiten wedstrijdverband plaatsvond en geen verband hield met sportprestatie(s), bedraagt de periode van schorsing drie maanden, die gereduceerd kan worden tot een maand, indien de betrokkene tot tevredenheid van de Dopingautoriteit een door de Dopingautoriteit goedgekeurd behandelprogramma voor drugsmisbruik volbrengt. De bewijslast om aan te tonen dat een door de Dopingautoriteit goedgekeurd behandelprogramma is volbracht, rust op de betrokkene. Deze periode van schorsing kan niet worden gereduceerd op grond van de toepassing van artikel 45; en
b. indien de inname, het gebruik of het bezit plaatsvond binnen wedstrijdverband en de betrokkene kan aantonen dat de omstandigheden van de inname, het gebruik of het bezit geen verband hielden met sportprestatie(s), dan worden de inname, het gebruik en/of het bezit niet als opzettelijk in de zin van artikel 38 beschouwd en bieden deze geen grondslag voor de vaststelling dat sprake is van verzwarende omstandigheden conform artikel 38a.
2. Dit artikel kan alleen worden toegepast bij de volgende dopingovertredingen: artikel 3 (aanwezigheid), artikel 4 (gebruik) en artikel 8 (bezit).

Artikel 39
Sanctie overtreding artikel 5 en artikel 7

Behoudens een eventuele reductie of opschorting van de sanctie overeenkomstig de artikelen 45 tot en met 49, bedraagt de periode van schorsing voor een eerste overtreding van artikel 5 (gebrekkige medewerking) of artikel 7 (manipulatie) vier jaar, tenzij:
a. de betrokkene, voor zover het een overtreding van artikel 5 betreft, kan aantonen dat bij het begaan van de dopingovertreding van zijn kant geen sprake was van opzet, in welk geval de periode van schorsing twee jaar bedraagt;
b. de betrokkene uitzonderlijke omstandigheden kan aantonen die een reductie van de periode van schorsing rechtvaardigen, in welk geval de periode van schorsing twee tot vier jaar bedraagt, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene; of
c. de betrokkene een beschermd persoon en/of een recreatieve sporter is, in welk geval de periode van schorsing ten hoogste twee jaar bedraagt en ten minste een berisping zonder enige periode van schorsing, afhankelijk van de mate van schuld van de betrokkene.

Artikel 40
Sanctie overtreding artikel 6

1. De periode van schorsing bedraagt voor een eerste overtreding van artikel 6
(whereabouts-fouten) twee jaar, welke periode, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene, kan worden verminderd tot een periode van schorsing van ten minste 1 jaar.
2. De in het vorige lid genoemde mogelijkheid de standaard periode van schorsing van twee jaar te verminderen, is niet beschikbaar indien:
a. de betrokkene zijn whereabouts-gegevens herhaaldelijk op het laatste moment heeft gewijzigd; en/of
b. sprake is van andere handelingen die een ernstig vermoeden doen rijzen dat de betrokkene heeft getracht niet beschikbaar te zijn voor een dopingcontrole.
3. Factoren die bij de toepassing van dit reglement dienen te worden meegenomen bij de beoordeling van de mate van schuld zijdens de betrokkene, zijn bijvoorbeeld (i) de ervaring van de betrokkene, (ii) de omstandigheid dat de betrokkene ten tijde van het begaan van de dopingovertreding een beschermd persoon was, (iii) het risico waarvan de betrokkene bewust had moeten zijn, (iv) de zorgvuldigheid en de voorzichtigheid die de betrokkene heeft betracht met betrekking tot wat het gepercipieerde risico had moeten zijn, en (v) bijzondere overwegingen, zoals een handicap. Bij de beoordeling van de mate van schuld zijdens de betrokkene moeten de in overweging genomen omstandigheden specifiek en relevant zijn voor de verklaring waarom de betrokkene is afgeweken van het gedrag dat van een (top)sporter mag worden verwacht.

Artikel 41
Sanctie overtreding artikel 9, 10 en 13

1. Behoudens een eventuele reductie of opschorting van de sanctie overeenkomstig de artikelen 45 tot en met 49, bedraagt de opgelegde periode van schorsing voor een eerste overtreding van artikel 9 (handel) of artikel 10 (toediening) ten minste vier jaar en maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de overtreding.
2. Een overtreding van artikel 9 of artikel 10 waarbij een beschermd persoon is betrokken, wordt als bijzonder ernstig gezien, en leidt tot levenslange schorsing, indien:
a. de overtreding is begaan door begeleidend personeel; en
b. de overtreding geen verband houdt met een specifieke stof.
3. De periode van schorsing bedraagt voor een eerste overtreding van artikel 13 (ontmoediging) ten minste twee jaar tot maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de gedragingen die in het kader van de overtreding zijn begaan.

Artikel 42
Sanctie overtreding artikel 11

Behoudens een eventuele reductie of opschorting van de sanctie overeenkomstig de artikelen 45 tot en met 49, bedraagt de periode van schorsing voor een eerste overtreding van artikel 11 (medeplichtigheid) ten minste twee jaar en maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de overtreding.

Artikel 43
Sanctie overtreding artikel 12

De periode van schorsing bedraagt voor een eerste overtreding van artikel 12 (verboden samenwerking) twee jaar, welke periode, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene en de andere omstandigheden van het geval, kan worden verminderd tot een periode van schorsing van ten minste 1 jaar.

Hoofdstuk X Strafmaat en sanctiereductie

Artikel 44
Geen schuld of nalatigheid

1. Er is geen sprake van schuld of nalatigheid indien de betrokkene heeft aangetoond dat hij niet wist of vermoedde, en zelfs met de grootst mogelijke voorzichtigheid niet redelijkerwijs had kunnen weten of vermoeden, dat hij:
a. de verboden stof en/of verboden methode had gebruikt, ingenomen of had toegediend gekregen; of
b. een dopingovertreding beging.
2. Indien de dopingovertreding een overtreding van artikel 3 (aanwezigheid) betreft, geldt als aanvullende eis dat alleen sprake kan zijn van geen schuld of nalatigheid, als de betrokkene heeft aangetoond hoe de verboden stof en/of de verboden methode in zijn lichaam terecht is gekomen. Deze aanvullende eis geldt niet indien de betrokkene ten tijde van het begaan van de dopingovertreding een beschermd persoon en/of een recreatieve sporter was.
3. Indien de betrokkene in een individueel geval heeft aangetoond dat bij het door hem begaan van een dopingovertreding van zijn kant geen sprake was van schuld of nalatigheid, vervalt de toepasselijke periode van schorsing.
4. Dit artikel is alleen van toepassing op uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld indien een betrokkene heeft aangetoond dat de door hem begane dopingovertreding, ondanks alle door hem genomen voorzorgsmaatregelen en door hem betrachte zorgvuldigheid, het gevolg is van sabotage door een derde.
5. Dit artikel is in ieder geval niet van toepassing op de volgende gevallen:
a. een positieve uitslag die het gevolg is van de inname, het gebruik, de toediening en/of toepassing van een vervuild product, een verkeerd gelabeld of een verontreinigd voedingssupplement. Leden zijn zelf verantwoordelijk voor hetgeen zij gebruiken of innemen, en zij dienen bekend te zijn met de risico’s inzake het gebruik van voedingssupplementen;
b. de toediening van een verboden stof of een verboden methode door begeleidend personeel zonder dat dit aan de betrokkene is gemeld. Leden zijn zelf verantwoordelijk voor de keuze van hun begeleidend personeel, en moeten hun begeleidend personeel meedelen dat zij geen verboden stof of verboden methode toegediend mogen krijgen; en/of
c. sabotage van voeding of drank van een betrokkene door een echtgenoot of echtgenote, een huisgenoot of (ander) gezinslid, een coach of een andere persoon die tot het begeleidend personeel van de betrokkene behoort. Leden zijn zelf verantwoordelijk voor hetgeen zij gebruiken of innemen, alsmede voor het gedrag van de personen die zij toegang geven tot hun voeding en drank.
6. Dit artikel is alleen van toepassing op de vaststelling van de strafmaat, en niet op de vaststelling of sprake is van een dopingovertreding.
7. In tegenstelling tot de overige bepalingen van Hoofdstuk X waar de term schuld wordt gebruikt, is de definitie van schuld expliciet niet van toepassing op artikel 44. Evenmin zijn van toepassing op artikel 44 de in artikel 40 lid 3 genoemde factoren voor het beoordelen van de mate van schuld zijdens de betrokkene.
8. Onverminderd het hiervoor gestelde in dit artikel, kan artikel 44 niet worden toegepast indien:
a. de betrokkene de opzetpresumptie als bedoeld in artikel 37 lid 1 sub a niet kan weerleggen;
b. sprake is van opzet, hetzij voor de vaststelling of sprake is van een dopingovertreding, hetzij in de zin van artikel 38 lid 1.

Artikel 45
Geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid

1. Er is geen sprake van een aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid indien de betrokkene heeft aangetoond dat zijn schuld of nalatigheid, naar de omstandigheden van het geval en rekening houdend met de criteria zoals genoemd in artikel 44 lid 1, niet significant was in relatie tot de dopingovertreding.
2. Indien de dopingovertreding een overtreding van artikel 3 betreft, geldt als aanvullende eis dat alleen sprake kan zijn van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, als de betrokkene heeft aangetoond hoe de verboden stof en/of de verboden methode in zijn lichaam terecht is gekomen. Deze aanvullende eis geldt niet indien de betrokkene ten tijde van het begaan van de dopingovertreding een beschermd persoon en/of een recreatieve sporter was.
3. Als (i) sprake is van een overtreding van artikel 3, artikel 4 of artikel 8, (ii) de dopingovertreding verband houdt met een specifieke stof (niet zijnde drugs) of een specifieke methode, en (iii) de betrokkene heeft aangetoond dat van zijn kant sprake is van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, dan is de sanctie ten minste:
a. een berisping zonder oplegging van enige periode van schorsing; en
b. maximaal een periode van schorsing van twee jaar, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene.
4. Als (i) sprake is van een overtreding van artikel 3, artikel 4 of artikel 8, (ii) de betrokkene heeft aangetoond dat van zijn kant sprake is van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, en (iii) de betrokkene heeft aangetoond dat de gedetecteerde verboden stof (niet zijnde drugs) afkomstig is van een vervuild product, dan is de sanctie ten minste:
a. een berisping zonder oplegging van enige periode van schorsing; en
b. maximaal een periode van schorsing van twee jaar, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene.
5. Als (i) sprake is van een overtreding van artikel 3, artikel 4 of artikel 8, (ii) de betrokkene in een individueel geval, waarin artikel 45 lid 3 en artikel 45 lid 4 niet van toepassing zijn, heeft aangetoond dat bij het door hem begaan van een dopingovertreding van zijn kant sprake was van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, kan de anders van toepassing zijnde periode van schorsing afhankelijk van de mate van schuld zijdens betrokkene, worden gereduceerd, doch nooit minder zijn dan de helft van de anders van toepassing zijnde periode van schorsing. Indien de anders van toepassing zijnde periode van schorsing levenslang zou bedragen, mag de overeenkomstig dit artikel gereduceerde periode van schorsing niet minder dan acht jaar bedragen.
6. Wanneer (i) de dopingovertreding door een beschermde persoon of recreatieve sporter wordt begaan en (ii) deze beschermde persoon of recreatieve sporter kan aantonen dat van zijn kant sprake was van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, dan geldt als sanctie ten minste een berisping zonder enige periode van schorsing en ten hoogste een periode van schorsing van twee jaar, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokken beschermde persoon of recreatieve sporter. Dit artikellid kan niet worden toegepast als de dopingovertreding (deels) betrekking heeft op drugs.
7. Dit artikel is alleen van toepassing op de vaststelling van de strafmaat, en niet op de vaststelling of sprake is van een dopingovertreding.
8. Als het KNKV, de Dopingautoriteit en/of een andere ADO bij een overtreding van artikel 3, artikel 4 en artikel 8 inzake een specifieke stof, heeft aangetoond dat zijdens de betrokkene sprake was van opzet:
a. kan artikel 45 niet worden toegepast; en
b. bedraagt de periode van schorsing vier jaar, tenzij artikel 46, artikel 47 en/of artikel 48 wordt toegepast.
9. Als het KNKV, de Dopingautoriteit en/of een andere ADO bij een overtreding van artikel 3, 4 en artikel 8 inzake een specifieke stof, niet heeft aangetoond dat zijdens de betrokkene sprake was van opzet:
a. kan artikel 45 worden toegepast, doch alleen als de betrokkene kan aantonen in aanmerking te komen voor sanctiereductie op grond van artikel 45; en
b. is de sanctie ten minste een berisping en maximaal een periode van schorsing van twee jaar, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene. Hierbij geldt dat sanctiereductie alleen mogelijk is als (i) de betrokkene heeft aangetoond dat van zijn kant sprake is van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, en (ii) de betrokkene heeft voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 45 lid 3, artikel 45 lid 4 of artikel 45 lid 5. Indien de betrokkene niet aan deze voorwaarden kan voldoen, bedraagt de periode van schorsing twee jaar, tenzij artikel 46, artikel 47 en/of artikel 48 wordt toegepast.
10. Als de betrokkene bij een overtreding van artikel 3, artikel 4 en artikel 8 inzake een niet-specifieke stof niet heeft aangetoond dat van zijn kant geen sprake was van opzet:
a. kan artikel 45 niet worden toegepast; en
b. bedraagt de periode van schorsing vier jaar, tenzij artikel 46, artikel 47 en/of artikel 48 wordt toegepast.
11. Als de betrokkene bij een overtreding van artikel 3, artikel 4 en artikel 8 inzake een niet-specifieke stof heeft aangetoond dat van zijn kant geen sprake was van opzet:
a. kan artikel 45 worden toegepast, doch alleen als de betrokkene kan aantonen in aanmerking te komen voor sanctiereductie op grond van artikel 45; en
b. kan de periode van schorsing worden gereduceerd afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene, doch nooit minder zijn dan de helft van anders van toepassing zijnde periode van schorsing. Hierbij geldt dat sanctiereductie alleen mogelijk is als (i) de betrokkene heeft aangetoond dat van zijn kant sprake is van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid, en (ii) de betrokkene heeft voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 45 lid 3, artikel 45 lid 4 of artikel 45 lid 5. Indien de betrokkene niet aan deze voorwaarden kan voldoen, bedraagt de periode van schorsing twee jaar, tenzij artikel 46, artikel 47 en/of artikel 48 wordt toegepast.
12. Voor de toepassing van artikel 45:
a. dient het bevoegde tuchtcollege eerst te beoordelen welke bepaling eventueel van toepassing is: artikel 45 lid 3, artikel 45 lid 4 of artikel 45 lid 5;
b. dient het bevoegde tuchtcollege vervolgens te beoordelen of de betrokkene heeft aangetoond dat bij het begaan van de dopingovertreding van zijn kant sprake was van geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid. Daartoe dient het bevoegde tuchtcollege artikel 45 lid 1, artikel 1 lid 49 en artikel 40 lid 3 toe te passen, in samenhang met artikel 44 lid 1. Indien de dopingzaak een dopingovertreding van artikel 3 betreft, dient het bevoegde tuchtcollege tevens artikel 45 lid 2 toe te passen;
c. dient het bevoegde tuchtcollege, indien het van oordeel is dat de betrokkene heeft aangetoond in aanmerking te komen voor sanctiereductie op grond van artikel 45, de mate van sanctiereductie te bepalen aan de hand van de mate van schuld zijdens de betrokkene, waarbij het bevoegde tuchtcollege artikel 1 lid 49 en artikel 40 lid 3 moet toepassen.
13. Artikel 45 lid 5 kan niet worden toegepast in de volgende situaties:
a. er is zijdens de betrokkene sprake geweest van opzet;
b. er is sprake van een dopingovertreding waarbij opzet een element is van de overtreding (bijvoorbeeld artikel 7, artikel 9, artikel 10 en artikel 11);
c. er is sprake van een dopingovertreding waarbij opzet een element is van een bepaalde sanctie (bijvoorbeeld artikel 37); en
d. er is al sprake van mogelijke sanctiereductie op basis van de mate van schuld zijdens de betrokkene (zie artikel 40 lid 1 en artikel 43).
14. Alle opties voor sanctiereductie zoals deze zijn opgenomen in artikel 45 sluiten elkaar uit en zijn niet cumulatief.

Artikel 46
Substantiële ondersteuning

1. De Dopingautoriteit kan voorafgaand aan (a) een op grond van artikel 59 voor beroep vatbare uitspraak van het bevoegde tuchtcollege in een dopingzaak, dan wel (b) het verstrijken van de op de uitspraak van het bevoegde tuchtcollege van toepassing zijnde beroepstermijn, een deel van de opgelegde, dan wel op te leggen consequenties (met uitzondering van het vervallen van wedstrijdresultaten en de verplichte openbaarmaking op grond van de World Anti-Doping Code) opschorten indien de betrokkene substantiële ondersteuning heeft verleend aan een ADO, een justitiële instantie en/of een professioneel disciplinair orgaan. De Dopingautoriteit kan hiertoe met de betrokkene een substantiële ondersteuningsovereenkomst sluiten.
2. Van substantiële ondersteuning is sprake indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de ondersteuning heeft tot gevolg (gehad) dat door een ADO een dopingzaak wordt ontdekt of van een dopingovertreding aangifte wordt gedaan, welke dopingzaak of dopingovertreding is begaan door een andere persoon dan de betrokkene die de substantiële ondersteuning heeft verleend;
b. de ondersteuning heeft tot gevolg (gehad) dat een justitiële instantie of disciplinair orgaan een strafbaar feit of een overtreding van beroepsregels ontdekt, meldt of daarvan aangifte doet, welk strafbaar feit of welke overtreding is begaan door een andere persoon dan de betrokkene die de substantiële ondersteuning heeft verleend en de informatie die wordt verstrekt door de substantiële ondersteuning verlenende persoon, beschikbaar wordt gesteld aan de Dopingautoriteit;
c. de ondersteuning heeft tot gevolg (gehad) dat WADA een procedure start tegen een ondertekenaar van de World Anti-Doping Code, een WADAgeaccrediteerd laboratorium of een management unit voor biologische paspoorten wegens niet naleving van de World Anti-Doping Code, een International Standard of een Technical Document; of
d. de ondersteuning heeft tot gevolg (gehad) dat een justitiële instantie of disciplinair orgaan een strafbaar feit of een overtreding van beroeps- of sportregels inzake integriteit in de sport, niet betreffende doping, aantoont. Deze vorm van substantiële ondersteuning om te komen tot het opschorten van consequenties op grond van artikel 46, is alleen mogelijk met toestemming van WADA.
3. De Dopingautoriteit kan in situaties waarin artikel 46 lid 1 niet van toepassing is, een deel van de opgelegde consequenties (met uitzondering van het vervallen van wedstrijdresultaten en de verplichte openbaarmaking op grond van de World Anti-Doping Code), opschorten:
a. indien de betrokkene substantiële ondersteuning heeft verleend; en
b. met goedkeuring van zowel de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) als WADA. De Dopingautoriteit kan hiertoe met de betrokkene een substantiële ondersteuningsovereenkomst sluiten.
4. Aanvullende voorwaarden om sprake te laten zijn van substantiële ondersteuning zijn:
a. de betrokkene heeft alle hem beschikbare informatie inzake dopingovertredingen, strafbare feiten of overtredingen van beroeps- of sportregels inzake integriteit in de sport, niet betreffende doping, correct en volledig verstrekt, in een schriftelijke door hem ondertekende verklaring of in een gespreksopname;
b. de betrokkene verleent zijn volledige medewerking aan het onderzoek naar, alsmede de (tuchtrechtelijke) vervolging van elke (doping)zaak waarop de door hem verschafte informatie betrekking heeft, door onder andere als getuige te verklaren bij een hoorzitting indien de Dopingautoriteit of het bevoegde tuchtcollege daarom verzoekt; en
c. de door de betrokkene verschafte informatie dient geloofwaardig te zijn, en dient (i) een belangrijk onderdeel te vormen van een zaak die tot (tuchtrechtelijke) vervolging heeft geleid, dan wel (ii), indien geen (tuchtrechtelijke) vervolging heeft plaatsgevonden, voldoende grond te hebben verschaft op basis waarvan (tuchtrechtelijke) vervolging had kunnen plaatsvinden.
5. De mate waarin de periode van schorsing op grond van artikel 46 kan worden opgeschort, is afhankelijk van:
a. de ernst van de dopingovertreding die de betrokkene heeft begaan; en
b. het belang van de verleende substantiële ondersteuning voor het elimineren van (i) doping in de sport, (ii) de niet-naleving van de Code en/of (iii) overtredingen van integriteitsregels in de sport.
De mate waarin de periode van schorsing kan worden opgeschort, kan echter niet meer bedragen dan driekwart van de periode van schorsing die zonder de toepassing van artikel 46 zou worden opgelegd. Indien de periode van schorsing zonder de toepassing van artikel 46 een levenslange periode van schorsing zou bedragen, kan de niet-opgeschorte periode van schorsing niet minder dan acht jaar bedragen. Voor het bepalen van de periode van schorsing die op grond van artikel 46 zou kunnen worden opgeschort, wordt geen rekening gehouden met een eventuele additionele periode van schorsing op grond van artikel 38a.
6. Indien de betrokkene die substantiële ondersteuning wil leveren, hierom heeft verzocht, is het de Dopingautoriteit toegestaan met voornoemde betrokkene een zogenaamde overeenkomst onder voorbehoud te sluiten, binnen welk kader de betrokkene onder voorbehoud informatie kan verstrekken betreffende substantiële ondersteuning.
Met een overeenkomst onder voorbehoud wordt gedoeld op een schriftelijke overeenkomst tussen de Dopingautoriteit en een betrokkene, die deze betrokkene in staat stelt binnen een bepaald tijdskader informatie te verstrekken aan de Dopingautoriteit, met dien verstande dat indien de Dopingautoriteit en betrokkene (a) geen substantiële ondersteuningsovereenkomst of (b) een schikking overeenkomen, de informatie die binnen het kader van de overeenkomst onder voorbehoud is verstrekt, niet door de Dopingautoriteit tegen betrokkene mag worden gebruikt, en dat informatie die in het kader van de overeenkomst onder voorbehoud door de Dopingautoriteit is verstrekt, niet door de betrokkene tegen de Dopingautoriteit mag worden gebruikt.
7. Indien de Dopingautoriteit vaststelt dat de betrokkene onvoldoende medewerking verleent en/of zijn ondersteuning niet langer voldoet aan de hiervoor benoemde voorwaarden voor substantiële ondersteuning, zal het de substantiële ondersteuningsovereenkomst beëindigen, en:
a. wordt, indien sprake is van de toepassing van artikel 46 lid 1, alsnog aangifte gedaan van de door de betrokkene begane dopingovertreding(en), tenzij (i) in deze reeds aangifte was gedaan (in welk geval deze aangifte weer in behandeling wordt genomen) of (ii) met betrokkene een schikking wordt overeengekomen op grond van artikel 27; of
b. wordt, indien sprake is van de toepassing van artikel 46 lid 3, de opgeschorte uitspraak van het tuchtcollege weer van kracht.
Tegen een besluit van de Dopingautoriteit om een substantiële ondersteuningsovereenkomst te beëindigen, staat beroep open conform het gestelde in Hoofdstuk XII.
8. Op verzoek van (i) de Dopingautoriteit of (ii) een persoon die (beweerdelijk) een dopingovertreding heeft begaan, kan WADA voor het verlenen van substantiële ondersteuning in elke fase van het resultaatmanagement, inclusief nadat een bevoegd tuchtcollege in een dopingzaak uitspraak heeft gedaan en deze uitspraak definitief is geworden, instemmen met wat het beschouwt als een passende opschorting van (a) de opgelegde periode van schorsing en andere consequenties of (b) de zonder toepassing van artikel 46 toepasselijke periode van schorsing en andere consequenties.
In uitzonderlijke omstandigheden kan WADA voor het verlenen van substantiële ondersteuning akkoord gaan met een opschorting van de gehele periode van schorsing en andere consequenties die verder gaat dan de opschortingen die anderszins mogelijk zijn op grond van artikel 46. In dergelijke gevallen kan WADA akkoord gaan met (i) de volledige opschorting van de (opgelegde of op te leggen) periode van schorsing, (ii) het niet terugbetalen van prijzengeld, (iii) geen verplichte openbaarmaking en/of (iv) het niet betalen van boetes of kosten. Indien de Dopingautoriteit de substantiële ondersteuningsovereenkomst beëindigt conform het gestelde in artikel 46, komt daarmee automatisch WADA’s goedkeuring zoals bedoeld in dit lid te vervallen. Een beslissing van WADA om wel of geen goedkeuring te verlenen zoals bedoeld in dit lid, is niet voor beroep vatbaar.
9. Indien de Dopingautoriteit een (deel van een) periode van schorsing opschort vanwege verleende substantiële ondersteuning, dient zij dit besluit met redenen omkleed te melden bij de ADO’s met een recht op beroep op grond van artikel 60.
In unieke omstandigheden, waarin WADA oordeelt dat dit in het beste belang van de strijd tegen doping is, kan WADA de Dopingautoriteit toestemming geven een geheimhoudingsovereenkomst aan te gaan, welke de bekendmaking van de in het kader van de substantiële ondersteuning gesloten overeenkomst en/of de aard van de verleende substantiële ondersteuning beperkt of uitstelt.
10. Het opschorten van (een deel van) de periode van schorsing is alleen mogelijk op grond van de toepassing van artikel 46.

Artikel 47
Bekentenis voorafgaand aan vermoeden dopingovertreding

1. Indien:
a. een betrokkene, hetzij voorafgaand aan het door hem kennisnemen van een bij hem uit te voeren dopingcontrole die kan leiden tot constatering van een dopingovertreding, hetzij (bij andere overtredingen dan artikel 3) voorafgaand aan kennisgeving inzake een dopingzaak door de Dopingautoriteit, het KNKV, de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en/of een buitenlandse nationale sportbond of NADO, vrijwillig bekent een overtreding als genoemd in Hoofdstuk II te hebben begaan, en
b. deze bekentenis op dat moment het enige betrouwbare bewijs is van bedoelde overtreding, kan de op te leggen periode van schorsing worden verkort, doch niet minder bedragen dan de helft van de zonder deze bekentenis van toepassing zijnde periode.
2. Dit artikel kan slechts worden toegepast in omstandigheden waarin een lid vrijwillig een dopingovertreding bekent en die bekentenis op het moment van het doen van de bekentenis het enige betrouwbare bewijs van de overtreding is. Dit artikel kan alleen worden toegepast wanneer een lid een dopingovertreding bekent in omstandigheden waar geen enkele ADO een vermoeden heeft dat een mogelijk een dopingovertreding heeft begaan. Dit artikel kan niet worden toegepast in omstandigheden waarin de bekentenis plaatsvindt nadat het lid denkt dat hij zal worden betrapt.
3. De mate waarin de periode van schorsing wordt verkort, dient te zijn gebaseerd op de kans dat het lid zou zijn betrapt indien hij niet vrijwillig had bekend.

Artikel 48
Bekentenis na kennisgeving

Indien de betrokkene, na kennisgeving door de Dopingautoriteit inzake een mogelijke dopingovertreding waarvoor een periode van schorsing van vier of meer jaar geldt (met inbegrip van elke (additionele) periode van schorsing op grond van artikel 38a), binnen twintig dagen ontvangst van deze kennisgeving:
a. de dopingovertreding bekent; en
b. de periode van schorsing aanvaardt,
kan de betrokkene een reductie van een jaar krijgen van de initieel door de Dopingautoriteit bepaalde periode van schorsing. Indien de betrokkene op grond van dit artikel de reductie van een jaar op de gestelde periode van schorsing krijgt, is een verdere reductie van de gestelde periode van schorsing op grond van enig ander artikel van dit reglement niet toegestaan.

Artikel 49
Meerdere opties sanctiereductie

1. Voor de toepassing van artikel 49:
a. dient de betrokkene eerst aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor sanctiereductie op basis van meer dan een van de volgende artikelen: artikel 44, artikel 45, artikel 46, artikel 47 en artikel 48; en
b. dient voorafgaand aan de eventuele toepassing van artikel 46, artikel 47 of artikel 48, eerst de van toepassing zijnde periode van schorsing te worden bepaald aan de hand van (i) de bepalingen in Hoofdstuk IX, en (ii) artikel 44 en artikel 45.
2. Indien de betrokkene heeft aangetoond in aanmerking te komen voor sanctiereductie of -opschorting op grond van artikel 46, artikel 47 en/of artikel 48, kan de periode van schorsing worden gereduceerd, doch niet minder dan een kwart bedragen van de op basis van artikel 49 lid 1 sub b bepaalde periode.

Artikel 50
Meerdere overtredingen

1. Voor een tweede dopingovertreding bedraagt de periode van schorsing de langste van de volgende perioden:
a. zes maanden;
b. een periode van schorsing in het bereik tussen:
i. de som van de voor de eerste dopingovertreding opgelegde periode van schorsing en de periode van schorsing die van toepassing zou zijn geweest op de tweede dopingovertreding indien deze zou zijn behandeld alsof het een eerste dopingovertreding betrof; en
ii. tweemaal de voor de tweede dopingovertreding geldende periode van schorsing, indien deze wordt behandeld alsof het een eerste overtreding zou zijn geweest, waarbij de periode van schorsing binnen dit bereik wordt bepaald aan de hand van het geheel van omstandigheden en de mate van schuld van de betrokkene met betrekking tot de tweede overtreding.
2. Een derde dopingovertreding leidt altijd tot de oplegging van een levenslange periode van schorsing, tenzij de betrokkene kan aantonen dat hij ter zake de derde dopingovertreding in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 44 of artikel 45, dan wel de derde dopingovertreding een overtreding van artikel 6 betreft, in welk geval de periode van schorsing ten minste acht jaar en maximaal levenslang bedraagt.
3. De op basis van de vorige twee leden van deze bepaling vastgestelde periode van schorsing kan worden gereduceerd op grond van en in overeenstemming met de eventuele toepassing van artikel 46, artikel 47 of artikel 49.
4. Indien de betrokkene inzake een dopingovertreding heeft aangetoond dat van zijn kant geen sprake is van schuld of nalatigheid in de zin van artikel 44, wordt deze overtreding niet als dopingovertreding beschouwd voor de toepassing van artikel 50. Evenmin wordt een dopingovertreding waarbij op grond van artikel 38b sub a een periode van schorsing is opgelegd, als dopingovertreding beschouwd voor de toepassing van artikel 50.
5. Behoudens de toepassing van artikel 50 lid 6 en artikel 50 lid 7 wordt een dopingovertreding voor het opleggen van sancties op grond van artikel 50 beschouwd als een tweede overtreding, als kan worden aangetoond dat de betrokkene de additionele dopingovertreding heeft begaan nadat (i) de betrokkene de kennisgeving inzake de eerste dopingzaak heeft ontvangen, dan wel (ii) een redelijke poging is gedaan hem deze kennisgeving te doen toekomen.
Als dit niet kan worden bewezen, worden de overtredingen samen beschouwd als één afzonderlijke eerste overtreding en wordt de op te leggen sanctie gebaseerd op de overtreding waarop de zwaarste sanctie staat, met inbegrip van de toepassing van verzwarende omstandigheden (op grond van artikel 38a). Alle behaalde wedstrijdresultaten die de betrokkene heeft behaald sinds de eerdere dopingovertreding komen te vervallen.
6. Indien de Dopingautoriteit of het KNKV aantoont dat:
a. een lid een additionele dopingovertreding heeft begaan voorafgaand aan de kennisgeving inzake de eerste of eerder opgemerkte dopingzaak; en
b. die additionele overtreding plaatsvond ten minste twaalf maanden voordat of nadat de eerste of eerdere overtreding is begaan,
dan wordt de periode van schorsing voor de additionele dopingovertreding berekend alsof de additionele overtreding een opzichzelfstaande eerste overtreding was en gaat deze periode van schorsing in na het aflopen van de opgelegde periode van schorsing voor de eerste of eerder opgemerkte overtreding (en kan dus niet gelijktijdig met deze laatstgenoemde periode van schorsing aanvangen). Wanneer dit lid van toepassing is, vormen de dopingovertredingen gezamenlijk een enkele overtreding voor de toepassing van artikel 50 lid 1-3.
7. Indien de Dopingautoriteit of het KNKV aantoont dat een lid een overtreding van artikel 7 (manipulatie) met betrekking tot het dopingcontroleproces heeft begaan voor een onderliggende vermeende dopingovertreding, wordt de overtreding van artikel 7 behandeld als een opzichzelfstaande eerste overtreding en gaat deze periode van schorsing in na het aflopen van de opgelegde periode van schorsing (indien van toepassing) voor de onderliggende overtreding (en kan dus niet gelijktijdig met deze laatstgenoemde periode van schorsing aanvangen). Wanneer dit lid wordt toegepast, vormen de overtredingen gezamenlijk een enkele overtreding voor de toepassing van artikel 50 lid 1-3.
8. Indien de Dopingautoriteit of het KNKV aantoont dat een lid tijdens een periode van schorsing een tweede of een derde dopingovertreding heeft begaan, lopen de periodes van schorsing voor meerdere overtredingen aansluitend op elkaar in plaats van gelijktijdig.
9. Voor de toepassing van dit artikel dient een tweede of volgende dopingovertreding binnen tien jaar van de vorige overtreding(en) te hebben plaatsgevonden.

Hoofdstuk XI Overige sanctiebepalingen

Artikel 51
Aanvang van de periode van schorsing

1. Indien een lid vanwege een dopingovertreding reeds een periode van schorsing is opgelegd welke nog niet is afgelopen, begint iedere nieuwe periode van schorsing op de eerste dag nadat de nog lopende periode van schorsing afloopt. In alle andere gevallen vangt, tenzij in dit reglement anders is bepaald, de periode van schorsing aan op (i) de dag van de tuchtrechtelijke uitspraak, (ii) de dag die in het kader van de toepassing van artikel 27 of artikel 46 wordt aanvaard, of (iii) de dag waarop de periode van schorsing anderszins wordt opgelegd. Met dit laatste wordt gedoeld op de volgende situaties: (a) WADA, de bevoegde internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en/of een buitenlandse ADO leggen een periode van schorsing op of zijn partij bij een schikking op grond van regeling die is gebaseerd op artikel 10.7.1 dan wel artikel 10.8.2 van de World Anti-Doping Code, (b) een bij het CAS dienende dopingzaak wordt door de partijen geschikt, of (c) de periode van schorsing wordt bepaald bij rechterlijke uitspraak.
2. Indien (a) sprake is geweest van aanmerkelijke vertragingen in de in Hoofdstuk V en/of Hoofdstuk VI bedoelde procedures, en (b) de betrokkene kan aantonen dat deze vertragingen de betrokkene niet zijn aan te rekenen, kan het bevoegde tuchtcollege of de andere bevoegde instantie die de periode van schorsing oplegt, de periode van schorsing op een eerder dan het in het vorige lid bedoelde moment laten ingaan, tot op zijn vroegst de dag waarop de (laatste) dopingovertreding is begaan. In geval van een overtreding van artikel 3 (aanwezigheid) wordt hiermee gedoeld op de dag waarop het monster is afgenomen dat tot de positieve uitslag heeft geleid. Alle tijdens de periode van schorsing behaalde wedstrijdresultaten komen te vervallen, inclusief de wedstrijdresultaten die zijn behaald tijdens een met terugwerkende kracht opgelegde de periode van schorsing.
3. Inzake dopingovertredingen die geen betrekking hebben op artikel 3 (aanwezigheid), kan een ADO veel tijd nodig hebben om feiten te ontdekken en bewijs te verzamelen dat nodig is om een dopingovertreding aan te tonen, bijvoorbeeld wanneer een lid maatregelen heeft genomen om opsporing van een dopingovertreding te voorkomen. In deze omstandigheden bestaat niet de mogelijkheid om de sanctie op een eerder tijdstip te laten ingaan.
4. Indien een lid de ordemaatregel heeft nageleefd, wordt de duur van deze ordemaatregel in mindering gebracht op de eventueel uiteindelijk opgelegde periode van schorsing. Indien een lid de ordemaatregel niet heeft nageleefd (dat wil zeggen: correct, volledig en tijdig), dan wordt een eventueel volbrachte duur van een ordemaatregel niet in mindering gebracht op de eventueel uiteindelijk opgelegde periode van schorsing. Hetzelfde geldt voor een door een bevoegd (tucht)orgaan opgelegde ordemaatregel, voorlopige uitsluiting of voorlopige schorsing.
5. De periode waarin (i) geen ordemaatregel is opgelegd en (ii) geen sprake is van de zelf opgelegde schorsing (en de naleving daarvan) als bedoeld in het vorige lid, kan niet worden afgetrokken van een (uiteindelijk) opgelegde periode van schorsing, ongeacht de omstandigheid dat de betrokkene (vrijwillig) heeft afgezien van het deelnemen aan wedstrijden, competities en/of evenementen.
6. Anders dan de in artikel 51 beschreven opties bestaan geen mogelijkheden een op te leggen periode van schorsing eerder te laten ingaan dan op het in artikel 51 lid 1 genoemde moment.
7. Indien in een teamsport een periode van schorsing wordt opgelegd aan een team, gaat deze periode van schorsing, tenzij de rechtvaardigheid anders vereist, in op:
a. de dag van de tuchtrechtelijke uitspraak; of
b. indien afstand is gedaan van het recht op een hoorzitting, op de dag waarop de periode van schorsing wordt aanvaard of anderszins wordt opgelegd, tenzij de rechtvaardigheid anders vereist.
Een periode van een aan een team opgelegde ordemaatregel of vrijwillig zelf door een team opgelegde ordemaatregel (overeenkomstig het hieromtrent bepaalde in artikel 26 lid 9) zal in mindering worden gebracht op de totale periode van schorsing die wordt opgelegd.
8. Het is niet mogelijk de in dit reglement genoemde sancties geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk op te leggen, tenzij expliciet anders is bepaald.
9. De eventuele (ontbrekende) prestatiebevorderende werking van een verboden stof en/of verboden methode kan niet worden meegewogen bij:
a. de beoordeling of sprake is van een dopingovertreding; en
b. de beoordeling van de strafmaat, dat wil zeggen het vaststellen van de wegens een dopingovertreding op te leggen sanctie.

Artikel 52
(Status gedurende) schorsing en ordemaatregel

1. Oplegging van een (periode van) schorsing of een ordemaatregel houdt in dat de betrokkene vanaf het moment dat deze consequentie is opgelegd:
a. is uitgesloten van deelname, in welke hoedanigheid dan ook, aan enige onder auspiciën van (i) het KNKV (inclusief bij het KNKV aangesloten, of op andere wijze aan het KNKV verbonden clubs, teams of andere rechtspersonen), (ii) een Ondertekenaar, een lid van het KNKV of Ondertekenaar, of (iii) een andere ledenorganisatie die bij het KNKV of een Ondertekenaar (of een lid daarvan) is aangesloten, georganiseerde wedstrijd, competitie en/of evenement;
b. is uitgesloten van elke andere activiteit, in welke hoedanigheid dan ook , bij of binnen (i) het KNKV (inclusief bij het KNKV aangesloten, of op andere wijze aan het KNKV verbonden clubs, teams of andere rechtspersonen), (ii) een Ondertekenaar, een lid van het KNKV of Ondertekenaar, of (iii) een andere ledenorganisatie die bij het KNKV of een Ondertekenaar (of een lid daarvan) is aangesloten, noch enige (financiële) vergoedingen, zoals is bedoeld in artikel 52 lid 3, mag ontvangen;
c. is uitgesloten van deelname aan een door een overheidsinstantie gefinancierde sportactiviteit op nationaal of topsportniveau. Personen aan wie een schorsing of ordemaatregel is opgelegd, kunnen bijvoorbeeld niet deelnemen aan een trainingskamp, demonstratie of training22 georganiseerd door hun bond of een club/vereniging die lid is van of aangesloten is bij die bond of die wordt gefinancierd door een overheidsinstelling;
d. geen onderdeel mag uitmaken van enige nationale selectie en/of nationaal team;
e. niet geselecteerd mag worden voor enige nationale selectie, nationaal team en/of enige andere (internationale) vertegenwoordiging van het KNKV, op individuele noch op teambasis;
f. geen training mag geven of actief mag zijn als begeleidend personeel, noch enige training mag volgen of ondergaan bij of binnen (i) het KNKV (inclusief bij het KNKV aangesloten, of op andere wijze aan het KNKV verbonden clubs, teams of andere rechtspersonen), (ii) een Ondertekenaar, een lid van het KNKV of Ondertekenaar, of (iii) een andere ledenorganisatie die bij het KNKV of een Ondertekenaar (of een lid daarvan) is aangesloten. Hieronder valt in ieder geval het trainen bij het KNKV, het trainen bij een bij het KNKV aangesloten club, vereniging of andere bij het KNKV aangesloten rechtspersoon, het trainen onder (bege)leiding van een voor het KNKV (als vrijwilliger of anderszins) werkzame persoon, alsmede het trainen met een persoon die een trainerslicentie of een daarmee gelijk te stellen document heeft;
g. is uitgesloten van deelname aan wedstrijden of sportactiviteiten die worden erkend of georganiseerd door of onder auspiciën van een professionele bond of organisatie die geen ondertekenaar is van de World Anti-Doping Code; en
h. is uitgesloten van deelname aan wedstrijden of sportactiviteiten die worden erkend of georganiseerd door of onder auspiciën van organisatoren van nationale of internationale evenementen die geen ondertekenaar zijn van de World Anti-Doping Code.
De betrokkene mag wel participeren in antidoping educatieprogramma’s en/of rehabilitatieprogramma’s. Geen enkele prestatienorm die tijdens een periode van schorsing of ordemaatregel wordt behaald, wordt (ongeacht het doel) door het KNKV of een ondertekenaar.
2. Op een betrokkene aan wie een periode van schorsing of een ordemaatregel is opgelegd zit, blijven de verplichting om medewerking te verlenen aan dopingcontroles en (indien van toepassing) het aanleveren van whereabouts-informatie van toepassing.
3. Een dopingovertreding waarbij geen sanctiereductie is toegepast op grond van artikel 44 of artikel 45, leidt tot de gehele of gedeeltelijke intrekking van de financiële steun, vergoedingen en andere voordelen in relatie tot de sportbeoefening, die de betrokkene van het KNKV ontvangt.
4. Degene die een periode van schorsing is opgelegd van langer dan vier jaar kan, als vier jaren van de periode van schorsing zijn verstreken, in de hoedanigheid van actief sporter deelnemen aan en/of participeren in lokale evenementen die niet worden georganiseerd door of onder auspiciën van het KNKV (inclusief bij het KNKV aangesloten, of op andere wijze aan het KNKV verbonden clubs, teams of andere rechtspersonen), een Ondertekenaar, een lid van het KNKV of Ondertekenaar, of een andere ledenorganisatie die bij het KNKV of een Ondertekenaar (of een lid daarvan) is aangesloten, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. deze evenementen bieden niet direct of indirect de mogelijkheid tot kwalificatie voor deelname aan een nationaal kampioenschap, internationaal evenement of internationale wedstrijd;
b. deze evenementen kunnen niet direct of indirect punten opleveren die nodig zijn voor kwalificatie voor, dan wel deelname aan een nationaal kampioenschap, internationaal evenement of internationale wedstrijd; en
c. de betrokkene werkt tijdens deze lokale sportevenementen in geen enkele hoedanigheid met beschermde personen.
5. Indien de betrokkene gedurende een hem opgelegde periode van schorsing of ordemaatregel, participeert in een in artikel 52 lid 1 bedoelde activiteit en/of hoedanigheid:
a. komen eventueel behaalde wedstrijdresultaten automatisch te vervallen; en
b. wordt aan de betrokkene een nieuwe periode van schorsing opgelegd, welke gelijk is aan de aan de oorspronkelijk aan de betrokkene opgelegde periode van schorsing. Deze nieuwe periode van schorsing treedt in vanaf het moment dat de oorspronkelijk aan de betrokkene opgelegde periode van schorsing afloopt. Deze nieuwe periode van schorsing, waaronder een reprimande en geen periode van schorsing, kan worden aangepast, afhankelijk van de mate van schuld zijdens de betrokkene en andere omstandigheden van het geval.
De Dopingautoriteit bepaalt of de betrokkene artikel 52 lid 1 niet heeft nageleefd, bepaalt de nieuwe periode van schorsing en legt deze op, en bepaalt of de betrokkene in aanmerking komt voor enige reductie van de nieuw op te leggen periode van schorsing. Tegen de beslissing van de Dopingautoriteit staat beroep open overeenkomstig het gestelde in Hoofdstuk XII.
6. In afwijking van artikel 52 lid 1 mag een betrokkene weer beginnen te trainen met een team of weer gebruik beginnen te maken van de faciliteiten van een bij het KNKV aangesloten club of vereniging, tijdens de kortste van de volgende perioden:
a. de laatste twee maanden van de aan de betrokkene opgelegde periode van schorsing; of
b. het laatste kwart van de aan de betrokkene opgelegde periode van schorsing.
7. Indien een betrokkene aan wie een ordemaatregel is opgelegd of vrijwillig een ordemaatregel heeft aanvaard, zich niet houdt aan het gestelde in artikel 52 lid 1, dan wordt de eventueel volbrachte duur van die ordemaatregel niet in mindering gebracht op enige periode van schorsing en worden eventueel behaalde wedstrijdresultaten te vervallen.

Artikel 53
Consequenties teams (indien van toepassing)

1. Als blijkt dat in een teamsport meer dan twee leden van hetzelfde team een dopingovertreding hebben begaan tijdens een evenement, dient het daartoe bevoegde (tucht)orgaan een team een of meer gepaste maatregelen op te leggen (bijvoorbeeld diskwalificatie van het betreffende team, het vervallen van een of meer wedstrijd- en/of competitieresultaten van dit team en/of het verlies van medailles, punten en prijzen(geld)) in aanvulling op consequenties die aan individuele teamleden worden opgelegd wegens het begaan van een dopingovertreding.
2. Het KNKV kan, voor onder zijn auspiciën georganiseerde evenementen, besluiten tot het vaststellen van zwaardere consequenties voor teams met betrekking tot evenementen dan zijn vermeld in het vorige lid.
3. Bij sporten die geen teamsporten zijn maar waarbij prijzen worden uitgereikt aan teams, geschiedt diskwalificatie, alsmede de oplegging van enige andere disciplinaire maatregel tegen het team als één of meer teamleden zich schuldig hebben gemaakt aan dopingovertredingen, volgens de van toepassing zijnde regels van de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF).
4. Indien meer dan één lid van een team conform Hoofdstuk V op de hoogte wordt gesteld van een mogelijke dopingovertreding in verband met een evenement, zal het KNKV (indien het evenement wordt georganiseerd door of onder auspiciën van het KNKV) zorg dragen voor het uitvoeren van (passende) gerichte dopingcontroles bij het betreffende team gedurende het bewuste evenement.

Artikel 54
Herziening

1. Indien met betrekking tot een verboden stof of verboden methode een verbod is geformuleerd, en dit verbod nadien wordt gewijzigd of opgeheven, kan een betrokkene die op grond van de oorspronkelijke bepaling een straf is opgelegd daarvan herziening vragen. Indien een verboden stof van de dopinglijst wordt verwijderd, kan een betrokkene die op dat moment nog een periode van schorsing uitzit vanwege een dopingovertreding die alleen aan deze eerder nog verboden stof is gerelateerd, verzoeken om een reductie van de opgelegde
periode van schorsing. Het volledig kwijtschelden van de opgelegde sanctie is niet mogelijk.
2. Indien met betrekking tot een dopingovertreding de strafmaat wordt gewijzigd of opgeheven, kan een betrokkene die op grond van de oorspronkelijke bepaling een straf is opgelegd daarvan herziening vragen.
3. De betrokkene richt een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herziening aan het bevoegde tuchtcollege, dat het verzoek toezendt aan de Dopingautoriteit.
4. Het verzoek tot herziening wordt schriftelijk behandeld. De Dopingautoriteit heeft het recht op het nemen van een conclusie.
5. Van een uitspraak van het bevoegde tuchtcollege staat beroep open conform Hoofdstuk XII.
6. Een herziening kan niet ten nadele van de betrokkene strekken.

Artikel 55
Verjaringstermijn

Een dopingovertreding verjaart als niet binnen tien jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de overtreding beweerdelijk heeft plaatsgevonden, de betrokkene schriftelijk over de dopingzaak in kennis is gesteld conform het gestelde in Hoofdstuk V, dan wel een redelijke poging daartoe is gedaan.

Artikel 56
Automatische toepassing van beslissingen

1. Een beslissing van (i) een ondertekenaar, (ii) een tuchtcollege, (iii) een beroepsinstantie of (iv) het CAS, inzake een dopingovertreding is (na het in kennis stellen van de partijen bij de procedure), naast voor de bij de procedure betrokken partijen, automatisch bindend voor het KNKV (inclusief bij het KNKV aangesloten, of op andere wijze aan het KNKV verbonden clubs, teams of andere rechtspersonen), een Ondertekenaar, een lid van het KNKV of Ondertekenaar, of een andere ledenorganisatie die bij het KNKV of een Ondertekenaar (of een lid daarvan) is aangesloten en heeft de hieronder beschreven werking:
a. indien een dergelijke beslissing de oplegging van een ordemaatregel inhoudt (na een voorlopige hoorzitting of nadat de betreffende persoon de ordemaatregel heeft aanvaard of heeft afgezien van het recht op een in overeenstemming met de World Anti-Doping Code aangeboden voorlopige hoorzitting, versnelde hoorzitting of versneld beroep), is het voor de persoon op wie de ordemaatregel betrekking heeft automatisch verboden actief te zijn en/of te participeren (zoals bedoeld in artikel 52 lid 1) binnen de hiervoor bedoelde organisaties, inclusief alle (andere) sporten, evenementen en rechtspersonen binnen de jurisdictie van die organisaties;
b. indien een dergelijke beslissing de oplegging van een periode van schorsing inhoudt (nadat een hoorzitting heeft plaatsgevonden of daarvan is afgezien), is het voor de persoon op wie de periode van schorsing betrekking heeft automatisch verboden actief te zijn en/of te participeren (zoals bedoeld in artikel 52 lid 1) binnen de hiervoor bedoelde organisaties, inclusief alle (andere) sporten, evenementen en rechtspersonen binnen de jurisdictie van die organisaties;
c. een dergelijke beslissing waarbij het begaan van een dopingovertreding wordt aanvaard, is automatisch bindend voor alle hiervoor bedoelde organisaties, inclusief alle (andere) sporten, evenementen en rechtspersonen binnen de jurisdictie van die organisaties; en
d. indien een dergelijke beslissing inhoudt dat wedstrijdresultaten voor een specifieke periode komen te vervallen (conform artikel 36 of het daaromtrent bepaalde in de World Anti-Doping Code), komen alle tijdens deze specifieke periode binnen de jurisdictie van de hiervoor bedoelde organisaties, inclusief alle (andere) sporten, evenementen en rechtspersonen binnen de jurisdictie van die organisaties, behaalde wedstrijdresultaten automatisch te vervallen.
2. Het KNKV, alsook elke ondertekenaar, is verplicht om zonder dat daarvoor een nadere maatregel nodig is de in artikel 56 lid 1 bedoelde beslissingen, alsmede de werking daarvan (zoals beschreven in het vorige lid) te erkennen en toe te passen op de eerdere van de volgende data:
a. de datum waarop de ondertekenaar de feitelijke kennisgeving van de beslissing ontvangt; of
b. de datum waarop WADA de beslissing in het Anti-Doping Administration & Management System (ADAMS) heeft ingevoerd.
3. Een beslissing tot opschorting of opheffing van consequenties door (i) een ADO, (ii) een tuchtcollege, (iii) een beroepsinstantie of (iv) het CAS is zonder dat daarvoor een nadere maatregel nodig is, bindend voor elke ondertekenaar, alsmede voor het KNKV, op de eerdere van de volgende data:
a. de datum waarop de ondertekenaar de feitelijke kennisgeving van de beslissing ontvangt; of
b. de datum waarop WADA de beslissing in het Anti-Doping Administration & Management System (ADAMS) heeft ingevoerd.
4. Onverminderd enige bepaling van dit artikel is, conform het bepaalde in artikel 15.1.4 van de World Anti-Doping Code, een door een organisator van een groot evenement (in de zin van de World Anti-Doping Code ) in een versnelde procedure tijdens een evenement genomen beslissing inzake een dopingovertreding niet bindend voor andere ondertekenaars, noch voor het KNKV, tenzij de regels van de voornoemde organisator erin voorzien dat de persoon op wie deze beslissing betrekking heeft, de gelegenheid heeft beroep in te stellen op basis van een niet-versnelde procedure.
5. Ondertekenaars, alsook het KNKV, kunnen besluiten ook niet in artikel 56 lid 1 genoemde dopinggerelateerde beslissingen van ADO’s te implementeren.
6. Een dopinggerelateerde beslissing van een instantie die geen ondertekenaar is, wordt door elke ondertekenaar, alsmede door het KNKV, toegepast indien de ondertekenaar, dan wel het KNKV, oordeelt dat:
a. de beslissing de strekking heeft binnen de bevoegdheid van voornoemde instantie te vallen; en
b. de anti-dopingregels van die instantie in overeenstemming zijn met de World Anti-Doping Code.

Artikel 57
Bekendmaking

1. Artikel 10 en artikel 14 van de World Anti-Doping Code bevatten regels inzake het, in overeenstemming met nationale wetgeving:
a. communiceren met en tussen ADO’s in dopingzaken, alsmede de inhoud van deze communicatie;
b. communiceren met de betrokkene in dopingzaken, alsmede de inhoud van deze communicatie;
c. publiceren en/of het anderszins bekendmaken van (i) tuchtrechtelijke beslissingen in dopingzaken, en (ii) opgelegde consequenties wegens het begaan van een dopingovertreding.
2. De World Anti-Doping Code bevat regels inzake:
a. de te betrachten vertrouwelijkheid bij de communicatie in dopingzaken;
b. de beslissingen inzake dopingovertredingen welke een volledige motivering moeten omvatten, met (indien van toepassing) inbegrip van de reden waarom de maximum sanctie niet is opgelegd; en
c. de ADO’s die het recht hebben op het ontvangen van het volledige bij een dopingzaak behorende dossier, alvorens binnen vijftien dagen na ontvangst te mogen beslissen beroep in te stellen tegen de beslissing of uitspraak.
3. De Dopingautoriteit en het KNKV laten zich door deze regels leiden, tenzij nationale wet- en regelgeving dit niet toestaat.

Hoofdstuk XII Beroep

Artikel 58
Beroep

1. Beroep kan slechts worden aangetekend en behandeld in overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk XII. De bij dit reglement behorende bijlagen kunnen inzake het instellen en behandelen van beroep aanvullende regels bevatten.
2. Besluiten waartegen beroep is aangetekend blijven van kracht tijdens de beroepsprocedure, tenzij het tuchtcollege dat bevoegd is de zaak in beroep te behandelen (hierna: het beroepscollege) anders bepaalt.
3. In beroep kunnen de feitelijke en de juridische gronden volledig opnieuw worden beoordeeld. Het beroepscollege is bevoegd de in eerdere instantie opgelegde sanctie te verhogen tot aan de maximale reglementair toegestane strafmaat of te verlagen tot de minimale strafmaat. Elke partij in een beroep kan bewijsmateriaal, juridische argumenten en stellingen aanvoeren die in eerste aanleg niet aan de orde zijn gekomen, zolang deze voortvloeien uit dezelfde handelingen of betrekking hebben op dezelfde algemene feiten of omstandigheden die in eerste aanleg zijn aangevoerd of behandeld.
4. Beroepen worden behandeld door het bevoegde tuchtcollege van het KNKV, dan wel het CAS (conform het gestelde in lid 5 van dit artikel), met uitzondering van de volgende gevallen:
a. beroep tegen in eerste aanleg genomen besluiten van de Dopingautoriteit:
i. dat sprake is van de niet-naleving van consequenties zoals bedoeld in artikel 52 lid 1;
ii. inzake herzieningsverzoeken als bedoeld in artikel 72a en artikel 72b; en
iii. inzake het beëindigen van een substantiële ondersteuningsovereenkomst in de zin van artikel 46,
b. beroep tegen besluiten tot het afwijzen van een dispensatieverzoek, in welke gevallen de beroepen worden behandeld door de bezwaarcommissie Nationaal Dopingreglement (BND).
Van de besluiten van de Bezwaarcommissie Nationaal Dopingreglement inzake de in artikel 58 lid 4 sub a en b genoemde beroepen staat geen beroep open bij het CAS.
5. Van een uitspraak:
a. van het in eerste aanleg bevoegde tuchtcollege in een (mogelijke) dopingovertreding staat beroep open bij het beroepscollege, tenzij binnen het KNKV geen beroepsoptie bestaat, in welk geval beroep openstaat bij het CAS;
b. van het beroepscollege staat beroep open bij het CAS.

Artikel 59
Voor beroep vatbare besluiten

1. Tegen de volgende besluiten kan beroep worden aangetekend:
a. een besluit dat (g)een dopingovertreding heeft plaatsgevonden, inclusief een besluit tot schuldigverklaring zonder strafoplegging;
b. een besluit om aan het begaan van een dopingovertreding (geen) consequenties te verbinden;
c. een besluit van een tuchtcollege dat het (geheel of gedeeltelijk) niet bevoegd is een zaak in behandeling te nemen;
d. een besluit dat het KNKV, de Dopingautoriteit en/of een andere ADO in een dopingzaak (geheel of gedeeltelijk) niet ontvankelijk is;
e. een beslissing van WADA als bedoeld artikel 20a lid 2 om geen uitzondering te maken op de daar opgenomen zes-maanden-regel;
f. een besluit een ordemaatregel (niet) op te leggen (inclusief een besluit dat is genomen in strijd met artikel 26 lid 3), alsmede het besluit een ordemaatregel op te heffen naar aanleiding van een voorlopige hoorzitting;
g. een besluit op grond van artikel 46 om consequenties op te schorten, alsmede het besluit van de Dopingautoriteit een besluit om een substantiële ondersteuningsovereenkomst te beëindigen;
h. een besluit dat is genomen op grond van artikel 52 lid 5, artikel 54, artikel 72a en artikel 72b;
i. een besluit tot het afwijzen van een dispensatieverzoek; en
j. een besluit dat is genomen in strijd met artikel 46 lid 9, artikel 48, artikel 51 lid 10, artikel 51 lid 11 of artikel 56.
2. Indien na afloop van een periode van dertig dagen nadat WADA met betrekking tot een betrokkene schriftelijk bericht heeft ontvangen van een derde whereabouts-fout, geen aangifte is gedaan van een dopingovertreding, wordt deze omstandigheid voor de toepassing van Hoofdstuk XII aangemerkt als een besluit dat geen dopingovertreding heeft plaatsgevonden.

Artikel 60
Beroepsrecht

1. Tenzij in dit reglement anders is bepaald, hebben de volgende partijen het recht beroep in te stellen tegen besluiten als bedoeld in artikel 59:
a. de betrokkene voor wie het besluit waartegen beroep wordt aangetekend, geldt;
b. het KNKV;
c. de in het betreffende geval relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en elke andere tot het (laten) uitvoeren van dopingcontroles bevoegde organisatie volgens wier dopingreglement een sanctie had kunnen worden opgelegd;
d. de Dopingautoriteit;
e. de NADO van het land(en) waarvan de betrokkene de nationaliteit heeft, waar hij woonachtig is of waar de betrokkene licentiehouder is; het IOC of het IPC, indien van toepassing, als het besluit een effect kan hebben dat betrekking heeft op respectievelijk de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen, waaronder besluiten die van invloed (kunnen) zijn op de bevoegdheid tot deelname aan de Olympische Spelen of Paralympische Spelen; en WADA.
2. In dopingzaken (i) betreffende (begeleidend personeel van) betrokkenen die op het moment dat de dopingovertreding plaatsvond, waren opgenomen in de RTP van de internationale federatie (in het bijzonder de IKF), dan wel (ii) voortvloeiend uit participatie in een onder auspiciën van de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) georganiseerde wedstrijd en/of evenement, mogen de in artikel 60 lid 1 genoemde partijen direct tegen het besluit van het tuchtcollege in eerste aanleg beroep instellen bij het CAS.
3. Indien een tot het instellen van beroep gerechtigde partij tegen een besluit in beroep is gekomen bij het CAS, zijn alle andere tot het instellen van beroep gerechtigde partijen expliciet gerechtigd tot het instellen van incidenteel beroep. Indien een partij van dit recht gebruik wenst te maken, dient deze partij het incidenteel beroep uiterlijk in te stellen met het door de partij bij het CAS in te dienen verweerschrift.
4. Alle partijen bij een beroepsprocedure bij het CAS moeten ervoor zorgen dat WADA en alle andere partijen met recht op beroep tijdig van het beroep bij het CAS in kennis zijn gesteld.
5. Tegen een besluit tot het opleggen van een ordemaatregel kan alleen beroep worden ingesteld door de betrokkene aan wie de ordemaatregel is opgelegd.
6. Tegen een besluit inzake een dispensatieverzoek kan alleen beroep worden ingesteld door de betrokkene die het dispensatieverzoek heeft ingediend.

Artikel 61
Beroep/interventie WADA

1. Indien WADA overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk XII het recht heeft tegen een besluit in beroep te gaan, en geen andere in artikel 60 lid 1 genoemde partij anders dan WADA beroep heeft aangetekend, mag WADA zonder de andere beroepsmogelijkheden uit te putten direct beroep aantekenen bij het CAS.
2. WADA heeft het recht in een aanhangig gemaakte dopingzaak te interveniëren indien het bevoegde tuchtcollege of beroepscollege niet binnen een redelijke door WADA vast te stellen termijn, tot een uitspraak is gekomen. Op het moment dat voornoemde termijn verstrijkt, wordt dit aangemerkt als een besluit van het bevoegde tuchtcollege of beroepscollege dat geen dopingovertreding heeft plaatsgevonden. WADA mag in dat geval direct beroep aantekenen bij het CAS. Indien het CAS oordeelt dat (i) in de betreffende dopingzaak sprake is van een dopingovertreding, en (ii) het besluit van WADA om direct beroep in te stellen bij het CAS redelijk was, dient het KNKV WADA’s kosten (waaronder in ieder geval de kosten voor de juridische bijstand), voor het beroep bij het CAS te vergoeden.

Artikel 62
Beroep dispensaties

1. Een besluit tot het afwijzen van een dispensatieverzoek geldt als een voor beroep vatbaar besluit in de zin van artikel 59. Hoofdstuk XII is van overeenkomstige toepassing, tenzij in dit reglement anders is bepaald.
2. Tegen een besluit van WADA met betrekking tot het herzien van een dispensatie, staat alleen beroep open bij het CAS. Beroepsgerechtigd in deze zijn de betrokkene, de relevante internationale federatie (in het bijzonder de IKF) en de Dopingautoriteit.
3. Tegen een besluit van een internationale federatie (in het bijzonder de IKF) dat niet door WADA wordt beoordeeld of dat door WADA wordt beoordeeld doch niet wordt herzien, staat alleen beroep open bij het CAS. Beroepsgerechtigd in deze zijn de betrokkene en de Dopingautoriteit.
4. Dispensaties die op enig moment door WADA worden herzien, blijven van kracht tot het moment waarop de betrokkene schriftelijk door WADA van dit besluit op de hoogte is gesteld.
5. Indien een besluit inzake een dispensatieverzoek niet binnen de in de ISTUE genoemde termijnen is genomen, wordt voor de toepassing van artikel 62 het dispensatieverzoek geacht te zijn afgewezen.

Artikel 63
Beroepstermijnen

1. De termijn voor het instellen van beroep is eenentwintig dagen te rekenen vanaf de dag dat de tot het instellen van beroep bevoegde partij schriftelijk van het voor beroep vatbare besluit in kennis is gesteld.
2. De beroepstermijn voor een door WADA in te stellen beroep, dan wel een door WADA te plegen interventie, is de laatst aflopende van de volgende termijnen:
a. eenentwintig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de beroepstermijn voor de andere tot beroep gerechtigde partijen is verlopen; dan wel
b. eenentwintig dagen te rekenen vanaf de dag waarop WADA het volledige dossier inzake het voor beroep vatbare besluit heeft ontvangen, waaronder in ieder geval een vertaling van dit besluit. WADA heeft vanaf het ontvangen van het voor beroep vatbare besluit veertien dagen om het volledige dossier op te vragen.
3. Het in artikel 63 lid 2 sub b gestelde met betrekking tot WADA, is tevens van toepassing op de voor de Dopingautoriteit geldende beroepstermijn.
4. De termijn om beroep in te stellen voor andere partijen dan WADA wordt bepaald in de regelgeving van de ADO die het resultaatmanagement uitvoert.

Hoofdstuk XIII Restbepalingen

Artikel 64
Taken en verantwoordelijkheden van de Dopingautoriteit

1. De Dopingautoriteit is de NADO van Nederland in de zin de World Anti-Doping Code en de Wet uitvoering antidopingbeleid (Wuab).
2. De Dopingautoriteit heeft de volgende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden:
a. het geven van voorlichting over doping;
b. het vaststellen van de van dit reglement onderdeel uitmakende bijlagen (uitgezonderd de dopinglijst);
c. het opsporen van, en doen van onderzoek naar, dopingzaken in binnen- en buitenland, het in dit verband beleggen van hoorzittingen, gesprekken en interviews, alsmede het in dit verband uitwisselen van kennis en informatie met andere ADO’s;
d. het bewaken van en toezicht houden op de correcte toepassing en naleving van dit reglement en de World Anti-Doping Code, alsmede het in dit kader waar nodig corrigeren en interveniëren (bijvoorbeeld door middel van het gebruik maken van het beroepsrecht);
e. het in voorkomende gevallen zorgdragen voor de bewijsvoering;
f. het in overeenstemming met dit reglement zorgdragen voor het uitvoeren van het dopingcontroleproces, waaronder in ieder geval: het beheren van de nationale RTP, het beheren van whereabouts-informatie (inclusief het toepassen van de Whereabouts-bijlage), het verwerken, behandelen en beoordelen van dispensatieverzoeken, het verlenen van dispensaties, alsmede het toepassen van de Dispensatiebijlage, het plannen en uitvoeren van dopingcontroles, het laten analyseren van monsters en het uitvoeren van het resultaatmanagement;
g. het onderhouden van contacten met leden en/of betrokkenen, of hun vertegenwoordigers, specifiek, maar niet uitsluitend, in het kader van de toepassing van artikel 27 en artikel 46;
h. het in voorkomende gevallen doen van aangifte in dopingzaken;
i. het deelnemen aan de tuchtrechtelijke behandeling van dopingzaken;
j. het samenwerken met politie, justitie, douane, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit en andere justitiële instellingen en instanties (en de buitenlandse equivalenten van deze organisaties) met betrekking tot dopingzaken, alsmede het uitwisselen van informatie met deze instanties inzake dopingzaken;
k. het beheren van biologische paspoorten, waaronder het plannen en (laten) uitvoeren van monsterafname in dit verband, het laten analyseren van monsters, het (laten) beoordelen en/of vergelijken van resultaten, het benoemen van een commissie die de relevante gegevens beoordeelt, en alle andere aspecten zoals deze zijn bepaald in de richtlijn(en) voor dergelijke paspoorten zoals opgesteld door WADA;
l. het verlenen van volledige medewerking aan door WADA geïnitieerde onderzoeken naar (i) dopingovertredingen, en (ii) activiteiten die doping kunnen faciliteren;
m. het toezien op de correcte toepassing en/of tenuitvoerlegging van de wegens een overtreding van dit reglement opgelegde sancties;
n. het afhandelen van gevallen waarin een aan een betrokkene wegens een overtreding van dit reglement opgelegde sanctie niet (volledig) wordt nageleefd;
o. alle andere in dit reglement, de World Anti-Doping Code en/of de International Standards aan de Dopingautoriteit in haar hoedanigheid als (N)ADO opgelegde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
p. het beoordelen van de in artikel 58 lid 4 bedoelde beroepen; en
q. het verrichten van alle overige werkzaamheden en taken die bijdragen aan het terugdringen van dopinggebruik in de sport.
3. Aan de Dopingautoriteit komen de bevoegdheden toe die behoren bij het op effectieve en efficiënte wijze uitvoering en invulling (kunnen) geven aan de in dit artikel bedoelde taken en verantwoordelijkheden.

Artikel 65
Taken en verantwoordelijkheden van leden

Onverminderd het gestelde in de andere Hoofdstukken van dit reglement, heeft elk lid de volgende taken en verantwoordelijkheden:
a. het zich houden aan de op hem van toepassing zijnde dopingreglementen en andersoortige dopingregels, inclusief wetgeving;
b. het te allen tijde beschikbaar zijn voor het uitvoeren van een dopingcontrole;
c. het voorkomen dat een verboden stof of verboden methode in zijn lichaam terecht komt;
d. het voorkomen dat hij een dopingovertreding begaat;
e. het informeren van begeleidend personeel, waaronder in iedere geval het medische personeel, inzake (i) de voor leden geldende verplichting om geen verboden stoffen en verboden methoden te gebruiken of toegediend te krijgen, en (ii) de verantwoordelijkheid van het begeleidend personeel ervoor te zorgen dat geen verboden stoffen en/of verboden methoden in het lichaam van een lid dat zij begeleiden, behandelen en/of waarmee zij werken, terecht komen;
f. het in kennis stellen van de Dopingautoriteit en de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) van elke uitspraak of besluit van een niet onder de World Anti-Doping Code vallende organisatie of instantie, inhoudende dat hij in de voorgaande tien jaar een dopingovertreding heeft begaan; en
g. het verlenen van medewerking aan door ADO’s geïnitieerde onderzoeken naar (i) dopingovertredingen, en (ii) activiteiten die doping kunnen faciliteren.

Artikel 66
Taken en verantwoordelijkheden van begeleidend personeel

Onverminderd het gestelde in de andere Hoofdstukken van dit reglement, heeft begeleidend personeel de volgende taken en verantwoordelijkheden:
a. het verlenen van medewerking aan de uitvoering van dopingcontroles bij leden;
b. het bij leden stimuleren van een afwijzende houding ten aanzien van doping;
c. het voorkomen dat een verboden stof of verboden methode in het lichaam terecht komt van leden die door het begeleidend personeel worden begeleid en/of waarmee het begeleidend personeel werkt;
d. het in kennis stellen van de Dopingautoriteit en de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) van elke uitspraak of besluit van een niet onder de World Anti-Doping Code vallende organisatie of instantie, inhoudende dat hij in de voorgaande tien jaar een dopingovertreding heeft begaan;
e. het verlenen van medewerking aan door ADO’s geïnitieerde onderzoeken naar (i) dopingovertredingen, en (ii) activiteiten die doping kunnen faciliteren;
f. het bekend zijn met en zich houden aan elk (doping)reglement dat op hen van toepassing is en/of van toepassing is op het lid of de leden die het begeleidend personeel begeleidt;
g. het verlenen van medewerking aan de toepassing en naleving van dit reglement; en
h. het verlenen van medewerking aan de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van de Dopingautoriteit als bedoeld in artikel 64.

Artikel 67
Taken en verantwoordelijkheden van het KNKV

Onverminderd het gestelde in de andere Hoofdstukken van dit reglement, heeft het KNKV de volgende taken en verantwoordelijkheden:
a. het verlenen van medewerking aan de uitvoering van dopingcontroles bij leden;
b. het verlenen van medewerking aan door ADO’s geïnitieerde onderzoeken naar (i) dopingovertredingen, en (ii) activiteiten die doping kunnen faciliteren;
c. het direct bij de Dopingautoriteit en de internationale federatie (in het bijzonder de IKF) melden van alle informatie die mogelijk wijst op of mogelijk verband houdt met een dopingovertreding;
d. het verlenen van medewerking aan de toepassing en naleving van dit reglement; en
e. het verlenen van medewerking aan de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van de Dopingautoriteit als bedoeld in artikel 64.

Artikel 68
Privacy

1. Het maken van opnamen in beeld of geluid van de dopingcontrole, alsmede het tonen, weergeven of openbaar maken van beeld- en/of geluidsopnamen van de dopingcontrole, is slechts toegestaan na toestemming van de betrokkene en de dopingcontrole-uitvoerende organisatie.
2. De persoonsgegevens van de betrokkene, waaronder zijn whereabouts-informatie, dispensatiegegevens en controleresultaten, kunnen worden verzonden aan het KNKV, de dopingcontrole-uitvoerende organisatie, het laboratorium en de relevante ADO’s, waaronder in ieder geval de Dopingautoriteit, de internationale federaties (in het bijzonder de IKF), alsmede WADA. De Dopingautoriteit en het KNKV kunnen informatie verspreiden inzake controleresultaten en/of dopingzaken in overeenstemming met het daaromtrent bepaalde in dit reglement, de World Anti-Doping Code en/of een of meer International Standards.

Artikel 69
Kosten

1. Voor zover het de uitvoering van de analyse betreft, voldoet de betrokkene de kosten van het in artikel 23 bedoelde onderzoek van het B-monster, tenzij:
a. de analyse van het B-monster geschiedt op verzoek van de Dopingautoriteit, in welk geval de bedoelde kosten, ongeacht het analyseresultaat, voor rekening komen van de Dopingautoriteit; dan wel
b. de analyse van het B-monster de analyse van het A-monster niet bevestigt, in welk geval de bedoelde kosten voor rekening van de Dopingautoriteit komen.
2. De overige kosten die de betrokkene maakt in het kader van het laten analyseren van het B-monster, zoals het aanwezig zijn van de betrokkene zelf en/of een door hem aangewezen persoon in het laboratorium, komen voor rekening van de betrokkene.
3. De kosten die de betrokkene maakt in het kader van diens verdediging bij een dopingzaak, komen voor eigen rekening, tenzij een bevoegd tuchtcollege, arbitragecollege of rechter anders beslist.

Artikel 70
Verhouding reglementen

1. Dit dopingreglement is opgezet als een waar mogelijk zelfstandig toepasbaar reglement. Dientengevolge zijn andere KNKV-reglementen, KNKV-regels en/of KNKV-(bestuurs)besluiten slechts van toepassing voor zover deze aanvullend werken op dit dopingreglement en daarmee niet in strijd zijn.
2. De toepassing van dit reglement wordt niet beperkt door andere reglementen van het KNKV. Derhalve is het tuchtrecht van het KNKV slechts van toepassing, voor zover het tuchtrecht niet in strijd is met de inhoud en/of de strekking van dit dopingreglement.

Artikel 71
Interpretatie

1. In relevante gevallen geschiedt interpretatie van dit reglement aan de hand van de Engelstalige tekst van de ten tijde van de dopingcontrole, dan wel (indien geen sprake was van een dopingcontrole) het (beweerdelijk) plaatsvinden van de dopingovertreding van kracht zijnde World Anti-Doping Code en/of International Standards.
2. De World Anti-Doping Code dient te worden geïnterpreteerd als een onafhankelijke en autonome tekst, en niet aan de hand van wetten of statuten, tenzij dit reglement uitdrukkelijk anders bepaalt.
3. De opschriften van de artikelen in dit reglement dienen slechts voor gebruiksgemak, maken geen onderdeel uit van de inhoud van de artikelen, en zijn niet van invloed op de interpretatie van de bijbehorende bepalingen.
4. Dit reglement is overeenkomstig de van toepassing zijnde bepalingen in de World Anti-Doping Code en bijbehorende International Standards opgesteld, en dient te worden geïnterpreteerd op een wijze die verenigbaar is met deze bepalingen van de World Anti-Doping Code en International Standards.
5. De toelichtingen bij de bepalingen in de World Anti-Doping Code maken onderdeel uit van deze Code, en dienen te worden gebruikt bij het interpreteren van dit reglement. Hetzelfde geldt voor een door de Dopingautoriteit opgestelde toelichting bij dit reglement, als een dergelijke toelichting beschikbaar is.
6. Alle voor het resultaatmanagement geldende termijnen vangen aan op de eerstvolgende dag nadat de betrokkene, het KNKV en/of de Dopingautoriteit schriftelijk de bedoelde kennisgeving of informatie hebben ontvangen.
7. De datum van ontvangst wordt bij schriftelijke correspondentie geacht vijf dagen na de datum van verzending te zijn gelegen. Bij correspondentie die alleen op elektronische wijze wordt verstuurd, wordt de datum van ontvangst geacht een dag na de datum van verzending te zijn gelegen.
8. Het doel, het toepassingsgebied en de organisatie van het wereld anti-doping programma en de bij de World Anti-Doping Code behorende bijlage (inzake definities (appendix 1)) maken integraal deel uit van de World Anti-Doping Code.
9. Bij de interpretatie van dit reglement dient de World Anti-Doping Code te worden gebruikt. Indien sprake is van een tegenstrijdigheid tussen dit reglement en de World Anti-Doping Code, geldt de World Anti-Doping Code.
10. De in Hoofdstuk II genoemde overtredingen kunnen door elk lid worden begaan, uitgezonderd:
a. overtredingen van artikel 3 (aanwezigheid), artikel 4 (gebruik), artikel 5 (gebrekkige medewerking) en artikel 6 (whereabouts-fouten). Deze kunnen alleen worden begaan (i) door leden die vallen onder de definitie van International-Level Athlete, National-Level Athlete of recreatieve sporter, (ii) leden die uitkomen op Nationaal Niveau B en/of (iii) door leden die, al dan niet in wedstrijdverband, aan (actieve) sportbeoefening doen, plannen te doen en/of zich daarop voorbereiden;
b. overtredingen van artikel 8 (bezit). Deze kunnen alleen worden begaan door de onder artikel 71 lid 10 sub a bedoelde leden en/of leden die vallen onder de definitie van begeleidend personeel (artikel 1 lid 8).

Artikel 72
Overgangsbepalingen

1. Artikel 50 en artikel 55 zijn procedurele bepalingen die met terugwerkende kracht kunnen worden toegepast.
2. Elke dopingzaak:
a. die reeds aanhangig is op de datum van de inwerkingtreding van World Anti-Doping Code 2021 ; of
b. die aanhangig wordt gemaakt na de datum van de inwerkingtreding van de World Anti-Doping Code 2021 in verband met een dopingovertreding die plaatsvond vóór deze datum van inwerkingtreding, valt onder de inhoudelijke dopingregels die golden op het moment dat de betreffende (mogelijke) dopingovertreding plaatsvond en niet onder de inhoudelijke dopingregels van de World Anti-Doping Code 2021, tenzij het bevoegde tuchtcollege dat de zaak behandelt (ofwel de Dopingautoriteit in het geval van een mogelijke schikking), bepaalt dat in de omstandigheden van het geval het beginsel van Lex Mitior van toepassing is.
3. Voor de toepassing van artikel 72 lid 2 zijn artikel 50 en artikel 55 procedurele regels, geen inhoudelijke regels, die tegelijk met alle andere procedurele regels uit de World Anti-Doping Code 2021 met terugwerkende kracht moeten worden toegepast (met dien verstande dat artikel 55 alleen met terugwerkende kracht wordt toegepast indien de verjaringstermijn van de overgangsbepaling op de datum van inwerkingtreding van de World Anti-Doping Code 2021 nog niet is verstreken).
4. Bij het bepalen van de periode van schorsing voor een tweede dopingovertreding op basis van artikel 50, waarbij de sanctie voor de eerste dopingovertreding is bepaald op basis van dopingreglementen die van toepassing waren voorafgaand aan de inwerkingtreding van de World Anti-Doping Code 2021, dient de periode van schorsing te worden toegepast die voor voornoemde eerste dopingovertreding zou zijn opgelegd indien de World Anti-Doping Code 2021 (en het daarop gebaseerde Nationaal Dopingreglement) van toepassing zou zijn geweest.
5. Wijzigingen van de Dopinglijst en Technical Documents met betrekking tot stoffen op de dopinglijst worden niet met terugwerkende kracht toegepast, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald in de dopinglijst of het betreffende Technical Document.

Artikel 72a
Herzieningsverzoeken inzake drugs

1. Als een betrokkene een dopingovertreding van artikel 3 (aanwezigheid), artikel 4 (gebruik) of artikel 8 (bezit) heeft begaan die alleen betrekking heeft op drugs, en deze betrokkene op grond van de World Anti-Doping Code die tot 1 januari 2021 van kracht was, een periode van schorsing is opgelegd die nog niet is verlopen, dan kan de betrokkene herziening aanvragen van deze periode van schorsing op basis van de strafmaat zoals deze voor de betreffende dopingovertreding in combinatie met drugs is opgenomen in dit reglement.
2. De betrokkene richt een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herziening zoals bedoeld in het vorige lid aan de Dopingautoriteit.
3. Het herzieningsverzoek wordt behandeld door de Dopingautoriteit. Het verzoek tot herziening wordt schriftelijk behandeld, tenzij de betrokkene verzoekt om een mondelinge behandeling.
4. Van een beslissing van de Dopingautoriteit staat conform Hoofdstuk XII beroep open bij de Bezwaarcommissie Nationaal Dopingreglement.
5. Een herziening kan niet ten nadele van de betrokkene strekken.

Artikel 72b
Herzieningsverzoeken van recreatieve sporters

1. Als een betrokkene (i) een dopingovertreding heeft begaan, (ii) deze betrokkene op grond van de World Anti-Doping Code die tot 1 januari 2021 van kracht was, een periode van schorsing is opgelegd die nog niet is verlopen, (iii) en deze betrokkene ten tijde van het door hem begaan van de dopingovertreding viel onder de definitie van recreatieve sporter (artikel 1 lid 47), dan kan deze betrokkene herziening aanvragen van deze periode van schorsing op basis van de strafmaat zoals deze voor de betreffende dopingovertreding is opgenomen in dit reglement.
2. De betrokkene richt een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herziening zoals bedoeld in het vorige lid aan de Dopingautoriteit.
3. Het herzieningsverzoek wordt behandeld door de Dopingautoriteit. Het verzoek tot herziening wordt schriftelijk behandeld, tenzij de betrokkene verzoekt om een mondelinge behandeling.
4. Van een beslissing van de Dopingautoriteit staat conform Hoofdstuk XII beroep open bij de Bezwaarcommissie Nationaal Dopingreglement.
5. Een herziening kan niet ten nadele van de betrokkene strekken.

Artikel 73
Bijlagen

1. De in dit reglement genoemde bijlagen maken integraal deel uit van dit reglement en vormen een onlosmakelijk onderdeel van dit reglement. Verder maken de volgende reglementen deel uit van dit Nationaal Dopingreglement:
a. het Reglement Bezwaarcommissie Nationaal Dopingreglement;
b. het Reglement Naleving Dopingsancties; en
c. het Reglement Herzieningsverzoeken Overgangsbepalingen World Anti-Doping Code 2021.
2. De bij dit Nationaal Dopingreglement behorende en van dit reglement onderdeel uitmakende bijlagen en reglementen worden, uitgezonderd de dopinglijst, vastgesteld door de Dopingautoriteit.
3. De in het vorige lid bedoelde bijlagen treden in werking vanaf het moment van plaatsing op de website van de Dopingautoriteit: www.dopingautoriteit.nl. De dopinglijst treedt telkens in werking op een door WADA te bepalen datum.

Artikel 74
Slotbepaling

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Dopingautoriteit. In dergelijke gevallen consulteert de Dopingautoriteit, voorafgaand aan het nemen van een beslissing, het KNKV.