RvW 4.8 Uitvoeringsbesluit onderbreken van wedstrijden bij onweer

Het Bondsbestuur heeft in haar vergadering van 22 augustus 2011 de navolgende richtlijnen voor de scheidsrechters voor het onderbreken van wedstrijden bij onweer vastgesteld.

De scheidsrechter onderbreekt de wedstrijd in het geval dat onweer zich op een afstand van 3 km of minder bevindt. De afstand kan globaal gemeten worden door de tijd vast te stellen tussen het zien van de bliksemflits en het horen van de donder. Indien dit minder dan 10 seconden bedraagt, is het onweer binnen 3 km afstand. Indien nog voldoende tijd beschikbaar is, wordt de wedstrijd voortgezet als de onweersbui is afgedreven en het veld bespeelbaar is.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011.