RvW 4.4 Bestuursbesluit verlenging beslissingswedstrijden

Bestuursbesluit verlenging beslissingswedstrijden

Het Bondsbestuur heeft op 24 augustus 2015 op grond van het bepaalde in artikel 2 en artikel 13 lid 4 en lid 5 onder c van het reglement van wedstrijden het onderstaande besluit genomen ten aanzien van de verlengingen bij de in dit besluit genoemde wedstrijden. 

1. Dit besluit is van toepassing op alle beslissingswedstrijden die op basis van het bepaalde in het Reglement van Wedstrijden worden gespeeld, alsmede op wedstrijden welke zijn opgenomen in de promotie- en degradatieregelingen.
2. a. In alle klassen, welke niet genoemd zijn in lid 2b wordt, indien een wedstrijd na de normale speeltijd gelijk is geëindigd, een reguliere verlenging van tweemaal vijf minuten gespeeld, waarbij de bepalingen van deze regeling van toepassing zijn.
b. Voor de wedstrijden in de klassen genoemd in artikel 1 van bestuursbesluit 4.27 geldt een reguliere verlenging van vijf minuten zuivere speeltijd.

Aanvang van de verlenging
3. De verlenging wordt begonnen na een pauze van maximaal drie minuten na de beëindiging van de normale speeltijd.
4. Met inachtneming van de spelersvervangingen, die in de normale speeltijd of in de pauze na de beëindiging van de normale speeltijd hebben plaatsgevonden, wordt de verlenging begonnen in de beginopstelling van beide ploegen.
5.a. Voor de klassen genoemd in 2a geldt dat beide ploegen in de eerste helft van de verlenging in      dezelfde richting spelen als in de eerste helft van de normale speeltijd van de wedstrijd. In de tweede helft wordt er van speelrichting gewisseld.
b. Voor de klassen genoemd in 2b geldt dat beide ploegen tijdens de verlenging in dezelfde richting spelen als in de eerste helft van de normale speeltijd.

6. De scheidsrechter stelt door loting vast welke ploeg de uitworp heeft. Deze ploeg wordt verder in deze regeling aangeduid als ‘ploeg A’; de andere ploeg als ‘ploeg B’.

Einde van de reguliere verlenging
7. a. Indien na afloop van de verlenging de stand nog steeds gelijk is, volgt er voor de klassen genoemd onder 2a een strafworpenserie zoals vermeld in artikel 12 tot en met 14.
b. Indien na afloop van de verlenging de stand nog steeds gelijk is, volgt er in de klassen genoemd in artikel 2b een "Golden goal" verlenging waarbij de punten 3 t/m 6 van deze regeling opnieuw van toepassing zijn.

Regels voor de "Golden goal" verlenging
8. Indien beide ploegen tijdens de verlenging balbezit hebben gehad in het eigen aanvalsvak eindigt de verlenging na het scoren van het eerste doelpunt in de verlenging. De scorende ploeg wint de wedstrijd.
9. Indien ploeg A scoort en de bal is nog niet in het aanvalsvak van ploeg B in het bezit van ploeg B geweest, wordt de verlenging voortgezet met een uitworp van ploeg B. Indien ploeg B niet scoort en de bal weer in het bezit van ploeg A komt in het eigen aanvalsvak, eindigt de verlenging. Ploeg A is dan winnaar van de wedstrijd.
10. Indien ploeg B na de onder 9 genoemde uitworp scoort voordat de bal weer in het bezit van een speler van ploeg A in het aanvalsvak van ploeg A is gekomen, wordt de verlenging voortgezet met een vakwisseling, waarna de bepalingen, genoemd onder 8 en 9 opnieuw van toepassing zijn, alsof er nog niet is gescoord.
11. De "Golden goal" verlenging eindigt na vijf minuten zuivere speeltijd, indien beide ploegen niet scoren of indien de stand nog steeds gelijk is. In dat geval wordt de wedstrijd beslist door het nemen van strafworpen.

Het nemen van strafworpen
12. In het geval de wedstrijd wordt beslist door het nemen van strafworpen, worden deze genomen door acht spelers van elke ploeg die aan het eind van de verlenging en bij de in artikel 2b genoemde klassen aan het eind van de "Golden goal" verlenging in het veld stonden. Vervangingen, volgens de spelregels, zijn nog steeds toegestaan. De scheidsrechter stelt door loting vast welke ploeg met het nemen van strafworpen begint. De scheidsrechter bepaalt welke korf voor het nemen van strafworpen wordt gebruikt. Alleen de nemer van de strafworp, de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechter mogen zich in dat vak bevinden; de overige spelers stellen zich in het andere vak op. Alle acht spelers van de beide ploegen nemen om en om een strafworp. Indien een ploeg uit minder dan acht spelers bestaat, mag deze ploeg een of meerdere personen twee strafworpen laten nemen zodat beide teams alsnog acht strafworpen nemen.
13. Indien beide ploegen evenveel strafworpen benut hebben, neemt daarna steeds één speler van beide ploegen een strafworp. Deze speler moet behoren tot de groep van acht spelers, die eerder een strafworp hebben genomen. Als beide spelers scoren of beiden de strafworp missen, wordt dit herhaald, totdat een beslissing is verkregen.
14. Een speler komt niet in aanmerking voor het nemen van een derde strafworp voordat alle acht spelers van zijn ploeg een tweede strafworp hebben genomen. Deze bepaling blijft ook van kracht indien meer dan drie series strafworpen noodzakelijk zijn.

Dit besluit treedt in werking op 25 augustus 2015.