Basis van het tuchtrecht

Het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond kent een spreiding van machten. Naast de wetgevende macht (= de Bondsraad die de reglementen aanneemt) en de uitvoerende macht (= het Bondsbestuur dat de dagelijkse leiding uitoefent) is er de rechterlijke macht (= de tuchtorganen). Alhoewel er regelmatig contacten zijn tussen deze machten over de werkwijze en regelingen (zo benoemt de Bondsraad de leden van de tuchtorganen) mogen Bondsraad en Bondsbestuur zich niet bemoeien met de inhoudelijke aspecten van het werk van de tuchtorganen. Zo is gegarandeerd dat zij geen invloed kunnen uitoefenen op de uitspraken van de tuchtorganen en dat deze onafhankelijk hun werk kunnen doen.     

De reglementaire basis

Tuchtzaken behandelen is geen nattevingerwerk. De behandeling van een tuchtzaak is gebaseerd op daarvoor ingestelde reglementen, besluiten en regels.

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat tuchtzaken zich richten tegen personen (na wegzending of klacht/aangifte) en tegen verenigingen (na overtreding van de reglementen). In het eerste geval zijn de volgende reglementen van belang:

Tuchtreglement:

Hierin is geregeld wat de bevoegdheid van de tuchtcommissie en de commissie van beroep is, hoe de commissies georganiseerd zijn, hoe een tuchtzaak aanhangig wordt gemaakt en behandeld wordt, welke straffen kunnen worden opgelegd, hoe de uitspraak tot stand komt en gecommuniceerd wordt en wat de rechtsmiddelen van een beklaagde zijn.

Bestuursbesluit formele waarschuwing en wegzending:

Dit bestuursbesluit regelt welke overtredingen bestraft moeten worden met een formele waarschuwing (gele kaart) en welke met wangedrag (rode kaart). De overtredingen zijn met een code aangegeven.

Regels voor strafoplegging:

Hierin staan de regels voor de bestraffing van overtredingen van wedstrijdbepalingen en onregelmatigheden, gerangschikt naar de functie van de beklaagde en gerelateerd aan de code zoals bedoeld in het hierboven genoemde bestuursbesluit.

Verenigingen komen in aanraking met de tuchtcommissie in gevallen waarin zij het reglement van wedstrijden overtreden. Het gaat om een aantal specifieke gevallen.

Niet-opkomen:

In eerste instantie zijn hier van belang het schikkingsvoorstel wedstrijdkorfbal en het schikkingsvoorstel breedtekorfbal. Die schikkingsvoorstellen doet het bondsbestuur. Pas als een vereniging niet akkoord gaat, wordt de zaak voorgelegd aan de tuchtcommissie.

Ongerechtigde speler:

Ook hier wordt in eerste instantie een schikking voorgesteld. Hiervoor gelden dezelfde bestuursbesluiten als hierboven zijn vermeld.

Staken van wedstrijden:

Bij staking van een wedstrijd zal het bondsbestuur altijd aangifte doen bij de tuchtcommissie die de schuldige partij vaststelt en een straf kan opleggen. Reglementair van belang zijn hierbij de artikelen 46 en 47 van het reglement van wedstrijden.

In het kader van het tuchtrecht is nog van belang het Bestuursbesluit publicatie straffen.

Daarnaast zijn er meer reglementen, bestuursbesluiten en regelingen die raakvlakken hebben met het tuchtrecht, maar zij zijn hier van minder belang. Uiteraard zijn ze wel op de KNKV-site te vinden.

Disclaimer
Hoewel de teksten binnen alle pagina's van het onderdeel Tucht tot stand zijn gekomen onder verantwoordelijkheid van de tuchtcommissie en Commissie van Beroep en met de grootst mogelijke zorg zijn samengesteld, kunnen er geen rechten aan worden ontleend.